Exodus 20:17

SVGij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.
WLCלֹ֥א תַחְמֹ֖ד בֵּ֣ית רֵעֶ֑ךָ לֹֽא־תַחְמֹ֞ד אֵ֣שֶׁת רֵעֶ֗ךָ וְעַבְדֹּ֤ו וַאֲמָתֹו֙ וְשֹׁורֹ֣ו וַחֲמֹרֹ֔ו וְכֹ֖ל אֲשֶׁ֥ר לְרֵעֶֽךָ׃ פ
Trans.lō’ ṯaḥəmōḏ bêṯ rē‘eḵā lō’-ṯaḥəmōḏ ’ēšeṯ rē‘eḵā wə‘aḇədwō wa’ămāṯwō wəšwōrwō waḥămōrwō wəḵōl ’ăšer lərē‘eḵā:

Algemeen

Zie ook: Ezels, Geboden (tien), Schulden hebben
Deuteronomium 5:21, Romeinen 7:7

Aantekeningen

Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

לֹ֥א

-

תַחְמֹ֖ד

Gij zult niet begeren

בֵּ֣ית

huis

רֵעֶ֑ךָ

uws naasten

לֹֽא־

-

תַחְמֹ֞ד

gij zult niet begeren

אֵ֣שֶׁת

vrouw

רֵעֶ֗ךָ

uws naasten

וְ

-

עַבְדּ֤וֹ

noch zijn dienstknecht

וַ

-

אֲמָתוֹ֙

noch zijn dienstmaagd

וְ

-

שׁוֹר֣וֹ

noch zijn os

וַ

-

חֲמֹר֔וֹ

noch zijn ezel

וְ

-

כֹ֖ל

-

אֲשֶׁ֥ר

-

לְ

-

רֵעֶֽךָ

noch iets, dat uws naasten


Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!