Acacia

You are currently browsing articles tagged Acacia.

De acacia

Ik zal in de woestijn de ceder zetten, de acacia, de mirt en de oliehoudende boom. Ik zal in de wildernis de cipres plaatsen, samen met plataan en dennenboom,

Jes. 41:19 (HSV)

De laatste tijd ben ik me aan het voorbereiden voor een lezing over de Tabernakel en een van de materialen die werden gebruikt was het hout van de acacia. Omdat ik ook al jaren bezig ben met het schrijven van een Bijbelse flora, waren dit goede redenen om eens een goed onderzoek te doen naar deze boom. Al gauw bleek dat, zoals met ieder onderzoek, dat dit meer tijd zou kosten dan ik al had verwacht. In de Bijbel zelf is er maar één tekst die gaat over de boom (Jes. 41:19), alle anderen gaan over het hout en waarvoor het wordt gebruikt of zijn plaatsnamen met daarin deze naam.

Ga je kijken naar wat voor soort boom het is, dan blijkt dat het een compleet geslacht is van ruim 1300 soorten die voorkomen in Afrika, Australië, Noord-Amerika en Zuid-Amerika. Verder onderzoek leerde al gauw dat er een behoorlijke discussie is geweest of deze 1300 bomen wel tot één geslacht behoren met als gevolg dat dit geslacht is opgesplitst in vijf andere geslachten: Acacia, Vachellia, Senegalia, Acaciella en Mariosousa. Omdat de naam ooit door door de Griekse botanist-fysicus Pedanius Dioscorides (ca. 40-90) is gegeven aan de Acacia niloticus in zijn boek Materia Medica en daarmee de naamgever van dit geslacht, zou je verwachten dat bij deze opsplitsing de naam Acacia gereserveerd zou blijven voor deze soort. Helaas is dit niet het geval en de acacia-soorten die in aanmerking komen voor de boom die in de Bijbel wordt genoemd behoort tegenwoordig officieel tot het geslacht Vachellia en mogen dus eigenlijk niet meer Acacia worden genoemd. Nu is hiermee niet alle problematiek opgelost, want in veel populair theologische boeken die gaan over de tabernakel wordt vaak gesproken over de Robinia (Robinia pseudoacacia), ook wel valse acacia genoemd. Deze boom behoort tot een totaal ander geslacht en heeft dan ook niets van doen met de Bijbelse acacia.

Met deze basiskennis kunnen we dan eindelijk gaan beginnen met de studie over hoe het hout werd gebruikt in de tabernakel en waarom. Het moge duidelijk zijn dat al veel boeken dan plotseling afvallen omdat ze het niet over de acacia maar over de valse acacia hebben. De vraag die we ons dan ook moeten stellen is welke acacia-soorten komen wel in aanmerking. De Hebreeërs bevonden zich voornamelijk tijdens hun Exodus in de Sinaï woestijn en Negeb, daarnaast mogen we ervan uitgaan dat ze ook hout hebben meegenomen uit Egypte. In deze gebieden komen met name de Acacia seijal en de kleinere Acacia nilotica voor, de laatste is ook te vinden langs de Jordaan. De Acacia serissa en de Acacia tortilis komen voornamelijk in de zuidelijke wadis voor. Tot slot komen de Acacia farnesiana, Acacia cyanophylla en de Acacia arabica met name voor aan de kust van Israël.

Het materiaal van al deze volwassen exemplaren zijn geschikt om te verwerken in de Tabernakel. Het hout is sterk en het rot bijna niet. Verder is het belangrijk om te weten dat deze bomen tijdens de Exodus steeds voorhanden zijn en dat hierdoor men in staat was om eventuele beschadigingen van de tabernakel snel te kunnen repareren.

Tags: ,

De lengte van een plank moet tien el zijn, en anderhalve el de breedte van elke plank.

Exodus 26:16 (HSV)

Vervolgens moet u de planken met goud overtrekken…

Exodus 26:29 (HSV)

Een ander detail zijn de panelen van de tabernakel, later zal ik het hebben over de hoeveelheid, nu wil ik het hebben over de afmetingen en het gewicht. Er wordt hier gesproken over de lengte-eenheid “el”. De Groot Nieuws Bijbel gaat ervan uit dat deze een halve meter is, zelf ga ik uit van 45 cm. De lengte was dus 10×45 cm = 4,5 m en de breedte 1,5×45 cm = 67,5 cm. Hoewel de dikte van de platen niet expliciet wordt genoemd, kan het relatief eenvoudig berekend worden op basis van de afmetingen van de Ark van het Verbond of van de afmetingen van de tent van de Tabernakel en de bekleding (de benadering die hier wordt gebruikt). Zo is de dikte van elke plaat ongeveer 0,0225 ellen of 0.5-1.5/pi ellen – een vingerdikte. Sommige commentatoren gaan ervan uit dat de dikte ook een el was, maar dan wordt zo’n paneel loodzwaar.

Iets voor de genoemde verzen lezen we dat het gemaakt moet worden van Sittim-hout, dit is hout van de Acacia. Acacia hout varieert in gewicht, de lichtste soorten hebben een soortelijk gewicht van 700 kg/m3 terwijl de zwaarste soorten 1040 kg/m3 wegen. Een plank woog dus tussen de 48,9 en 72,7 kg zonder het goud. Gaan we uit van puur goud (in werkelijkheid zal het een legering zijn geweest met bv. tin) en een dikte van 1 mm dan komt daar nog eens 117 kg bij. Een plank woog dus totaal tussen de 166 en 190 kg.

Nb. Voor een overzicht van het soortelijk gewicht van de Acacia zie hier.

Tags: , , ,

Acacia’s

Ik zal in de woestijn de ceder zetten, de acacia, de mirt en de oliehoudende boom. Ik zal in de wildernis de cipres plaatsen, samen met plataan en dennenboom, opdat men ziet en erkent, bedenkt en tevens inziet dat de hand van de HEERE dit gedaan heeft, en de Heilige van Israël het geschapen heeft.

Jesaja 41:19-20 (HSV)

De acacia-boom wordt alleen in deze tekst genoemd, maar het hout van de acacia wordt veelvuldig in de Bijbel genoemd, verder zijn er enige passages waarin het een aanduiding is van een plaatsnaam (Num. 25:1; 33:49 Joz. 2:1; 3:1; Joel 3:18; Micha 6:5). Daar het de enige boom in de woestijn is van enige betekenis, is het niet verwonderlijk dat veel passages te maken hebben met de Exodus.

Tags: , ,

Shittim שִׁטִּים shit-teem’, was een plaats in het land van de Moabieten, oostelijk van de Jordaan, aan de grenzen van Israël (Joz. 2:1; 3:1; Micha 6:5), de volledige naam נַחַל הַשִּׁטִּים nakh’-al shit-teem’ “vallei van de Acacia’s” (Joel 3:18) of אָבֵל הַשִּׁטִּים aw-bale’ hash-shit-teem’ “de weide van de Acacia’s” (Num. 33:49). Het was in deze plaats, dat Moabitische meisjes de Israëlieten uitnodigden bij hun offerceremonies (Num 25: 1ev.). Door deze, op het oog vriendelijke uitnodiging, deed een groot deel van het Israëlische volk na korte tijd mee aan de verering van de afgod Baäl Peor. Als straf moest Mozes en de stamhoofden de schuldigen ophangen. Terwijl het volk rouwt om deze straf, neemt Zimri het Midianitische meisje Kozbi mee naar de tabernakel. Op dat moment werd het Pinehas de kleinzoon van Aäron te veel en dood hen beiden met een speer. Op deze manier werd de straf tot een einde gebracht, maar niet eerder nadat meer dan 24.000 mensen waren gestorven.

Opgeslagen onder: Sittim

Tags: