2 Koningen 23:11

SVEn hij schafte de paarden af, die de koningen van Juda voor de zon gesteld hadden, van den ingang van het huis des HEEREN, tot de kamer van Nathan-melech, den hoveling, die in Parvarim was; en de wagenen der zon verbrandde hij met vuur.
WLCוַיַּשְׁבֵּ֣ת אֶת־הַסּוּסִ֗ים אֲשֶׁ֣ר נָתְנוּ֩ מַלְכֵ֨י יְהוּדָ֤ה לַשֶּׁ֙מֶשׁ֙ מִבֹּ֣א בֵית־יְהוָ֔ה אֶל־לִשְׁכַּת֙ נְתַן־מֶ֣לֶךְ הַסָּרִ֔יס אֲשֶׁ֖ר בַּפַּרְוָרִ֑ים וְאֶת־מַרְכְּבֹ֥ות הַשֶּׁ֖מֶשׁ שָׂרַ֥ף בָּאֵֽשׁ׃
Trans.wayyašəbēṯ ’eṯ-hassûsîm ’ăšer nāṯənû maləḵê yəhûḏâ laššemeš mibō’ ḇêṯ-JHWH ’el-lišəkaṯ nəṯan-meleḵə hassārîs ’ăšer baparəwārîm wə’eṯ-marəkəḇwōṯ haššemeš śāraf bā’ēš:

Algemeen

Zie ook: Juda (koninkrijk), koningen van Juda, Nathan-melech, Paard, Parbar, Zonnewagen
1 Kronieken 26:18

Aantekeningen

En hij schafte de paarden af, die de koningen van Juda voor de zon gesteld hadden, van den ingang van het huis des HEEREN, tot de kamer van Nathan-melech, den hoveling, die in Parvarim was; en de wagenen der zon verbrandde hij met vuur.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יַּשְׁבֵּ֣ת

En hij schafte

אֶת־

-

הַ

-

סּוּסִ֗ים

de paarden

אֲשֶׁ֣ר

die

נָתְנוּ֩

gesteld hadden

מַלְכֵ֨י

de koningen

יְהוּדָ֤ה

van Juda

לַ

-

שֶּׁ֙מֶשׁ֙

voor de zon

מִ

-

בֹּ֣א

den ingang

בֵית־

van het huis

יְהוָ֔ה

des HEEREN

אֶל־

tot

לִשְׁכַּת֙

de kamer

נְתַן־

-

מֶ֣לֶךְ

van Nathan-Mélech

הַ

-

סָּרִ֔יס

den hoveling

אֲשֶׁ֖ר

die

בַּ

-

פַּרְוָרִ֑ים

in Parvárim

וְ

-

אֶת־

-

מַרְכְּב֥וֹת

was; en de wagenen

הַ

-

שֶּׁ֖מֶשׁ

der zon

שָׂרַ֥ף

verbrandde hij

בָּ

-

אֵֽשׁ

met vuur


En hij schafte de paarden af, die de koningen van Juda voor de zon gesteld hadden, van den ingang van het huis des HEEREN, tot de kamer van Nathan-melech, den hoveling, die in Parvarim was; en de wagenen der zon verbrandde hij met vuur.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!