‹ Pasen: de geestelijke rechtbankGlaasje draaien in de klas ›
Pasen: de geestelijke rechtbank (2)
Gepubliceerd op 17-02-2006

De Ondervraging (Joh 18: 19-23)
De wijze, waarop Annas met Jezus handelt, is net zo onrechtmatig als de eerder besproken handelswijze van het Sanhedrin. Wanneer iemand gevangen genomen wordt, is daar een bepaalde beschuldiging, op grond waarvan de gevangenneming geschiedt. Het moet dan blijken, of die beschuldiging waar of niet waar is. Al naar gelang daarvan wordt hij veroordeeld of vrijgelaten.
Christus was zonder een bepaalde aanklacht gevangen genomen, na zijn gevangenneming moest die aanklacht nog worden uitgedacht. Dat was de taak van Annas. Annas zegt dan ook niet "Daar en daarvan wordt U beschuldigd. Wat hebt U daar tegen in te berengen?" hij gaat uitzoeken, of hij ook iets vinden kan, dat straks bij de officiële zitting van het Sanhedrin als beschuldiging kan dienen. Met andere woorden: Christus zelf zal moeten zorgen voor Zijn beschuldiging.

Het Verhoor (Joh 18: 19-21)
Over twee dingen ondervraagt Annas Christus: over Zijn discipelen en over Zijn leer (Joh 18:19).

Annas wil weten, wat voor soort mensen de volgelingen van Christus zijn, gaat het alleen maar om eenvoudige vissers en ontslagen tollenaars, maar ook hoever de beweging zich heeft uitgebreid. Het zal hem zeer waarschijnlijk wel jammer hebben gevonden dat die volgelingen ontsnapt waren; dat hij ze niet voor zijn rechterstoel heeft.

In de tweede plaats ondervraagt Annas Christus over Zijn leer. Daarbij is het zijn bedoeling iets te vinden, dat straks als aanklacht dienen kan. Recht was geweest, dat het Sanhedrin de aanklacht vooraf had opgesteld: Dit en dat hebt U daar en toen gezegd. Daarmee bent U in overtreding tegen de wet van Mozes, tegen de wet van de Romeinen. Wat hebt U tot uw verantwoording hierover te zeggen?

Christus is geleid voor een particulier persoon, met wie Hij, en die met Hem, niets te maken heeft. Die man tracht onder een valse schijn van recht, Hem zijn eigen aanklacht te ontlokken. Met dat onrechtmatige gedoe wil de Here Jezus niet te maken hebben. In plaats van een antwoord ontvangt Annas dan ook een terechtwijzing: ‘Ik heb in het openbaar tot de wereld gesproken. Ik heb steeds onderricht gegeven op plaatsen waar de Joden bij elkaar komen, in synagogen en in de tempel, en nooit heb ik iets in het geheim gezegd. Waarom ondervraagt u mij? Vraag het toch aan de mensen die mij gehoord hebben, zij weten wat ik gezegd heb.’ (Joh 18:20-21).

Ik heb in het openbaar gesproken: Tegenover de slimheid van Annas plaats Christus de open feiten: Hij heeft gepreekt in de sysnagogen van Galilea en in de tempel van Jeruzalem, waar iedere Jood vrije toegang heeft.

Waarom ondervraagt u mij?: Met andere woorden, dit is niet uw taak, dat is vragen naar de bekende weg. Wil het Sanhedrin een beschuldiging opmaken, laat het die dan zelf samenstellen op grond van een getuigenverhoor.


Tags: Pasen
Gerelateerde onderwerpen: Pasen

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel