G5216 ὑμῶν
jullie (van)
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 580x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

ymó̱n,
Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

σύ, pron. of 2nd pers., thou, you, gen., σοῦ, dat., σοί, acc., σέ, pl., ὑμεῖς, -ῶν, -ῖν, -ᾶς (enclitic in oblique cases sing., except after prep. (BL, §48, 3), though πρὸς σέ occurs in Mt 25:39). Nom. for emphasis or contrast: Jo 1:30, 42 4:10 5:33, 39, 44, Ac 4:7, Eph 5:32; so also perhaps σὺ εἶπας, Mt 26:64, al. (M, Pr., 86); before voc., Mt 2:6, Lk 1:76, Jo 17:5, al.; sometimes without emphasis (M, Pr.in cl., but esp. as rendering of Heb. phrase, e.g. υἱός μου εἶ σύ (בְּנִי־אַתָּה H1121,H859, Ps 2:7), Ac 13:33. The gen. (σοῦ, ὑμῶν) is sometimes placed bef. the noun: Lk 7:48, 12:30, al.; so also the enclitic σοῦ, Mt 9:6; on τί ἐμοὶ κ. σοί, v.s. ἐγώ.

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks σύ G4771 "jij"; Grieks ὑμεῖς G5210 "jullie, u";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

De Bijbelonderzoeker