G4680 σοφός
wijs, bekwaam, geschoold
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 22x voor in 8 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

sofos̱,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

σοφός, -ή, -όν [in LXX chiefly for חָכָם H2450 ;] skilled, clever, wise, whether in handicraft, the affairs of life, the sciences or learning: Ro 16:19, I Co 3:10; of the learned, Ro 1:14, 22, I Co 1:19, 20, 26, 27 3:18-20; of Jewish teachers, Mt 11:25, Lk 10:21; Christian, Mt 23:34; of those en­dowed with practical wisdom, I Co 6:5, Eph 5:15, Ja 3:13; of God, Ro 16:27; compar., τ. μωρὸν τ. θεοῦ σοφώτερον, I Co 1:25.†

SYN.: συνετός G4908, φρόνιμος G5429 (v.s. σοφία G4678, SYN.)


Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἄσοφος G781 "onwijs, dwaas"; Grieks σοφία G4678 "wijsheid"; Grieks σοφίζω G4679 "verstandig maken, onderwijzen"; Grieks φιλόσοφος G5386 "filosofoV"; Grieks φρόνιμος G5429 "";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel