‹ Bijbelquiz (236)Genesis 22 Opgang naar een offer (2) ›
Genesis 22 Opgang naar een offer
Gepubliceerd op 13-01-2015

1 En het gebeurde na deze dingen, dat God Abraham testte; en Hij zei tot hem: Abraham! En hij zei: Zie, [hier] ben ik!

2 En Hij zei: Neem nu je zoon, je enige die je liefhebt, Izak,

en ga op naar de landstreek Moriah en offer hem daar tot een offergave, op één van de bergen, die Ik je zal vertellen.

3 Toen stond Abraham 's morgens vroeg op en zadelde zijn ezel

en nam twee van zijn knechten met zich mee en zijn zoon Izak;

en hij kloofde [het] hout voor het brandoffer en maakte zich gereed

en ging naar de plaats die God hem had verteld.

4 Op de derde dag, toen Abraham zijn ogen ophief toen zag [hij] die plaats in de verte.

Genesis 22:1-4 (ABvertaling)

De komende dagen wil ik me bezighouden met het Bijbelgedeelte waarin Abraham van God opdracht krijgt om zijn zoon Izak te offeren. Alleen de belangrijkste punten zullen worden behandeld, voor hen die meer achtergrond willen hebben of een verdere onderbouwing verwijs ik naar het Bijbelgedeelte op onze website waar in meer detail alles wordt behandeld.

In het eerste vers lezen we dat God Abraham testte, andere vertalingen geven vaak "verzoeken, op de proef stellen", we komen dit vaker tegen zoals als de koningin van Scheba op bezoek is bij Salomo en hem dan met allerlei raadsels op de proef stelt of hij echt alles weet (1 Kon. 10:1). In dit gedeelte zien we dat God Abraham op de proef stelt om erachter te komen of hij gehoorzaam is en dat doet God door het meest extreme te vragen, namelijk het offeren van Izak.

Dit wordt door God nog eens benadrukt door te stellen je enige die je liefhebt, dus het gaat hier niet om Ismaël maar om Izak, wat ook nog eens wordt gesteld. Izak is de zoon geboren uit Sarah de vrouw van Abraham, terwijl Ismaël geboren is uit Hagar, die de concubine was van Abraham, en om die reden een lagere status had. Izak was de belangrijkste erfgenaam en vandaar dat de nadruk wordt gelegd op je enige die je liefhebt.

Op basis van het woord zoon denken veel mensen dat Izak op dat moment nog erg jong was. Maar ditzelfde Hebreeuwse woord na'ar wordt ook in vers 3 gebruikt waar dan de knechten mee worden bedoeld. Een leeftijdsaanduiding is niet direct hieraan te koppelen, opvallend is het dan ook dat veel Joodse bronnen stellen dat Izak op dat moment een volwassen man was, waarbij ze leeftijden noemen die variëren van 25 jaar (Josephus) tot zelfs 36 jaar (Zohar en anderen). Zij baseren zich dat deze geschiedenis direct voor de dood van Sarah staat en toen 127 jaar was, terwijl ze 90 jaar was toen ze Izak baarde. Op zich is dit geen vreemde gedachte en we zullen later in vers 6 een andere onderbouwing zien dat Izak al wat ouder was dan een klein jongetje.

In ditzelfde tweede vers lezen we over de landstreek Moriah, of zoals sommige vertalingen hebben land van Moriah. Waar het lag is een grote discussie geweest voor de vele theologen, de meesten gaan er vanuit dat het een berg of gebied vlakbij Jeruzalem was, daarbij verwijzend naar de plaats met dezelfde naam waar Salomo de tempel bouwde (2 Kron. 3:1). In ieder geval als Abraham (op basis van het vorige hoofdstuk) woonde in Berseba dan lag het op drie dagreizen ver (vs. 4) en dit komt overeen met de afstand naar Jeruzalem (96 km).

Wordt vervolgd...


Tags: Abraham, Bijbelstudie, Genesis, Izaäk
Gerelateerde onderwerpen: Abraham, Bijbelstudie

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

BoekenBoeken