Hallel (lofzang)

Bijbelteksten

Psalm 113:1Hallelujah! Looft, gij knechten des HEEREN! looft den Naam des HEEREN.
Psalm 113:2De Naam des HEEREN zij geprezen, van nu aan tot in der eeuwigheid.
Psalm 113:3Van den opgang der zon af tot haar nedergang, zij de Naam des HEEREN geloofd.
Psalm 113:4De HEERE is hoog boven alle heidenen, boven de hemelen is Zijn heerlijkheid.
Psalm 113:5Wie is gelijk de HEERE, onze God? Die zeer hoog woont.
Psalm 113:6Die zeer laag ziet, in den hemel en op de aarde.
Psalm 113:7Die den geringe uit het stof opricht, [en] den nooddruftige uit den drek verhoogt;
Psalm 113:8Om te doen zitten bij de prinsen, bij de prinsen Zijns volks.
Psalm 113:9Die de onvruchtbare doet wonen met een huisgezin, een blijde moeder van kinderen. Hallelujah!
Psalm 114:1Toen Israel uit Egypte toog, het huis Jakobs van een volk, dat een vreemde taal had;
Psalm 114:2Zo werd Juda tot Zijn heiligdom, Israel Zijn volkomene heerschappij.
Psalm 114:3De zee zag het, en vlood; de Jordaan keerde achterwaarts.
Psalm 114:4De bergen sprongen als rammen, de heuvelen als lammeren.
Psalm 114:5Wat was u, gij zee! dat gij vloodt? gij Jordaan! dat gij achterwaarts keerdet?
Psalm 114:6Gij bergen, dat gij opsprongt als rammen? gij heuvelen! als lammeren?
Psalm 114:7Beef, gij aarde! voor het aangezicht des Heeren, voor het aangezicht van den God Jakobs;
Psalm 114:8Die den rotssteen veranderde in een watervloed, den keisteen in een waterfontein.
Psalm 115:1Niet ons, o HEERE! niet ons, maar Uw Naam geef eer, om Uwer goedertierenheid, om Uwer waarheid wil.
Psalm 115:2Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is nu hun God?
Psalm 115:3Onze God is toch in den hemel, Hij doet al wat Hem behaagt.

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel