G2064 ἔρχομαι
komen
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 641x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

erchomai, ww medium van een primair werkwoord (alleen gebruikt in o.t.t. en o.v.t., de andere tijden komen van een verwant [medium] eleuthomai, of [actief] eltho, die verder niet voorkomen); TDNT - 2:666,257;


1) komen 1a) van personen 1a1) van een plaats naar een andere komen, gebruikt zowel van personen die gaan als komen 1a2) verschijnen, in het openbaar verschijnen 2) metaf. 2a) ontstaan, te voorschijn komen, zich tonen, plaats of invloed vinden 2b) gevestigd zijn, bekend worden 3) gaan, iemand volgen


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἔρχομαι, [in LXX very freq. for בּוֹא H935, also for הלךְ H1980 ni., אתה h857, etc., 34 words in all ;] 1. to come (a) of persons, either as arriving or returning from elsewhere: Mt 8:9, Mk 6:31, Lk 7:8, Jo 4:27, Ro 9:9, al.; seq. ἀπό, Mk 5:35 7:1, Jo 3:2, al.; ἐκ, Lk 5:17, Jo 3:31, al.; εἰς, Mk 1:29, al.; διά seq. εἰς, Mk 7:31; ἐν (Cremer, 263 f., but v.s. ἐν), Ro 15:29, I Co 4:21; ἐπί, c. acc., Mk 6:53 11:13, Jo 19:33, al.; κατά, c. acc., Lk 10:33 Ac 16:7; παρά, c. gen., Lk 8:49; c. acc., Mt 15:29, Mk 9:14, al.; c. dat. comm., incomm. (M, Pr., 75, 245), Mt 21:5, Re 2:5, 16; with adverbs: πόθεν, Jo 3:8, al.; ἄνωθεν, Jo 3:31; ὄπισθεν, Mk 5:27; ὧδε, Mt 8:29; ἐκεῖ, Jo 18:3; ποῦ, He 11:8; seq. ἕως, Lk 4:42; ἄχρι, Ac 11:5; with purpose expressed by inf., Mk 5:14, Lk 1:59, al.; by fut. ptcp., Mt 27:49; ἵνα, Jo 12:9; εἰς τοῦτο, ἵνα, Ac 9:21; διά, c. acc., Jo 12:9; before verbs of action, ἔρχεται καί, ἦλθε καί, etc.: Mk 2:18, Jo 6:15, al.; ἔρχου καὶ ἴδε, Jo 1:47 11:34; ἐλθών (redundant; Dalman, Words, 20 f.), Mt 2:8 8:7, Mk 7:25, Ac 16:39, al.; similarly ἐρχόμενος, Lk 15:25, al.; of coming into public view: esp. of the Messiah (ὁ ἐρχόμενος, Mt 11:3, al.; v. Cremer, 264), Lk 3:16, Jo 4:25; hence, of Jesus, Mt 11:19, Lk 7:34, Jo 5:43, al.; of the second coming, Mt 10:23, Ac 1:11, I Co 4:5, I Th 5:2, al.; (b) of time: ἔρξονται ἡμέραι (pres. for fut.: Bl., §56, 8), Lk 23:29, He 8:8 (LXX); fut., Mt 9:15, Mk 2:20, al.; ἔρξεται ὥρα, ὅτε, Jo 4:21, 23. al.; ἦλθεν, ἐλήλυθε ἡ ὥρα, Jo 13:1 16:32 17:1; ἡ ἡμέρα τ. κυρίου, I Th 5:2; καιροί, Ac 3:19; (c) of things and events: κατακλυσμός, Lk 17:27; λιμός, Ac 7:11; ἡ ὀργή, I Th 1:10; ὁ λύχνος, Mk 4:21 (v. Swete, in l.). Metaph., τ. ἀγαθά, Ro 3:8; τ. τέλειον, I Co 13:10; ἡ πίστις, Ga 3:23, 25; ἡ ἐντολή, Ro 7:9; with prepositions: ἐκ τ. θλίψεως, Re 7:14; ἐις τ. χεῖρον, Mk 5:26; εἰς πειρασμόν, ib. 14:38, al. 2. to go: ὀπίσω, c. gen. (Heb. הָלַךְ אַחֲרֵי H1980,H310), Mt 16:24, Mk 8:34, Lk 9:23; σύν, Jo 21:3; ὁδόν, Lk 2:44. (Cf. ἀν-, ἐπ-αν-, ἀπ-, δι-, εἰς, ἐπ-εἰσ-, παρ-εἰσ-, συν-εἰσ-, ἐξ-, δι-εξ-, ἐπ-, κατ-, παρ-, ἀντι-παρ-, περι-, προ-, προσ-, συν-έρχομαι.)

SYN.: πορεύομαι, χωρέω (v, Thayer, s.v. ἔρξομαι).


Bronnen


Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀνέρχομαι G424 "opgaan, stijgen"; Grieks ἀπέρχομαι G565 "weggaan, vertrekken"; Grieks διέρχομαι G1330 "door iets heen gaan"; Grieks εἰσέρχομαι G1525 "binnengaan"; Grieks ἐπέρχομαι G1904 "aankomen, inhalen, ontmoeten"; Grieks κατέρχομαι G2718 "beneden komen"; Grieks ὁ ὢν καί ὁ ἦν καί ὁ ἐρχόμενος G3801 "Hij die is en was en die komen zal"; Grieks παρέρχομαι G3928 "voorbijgaan, langs iets gaan"; Grieks περιέρχομαι G4022 "rondlopen"; Grieks προέρχομαι G4281 "voorwaarts gaan, voortgaan, vooruitgaan"; Grieks προσέρχομαι G4334 "dichterbij komen, naderen"; Grieks συνέρχομαι G4905 "bijeenkomen";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Miljoenen artikelen