H4578 מֵעֶה
buik, baarmoeder
Taal: Hebreeuws

Onderwerpen

Baarmoeder, Buik,

Statistieken

Komt 34x voor in 13 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie


מֵעֶה mēʿe 1) de baarmoeder van een vrouw (Gen. 25:23, Jes. 49:1, Ps. 71:6, Ruth 1:11); 2) de lendenen van een man (Gen. 15:4, 2 Sam. 7:12; Jes. 48:19, 2 Kron. 32:21); 3) de "inwendige delen" van een persoon, zoals de maag of de darmen die worden gebruikt om voedsel te verteren (Num. 5:22; Job 20:14, Ezech. 3:3; Jona 2:1-2); 3a) Wordt regelmatig gebruikt om de psychische emoties weer te geven (H. W. Wolff, Anthropology of the Old Testament, 63-66), zoals "jammeren" (Jes 16:11), "weeklagen" (Jer. 48:36), "angst" (Jer. 4:19, Klaagl. 1:20; 2:11), en "mededogen" (Jes. 63:15; Jer. 31:20) (HALOT 610-11 s.v. מֵעֶה 3; BDB 589 s.v. מֵעֶה 5); en 4) de externe maag of buikspieren: "buik" (Hoogl. 5:14).



Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

[מֵעֶה] n.m. only pl. internal organs, inward parts (intestines, bowels), belly

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H4578 מֵעֶה mêʻeh; xlit mêʻâh corrected to mêʻeh from an unused root probably meaning to be soft; used only in plural the intestines, or (collectively) the abdomen, figuratively, sympathy; by implication, a vest; by extension the stomach, the uterus (or of men, the seat of generation), the heart (figuratively) — belly, bowels, × heart, womb.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks γαστήρ G1064 "buik, baarmoeder, maag"; Grieks δελεάζω G1185 "vangen (met lokaas), lokken, verleiden, bedriegen"; Grieks δελεάζω G1185 "baarmoeder"; Grieks κοιλία G2836 "buikholte, buik, onderbuik, slokdarm, baarmoeder"; Aramees מְעָה H4577 "belly"; Hebreeuws מֵעָה H4579 "gravel"; Hebreeuws מָעַי H4597 "Maai"; Hebreeuws רַחַם H7356 "baarmoeder, darmen"; Hebreeuws רֶחֶם H7358 "matrix, baarmoeder, slavin";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

TuinTuin