‹ God als commercieel merkLivius Nieuwsbrief / September ›
Ongecensureerde vertaling
Gepubliceerd op 22-08-2013

zó moge God aan Davids vijanden doen

en zó eraan toevoegen,-

als ik, vóórdat het ochtend is, van al het zijne

een tegen-de-wand-pisser overlaat!

1 Samuël 25: 22 (Naardense Bijbel)

Als je in de meeste Bijbels deze passage in 1 Samuël 25:22 leest dan zie je dat ze vaak allerlei mooie omschrijvingen hebben. De NBV heeft "iemand van het mannelijk geslacht", de GNB96 "één van al zijn zonen of knechten", de NBG51 "één man", de WV95 "één manspersoon" en de HSV "één man" met als opmerking "Letterlijk: wie tegen de wand plast; zie ook vers 34." Je ziet dat ze allemaal een gekuiste omschrijving hebben gegeven van iemand die tegen de muur plast, ie. een man of jongen. Dit is jammer, want David gebruikt juist deze "platvloerse taal" om duidelijk te maken dat er niets met Nabal en de zijnen mag gebeuren, dit wordt nog eens bevestigd door de standaard vervloeking “Mag hij alzo doen … en mag hij zelf meer doen dat…!”, die opvalt omdat nooit wordt gesteld wat er dan gebeurd.

Dat deze omschrijving in oudere vertalingen voorkomt kan ik nog begrijpen, maar tegenwoordig zijn we niet meer zo kuis en lijkt me het weglaten van dit soort ferme taal een gemis, omdat daarmee het betoog van David wordt afgezwakt. Overigens de opmerking "die tegen de muur plast" komt meermalen in de Bijbel voor (1 Samuel 25:22; 25:34; 1 Koningen 14:10; 16:11; 21:21; 2 Koningen 9:8) en in alle gevallen gaat het om mannen, waarop men pisnijdig is.


Tags: 1 Samuel, Uncategorized

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

BoekenBoeken