‹ Dissertatie: Koert van BekkumYad Vashem ›
De migratie van de ooievaar
Gepubliceerd op 07-04-2010

Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijn gezette tijden, en een tortelduif, en kraan, en zwaluw, nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk weet het recht des HEEREN niet.

Jeremia 8: 7

De Witte Ooievaar is een trekvogel die in de nazomer en herfst ons land verlaat en via Israël richting Afrika gaat. Tijdens deze tocht sluiten steeds meer Ooievaars zich bij elkaar aan en vliegen in grote zwermen over Israël en als het weer bevalt blijven ze een korte tijd in Israël. Dankzij hun grote en sterke vleugels zijn de ooievaars in staat om grote afstanden af te leggen, als zij daarbij gebruik maken van warme luchtstromen, de thermiek, kunnen zij zelfs honderden kilometers zwevend afleggen. In het voorjaar keert de vogel weer terug naar ons land.

Het is deze trek die in Jeremia 8: 7 wordt genoemd. Meestal blijft het in de commentaren bij de bovengenoemde vermelding. Maar in deze tekst vinden we nog een bijzonder detail, in tegenstelling tot de andere genoemde vogels is de migratie van de ooievaar namelijk uniek. In de lente gaat de trek van de ooievaar meestal over de golf van Suez, het noordelijke deel van de Sinaï en het westerlijke deel van de Negev woestijn, via Bersheba richting de Bet Shean vallei. Terwijl de migratie in de herfst grotendeels via de oostelijke kant van de Jordaan, over de Dode Zee en de Araba vallei richting Eilat. Vandaar dat bij de ooievaar de meervoudsvorm מועדיה "gezette tijden" wordt gebruikt terwijl bij de andere vogels het enkelvoud עת "(nemen de) tijd" wordt gebruikt. Zo volgt de ooievaar jaar na jaar zijn vaste paden in tegenstelling tot de bewoners van Jeruzalem die met alle winden van de verschillende afgoden meewaaien en de rechte paden van God niet volgen.

Vogeltrek van de Ooievaar


Tags: Bijbelstudie, Fauna, Jeremia, Vogels
Gerelateerde onderwerpen: Bijbelstudie, Vogels

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel