2 Samuel 13:20

SVEn haar broeder Absalom zeide tot haar: Is uw broeder Amnon bij u geweest? Nu dan, mijn zuster, zwijg stil, hij is uw broeder; zet uw hart niet op deze zaak. Alzo bleef Thamar en was eenzaam in het huis van haar broeder Absalom.
WLCוַיֹּ֨אמֶר אֵלֶ֜יהָ אַבְשָׁלֹ֣ום אָחִ֗יהָ הַאֲמִינֹ֣ון אָחִיךְ֮ הָיָ֣ה עִמָּךְ֒ וְעַתָּ֞ה אֲחֹותִ֤י הַחֲרִ֙ישִׁי֙ אָחִ֣יךְ ה֔וּא אַל־תָּשִׁ֥יתִי אֶת־לִבֵּ֖ךְ לַדָּבָ֣ר הַזֶּ֑ה וַתֵּ֤שֶׁב תָּמָר֙ וְשֹׁ֣מֵמָ֔ה בֵּ֖ית אַבְשָׁלֹ֥ום אָחִֽיהָ׃
Trans.wayyō’mer ’ēleyhā ’aḇəšālwōm ’āḥîhā ha’ămînwōn ’āḥîḵə hāyâ ‘immāḵə wə‘atâ ’ăḥwōṯî haḥărîšî ’āḥîḵə hû’ ’al-tāšîṯî ’eṯ-libēḵə ladāḇār hazzeh watēšeḇ tāmār wəšōmēmâ bêṯ ’aḇəšālwōm ’āḥîhā:

Algemeen

Zie ook: Absalom, Amnon, Hart (lichaamsdeel), Huis, Thamar (dochter v. David)

Aantekeningen

En haar broeder Absalom zeide tot haar: Is uw broeder Amnon bij u geweest? Nu dan, mijn zuster, zwijg stil, hij is uw broeder; zet uw hart niet op deze zaak. Alzo bleef Thamar en was eenzaam in het huis van haar broeder Absalom.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יֹּ֨אמֶר

zeide

אֵלֶ֜יהָ

tot

אַבְשָׁל֣וֹם

Absalom

אָחִ֗יהָ

En haar broeder

הַ

-

אֲמִינ֣וֹן

Amnon

אָחִיךְ֮

haar: Is uw broeder

הָיָ֣ה

geweest

עִמָּךְ֒

bij

וְ

-

עַתָּ֞ה

Nu dan

אֲחוֹתִ֤י

mijn zuster

הַחֲרִ֙ישִׁי֙

zwijg stil

אָחִ֣יךְ

is uw broeder

ה֔וּא

hij

אַל־

niet

תָּשִׁ֥יתִי

zet

אֶת־

-

לִבֵּ֖ךְ

uw hart

לַ

-

דָּבָ֣ר

zaak

הַ

-

זֶּ֑ה

op deze

וַ

-

תֵּ֤שֶׁב

Alzo bleef

תָּמָר֙

Thamar

וְ

-

שֹׁ֣מֵמָ֔ה

-

בֵּ֖ית

in het huis

אַבְשָׁל֥וֹם

Absalom

אָחִֽיהָ

van haar broeder


En haar broeder Absalom zeide tot haar: Is uw broeder Amnon bij u geweest? Nu dan, mijn zuster, zwijg stil, hij is uw broeder; zet uw hart niet op deze zaak. Alzo bleef Thamar en was eenzaam in het huis van haar broeder Absalom.

____

Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!