Genesis

You are currently browsing articles tagged Genesis.

Muziek: Genesis 43:23

Het is al weer een tijdje geleden dat we voor het laatst een Bijbelgedeelte op muziek hebben geplaatst. Vandaag het vrolijke Genesis 43:23. Zoals gewoonlijk staat onder de video de Hebreeuwse transliteratie en een vertaling. Het vers worden meermalen herhaald.

Letterlijk staat er: וַיֹּאמֶר֩ שָׁלֹ֨ום לָכֶ֜ם wayyō’mer šālwōm lāḵem En hij zeide: Vrede zij ulieden. Gezongen wordt:

Hevenu Shalom Alechem
Wij brengen vrede over u.

Tags: , , ,

Het is al weer een tijdje dat we een muzikaal nummer hebben behandeld, daarom een Bijbeltekst uit Genesis afgewisseld door een Psalm en gezongen door Ofir Ben Shitrit. In sommige Nederlandse vertalingen zijn de verzen in Genesis 32 een tekst verschoven.

Net als de vorige keren staat onder het videofragment de getranscribeerde Hebreeuwse tekst met daaronder de vertaling. Er zitten veel herhalingen in, dus goed opletten met het lezen en verder veel luisterplezier.

Vers: (4x)

קָטֹ֜נְתִּי מִכֹּ֤ל הַחֲסָדִים֙
וּמִכָּל־הָ֣אֱמֶ֔ת
אֲשֶׁ֥ר עָשִׂ֖יתָ אֶת־עַבְדֶּ֑ךָ

Katonti mikol hachasadim
umikol ha’emet
asher asita et avdecha

Ik ben het niet waard al uw goedertierenheid
en al de trouw
die U Uw dienaar bewezen hebt.

Koor: (2x)

כִּ֣י בְמַקְלִ֗י
עָבַ֙רְתִּי֙ אֶת־הַיַּרְדֵּ֣ן
וְעַתָּ֥ה הָיִ֖יתִי לִשְׁנֵ֥י מַחֲנֹֽות

Ki vemakli
avarti et hayarden
ata hayiti lishnei machanot

הַצִּילֵ֥נִי נָ֛א

Hatzileni na
hatzileni na
hatzileni na

Want, met mijn staf
ben ik deze Jordaan overgestoken
en nu ben ik tot twee kampen uitgegroeid!

Red mij nu toch
Red mij nu toch
Red mij nu toch

Vers: (2x)

כִּֽי־חַ֭סְדְּךָ גָּדֹ֣ול עָלָ֑י
וְהִצַּ֥לְתָּ נַ֝פְשִׁ֗י
שְּׁאֹ֥ול תַּחְתִּיָּֽה׃

Ki chasdecha gadol alai
Ki chasdecha gadol alai
vehitzalta nafshi
vehitzalta nafshi
mish’ol tach’teiha

Want Uw goedertierenheid is groot over mij,
Want Uw goedertierenheid is groot over mij,
U hebt ontrukt mijn ziel
U hebt ontrukt mijn ziel
uit de diepten van het dodenrijk.

Koor: (2x)

כִּ֣י בְמַקְלִ֗י
עָבַ֙רְתִּי֙ אֶת־הַיַּרְדֵּ֣ן
וְעַתָּ֥ה הָיִ֖יתִי לִשְׁנֵ֥י מַחֲנֹֽות

Ki vemakli
avarti et hayarden
ata hayiti lishnei machanot

הַצִּילֵ֥נִי נָ֛א

Hatzileni na
hatzileni na
hatzileni na

Want, met mijn staf
ben ik deze Jordaan overgestoken
en nu ben ik tot twee kampen uitgegroeid!

Red mij nu toch
Red mij nu toch
Red mij nu toch

קָטֹ֜נְתִּי מִכֹּ֤ל הַחֲסָדִים֙
וּמִכָּל־הָ֣אֱמֶ֔ת
הָ֣אֱמֶ֔ת

Katonti mikol hachasadim
umikol ha’emet
Ha’emet…

Ik ben het niet waard al uw goedertierenheid
en al de trouw
De trouw…

Tags: , , , ,

In de Bijbel komen we een paar keer tegen dat de naam van een persoon tijdens zijn leven veranderd. Een bekend voorbeeld is bijvoorbeeld Saulus die later Paulus wordt genoemd (Hand. 13:9), of Simon die ook Petrus werd genoemd (Matt. 16:18).

In het Oude Testament komen we dit ook tegen en dan blijkt dat het vaak om een kleine verandering in de naam gaat. Zo lezen we dat Abram wat “verheven vader” betekent de naam Abraham “vader van velen” krijgt (Gen. 17:5), terwijl zijn vrouw Sarai “mijn vorstin, mijn prinses” de naam Sarah “vorstin, prinses” krijgt (Gen. 17:15). In beide gevallen blijkt dat de verandering van de naam ook aangeeft dat er een verandering van status plaatsvind. Een ander voorbeeld zien we bij Hosea die door Mozes de naam Jozua krijgt, ook hier een kleine verandering in de naam met een grote verandering in de betekenis, nl. “hij redt” naar “de Heere redt” gaat (Num. 13:16).

Vooral deze Oud Testamentische naamsveranderingen zijn interessant, omdat ze laten zien dat de betekenis van een naam belangrijk was voor de drager en het is dan ook niet verwonderlijk dat in dit soort gevallen de naam altijd een betere betekenis krijgt.

Tags: , , , ,

Waren Adam en Eva kinderen?

Op een groep werd de interessante vraag gesteld of God Adam en Eva als kinderen schiep? Als onderbouwing werd gesteld “Adam en Eva waren niet de mensen zoals wij het vaak interpreteren. God had Diens kinderen in twee soorten gemaakt: mannelijk en vrouwelijk. Adam en Eva waren geen volwassen mensen die het verschil kennen tussen kwaad en goed en die verantwoordelijk zijn voor hun daden, vanwege de bewustzijn die ze hebben. Adam en Eva waren in feite kinderen. Toen ze van de verboden boom aten, kregen ze inzicht in goed en kwaad, oftewel: ze kregen een nieuw bestaan, ze werden volwassen. Toen ze ouder werden, en dus geen kinderen meer waren, werden ze bewust van hun naaktheid, want volwassen mensen hebben dat in de gaten en kennen gevoelens als schaamte, vooral in de aanwezigheid van anderen. Dat is ook de reden dat ze zich gingen bedekken met bladeren.

Echter omdat iemand geen verschil kent tussen goed en kwaad wil dat nog niet zeggen dat die persoon niet volwassen is, maar eerder dat ze wat dat betreft onwetend, onschuldig waren. In de Bijbel lezen we in het scheppingsverhaal dat alles wat God schiep goed was, inclusief de mens (Gen. 1:31). Uit de context weten we dat God hen naakt had geschapen en pas later na de zondeval kleding voor hen maakt. Blijkbaar was deze naaktheid, gezien vanuit Gods scheppende daad, ook goed. In Gen. 2:25 lezen we hierover en we zien dat in het Hebreeuws “zij waren beiden naakt” een woordspel is met het volgende vers Gen. 3:1De slang nu was listiger”. Naakt, moet hier in de betekenis van “onschuld, integer” worden opgevat, pas na de zondeval komt de negatieve betekenis. Het woord “naakt” (Hebr. “arummim“) staat in connectie met “slim” (Hebr. “arum“), welke in het volgende hoofdstuk in verband wordt gebracht met de slang (3:1) in de SV vertaald met “listig“. In het begin waren Adam en Eva “naakt” en de slang “gewiekst, dicht bij de waarheid” (Engels ‘shrewd‘), na de zondeval waren zij “bekleed, beschermd” en hij “vervloekt, verbannen”. In deze context klopt dan ook het argument dat ze zich bewust werden van hun naaktheid omdat ze ouder werden niet, overigens een ander bewijs daarvoor is dat veel stammen in de Amazone en Papoea-Nieuw-Guinea ook nu nog als volwassenen naakt lopen. Bovendien werden ze deze naaktheid pas gewaar nadat ze van de vrucht hadden gegeten, dus na de zondeval.

Een ander argument wat werd aangehaald was “En ook de Duivel kwam in de vorm van een slang, want een kind is makkelijker te benaderen als de Duivel in de vorm van een slang is en niet in diens ware gedaante. Kinderen communiceren met alles, dus ook met slangen.” Ook hier gaat de vragensteller er vanuit dat de duivel dus enorm lelijk en/of angstaanjagend is en dat hij daarom verplicht als een dier moet verschijnen. Hierbij wordt voorbijgegaan dat satan vroeger een van de machtigste engelen was en in de hele Bijbel zien we bij de verschillende engelenverschijningen dat mensen niet zozeer bang zijn van de verschijning zelf als wel voor de macht die deze engelen hebben (lees bijvoorbeeld de geschiedenis van Manoach en zijn vrouw in Richt. 13, waar dit ook ter discussie komt). De reden waarom satan via de slang sprak is eerder zoals in Gen. 3:1 staat dat de slang het slimste en meest listige dier was en daarom een logischer keuze dan een ander dier.

Als we de eerste hoofdstukken van Genesis lezen, dan zien we dat er nog meer argumenten zijn om te betwijfelen of Adam en Eva kinderen waren. Zo lezen we in Gen 2:19-20 waar Adam de dieren namen moet geven. Dit houdt in dat God blijkbaar wist dat Adam daartoe in staat was, bovendien moet dit al op de zesde dag zijn gebeurd daar in Gen 1:27 en 31 blijkt dat ze beiden op die dag waren geschapen en dat Adam dus al op diezelfde dag de dieren een naam had gegeven. Adam moest dus op die dag al behoorlijk veel kennis hebben gehad en het lijkt daarom logischer dat hij een volwassene was dan een kind. In hetzelfde gedeelte zien we ook dat als eenmaal Eva is geschapen, Adam haar niet alleen herkent als een medemens, maar ook dat ze typisch vrouwelijk was (Mannine), blijkbaar had hij genoeg seksuele kennis om dat onderscheid te maken, iets wat we bij veel kinderen niet zien. Dat ze volwassen waren blijkt ook uit het volgende vers (Gen. 1:28) waar God hen de opdracht geeft om vruchtbaar te zijn en zich voort te planten, zoiets zeg je niet tegen kinderen. Ook zeg je niet tegen kinderen dat ze de aarde moeten onderwerpen en heersen over de dieren, dat zeg je eerder tegen volwassenen.

Een laatste argument die de vragensteller stelde was “Jezus zei niets voor niets dat het koninkrijk der hemelen voor kinderen zijn, want met hun begon het: ‘Laat die kinderen toch, en verhindert ze niet om tot mij te komen, want van zodanigen is het koninkrijk der hemelen.’ (Mattheus 19:14) Ook de hemelse wereld gaat in de lijn van kinderen, die niet huwen: ‘Want in de opstanding huwen ze niet en worden ze niet gehuwd, nee, als engelen in de hemel zijn ze!’ (Mattheus 22:30)’’ Ook dit is erg kort door de bocht, want het suggereert dat we kinderen zijn in de hemel, wat zou inhouden dat ook de engelen dan kinderen zijn. Logischer is het om deze teksten op te vatten dat we dan ons zullen gedragen met de openheid, de onschuld zoals die bij kinderen voorkomt. Niet dat we zowel fysiek (de vraag is of we dan nog wel een fysiek lichaam zullen hebben) als geestelijk kinderen zijn geworden en dus minder zijn als volwassenen.

Tags: , ,

Zinkgaten in de Bijbel?

Af en toe lees je over zinkgaten en hoe gevaarlijk die zijn, van de week kwam ik een interessant artikel tegen over zinkgaten in de omgeving van de Dode Zee met veel mooie foto’s en dan ga je automatisch denken of deze zinkgaten ook in de Bijbel worden genoemd.

Zinkgaten ontstaan meestal door karst (=oplossing van kalksteen in water) of zoals in de buurt van de Dode Zee door het oplossen van zout in de bodem. Terwijl ik het artikel las, moest ik dan ook denken aan de vele zinkgaten die we tegenwoordig in de buurt van de Dode Zee kunnen vinden en de Maktesh Ramon de grootste krater ter wereld (van dit soort), die door een soortgelijke situatie lang geleden is ontstaan.

Als je de foto bekijkt en denkt aan de mensen die daarin kunnen vallen, dan moet je automatisch denken aan de geschiedenis van Korach en Dathan (Num. 16:31-33):

Nauwelijks was hij uitgesproken of de grond onder hun voeten spleet open, de aarde opende haar mond en slokte hen op, met hun families, alle mensen van Korach en alles wat ze bezaten. Zo daalden zij met allen die bij hen hoorden levend in het dodenrijk af. De aarde sloot zich boven hen, en zij waren uit de gemeenschap verdwenen.

Was hier sprake van een soortgelijke situatie? Of wat te denken van de geschiedenis van de koningen van Sodom en Gomorra die vluchtten voor hun vijanden en vielen in asfaltputten (Gen. 14:10), waren dat dezelfde soort putten die we tegenwoordig nog vinden langs de westkant Dode Zee, temeer daar ook nu nog deze zinkgaten zich aan de westkant bevinden?

Een conclusie durf ik niet hieraan te verbinden, maar de genoemde beschrijvingen uit de Bijbel komen angstvallig overeen met de hedendaagse beschrijvingen van zinkgaten. Ik hoop dan ook dat iemand hier eens nader onderzoek aan wijdt.

Tags: , ,

Dit artikel is onderdeel van een kleine serie hoe je de Bijbel systematisch kan bestuderen, eerder is behandeld:

De vorige keer hadden we behandeld hoe je poëtische gedeelten kan bestuderen en toen werd al vermeld dat in de Bijbel ook veel verhalende gedeelten staan. Daar willen we deze keer dieper op ingaan en dat doen we aan de hand van Genesis 22 (zie ook onze eerdere studie hierover).

In dit hoofdstuk zien we de typische Hebreeuwse verhaaltrant terug, en kan in principe geheel op zichzelf gelezen worden.

Altijd is het belangrijk om te weten waar het verhaal zich afspeelt. In dit hoofdstuk is dat in het begin lastig te bepalen, omdat we dat in vs. 33 van het vorige hoofdstuk hadden kunnen lezen (nl. Beersheba). Het is dus belangrijk om soms ook eerst de voorgaande hoofdstukken te lezen om deze vraag te beantwoorden. In dit kader is het ook belangrijk om te weten waar Moriah lag (vs. 2 en 4, drie dagreizen van Beersheba) en een goede kaart van het gebied geeft dan inzicht waar het zich afspeelt.

Een tweede punt is wie de hoofdpersonen zijn in het verhaal, God die de opdracht geeft, Abraham die gehoorzaamd, Izak die gewillig meegaat. Maar denk ook aan wie de Engel van de Heer is, of kunnen we achterhalen wie de knechten zijn.

Een derde punt is dat we begrijpen wat er gebeurd, in eerste instantie lijkt het alsof er een opeenvolging van acties zijn, maar na het hele hoofdstuk gelezen te hebben ontdekken we dat God Abraham op de proef stelt, Abraham gehoorzaamd en alle voorbereidingen worden in detail verteld. Bijna aan het einde zien we dat, bijna afgeraffeld, de clue van het verhaal komt. Dit is normaal in de Hebreeuwse verhaaltrant en het is belangrijk om uit alles wat eerder gebeurde het slot te begrijpen.

Een vierde punt is dat we ontdekken welke kernwoorden aanwezig zijn, in dit gedeelte is het “opgaan naar het offer”, we zien dit niet alleen terug in het Hebreeuwse woord voor brandoffer (letterlijk “opgangsoffer”), maar we zien het ook in verschillende verzen, bv. vs. 2 ga heen, vs. 3 en Abraham ging heen, vs. 5 en wij zullen gaan, vss. 6, 8, 19 zij gingen beiden, vs. 9 zij kwamen, en misschien iets minder duidelijk vs. 9 Abraham legde hem op het altaar. Er zijn nog meer kernwoorden, Abraham’s “Zie, [hier] ben ik!

Een vijfde punt zijn de waarom vragen zoals: Waarom neemt Abraham hout en vuur mee? (vs. 3 en 7) Waarom vraagt God om een mensenoffer (vs. 2) Dit zijn soms kennisvragen we moeten in het eerste geval iets van de leefomstandigheden uit die tijd weten en hoe het land eruit zag, terwijl bij de tweede vraag we in de Bijbel moeten zoeken naar waar nog meer mensenoffers voorkomen of wat God over mensenoffers zegt.

Het is dus belangrijk dat als je een verhaal leest, je de waar, wie, wat, welke en waarom vragen stelt om te begrijpen waar het verhaal over gaat.

Wordt vervolgd…

Tags: ,

17) Voorzeker, Ik zal je rijkelijk zegenen en je nakomelingen zeer talrijk maken,
als de sterren van de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is;
en je nakomelingen zal de poort van hun vijanden in bezit nemen.
18) En in uw nageslacht zullen gezegend worden alle volken van de aarde, omdat jij gehoorzaam geweest bent [naar] Mijn stem.
19) Toen keerde Abraham terug naar zijn knechten en zij maakten zich klaar en zij gingen samen naar Beersheba;
en Abraham woonde in Beersheba.

Genesis 22:17-19 (ABvertaling)

Dit is het laatste deel van een reeks waarin we ons bezighouden met het Bijbelgedeelte waarin Abraham van God opdracht krijgt om zijn zoon Izak te offeren. Hier is deel 1, 2, 3, 4, 5. en 6, en 7. Alleen de belangrijkste punten zullen worden behandeld, voor hen die meer achtergrond of een verdere onderbouwing willen hebben verwijs ik naar het Bijbelgedeelte op onze website waar in meer detail alles wordt behandeld.

Zoals de vorige keer reeds gesteld wordt hier de belofte van God, die reeds eerder is gegeven, toen Abraham werd opgeroepen om uit Ur te vertrekken (Gen. 12:1ev) en later als bij de aankondiging dat Sara zwanger zou worden van Izak (Gen. 18:17ev), nogmaals bevestigd.  Niet alleen wordt vermeld dat Abraham veel nakomelingen zal krijgen, wat erg belangrijk is in de Oosterse cultuur, maar ook dat deze machtig zullen zijn, ze zullen de de poort van hun vijanden in bezit nemen, wat betekent dat ze de steden van hun vijanden in bezit zullen nemen (cf. de belofte aan Izaäk in Gen. 24:60). De poorten zijn de toegang tot een stad, heb je die eenmaal veroverd dan ben je heer en meester over de stad.

De belofte in vs. 18 zullen gezegend worden alle volken van de aarde zien we terug in de rede van Petrus (Hand. 3:25) en Paulus (Gal. 3:8, 16) waaruit blijkt dat dit in vervulling is gegaan door Jezus Christus.

Tot slot lezen we nogmaals dat Abraham en Izak samen terug gaan naar Beersheba, samen gingen ze op weg naar Moriah om gehoorzaam te zijn aan de opdracht van God. Nu mogen ze samen teruggaan met nogmaals een onder ede gegeven belofte van God dat ze gezegend zullen zijn.

Tags: , ,

15) Toen riep de Engel van de HEER tot Abraham voor de tweede keer vanuit de hemel;

16) En zei: Ik zweer bij Mijzelf, zo spreekt de HEER;
daarom omdat jij dit gedaan hebt en je zoon, jouw enige, niet hebt onthouden;

Genesis 22:15-16 (ABvertaling)

Dit is het zevende de deel van een reeks waarin we ons bezighouden met het Bijbelgedeelte waarin Abraham van God opdracht krijgt om zijn zoon Izak te offeren. Hier is deel 1, 2, 3, 4, 5. en 6. Alleen de belangrijkste punten zullen worden behandeld, voor hen die meer achtergrond of een verdere onderbouwing willen hebben verwijs ik naar het Bijbelgedeelte op onze website waar in meer detail alles wordt behandeld.

Voor wie de Engel van de Heer is zie onze vorige blog.

Deze bevestiging in vers 16 wordt onder eed gegeven “Ik zweer bij Mijzelf” (cf. Jes. 45:23; Jer. 22:5, 49:13). Een eed is het tot getuige oproepen van de almachtige God, wanneer God dus bij Zichzelf zweert wil dat zeggen dat Hij niemand boven zich heeft die Hij als getuige kan oproepen.

De Engel roept nu niet om nogmaals Abraham te waarschuwen, maar om de belofte van God die reeds eerder is gegeven, toen Abraham werd opgeroepen om uit Ur te vertrekken (Gen. 12:1ev) en later als bij de aankondiging dat Sara zwanger zou worden van Izak (Gen. 18:17ev), nogmaals te bevestigen. Deze keer zelfs onder ede, omdat Abraham heeft een volledig vertrouwen in God heeft getoond.

Wordt vervolgd…

Tags: , ,

13) Daarna sloeg Abraham zijn ogen op en keek,
en zie!, een ram was achter hem [die] met zijn hoornen vastzat in de struiken;
en Abraham ging [erheen] en pakte de ram en offerde die als offergave in plaats van zijn zoon.

14) En Abraham gaf die plaats de naam: De HEER zal het voorzien!
Daarom wordt tot op vandaag gezegd: Op de berg voorziet de HEER!

Genesis 22:13-14 (ABvertaling)

Dit is het zesde deel van een reeks waarin we ons bezighouden met het Bijbelgedeelte waarin Abraham van God opdracht krijgt om zijn zoon Izak te offeren. Hier is deel 1, 2, 3, 4 en 5. Alleen de belangrijkste punten zullen worden behandeld, voor hen die meer achtergrond of een verdere onderbouwing willen hebben verwijs ik naar het Bijbelgedeelte op onze website waar in meer detail alles wordt behandeld.

In vers 8 hadden we al gelezen dat Abraham zei dat God zelf zou voorzien en ook in vers 14 lezen we dat God het zal voorzien. In vers 13 zien we dat dit voorzien uitkomt want een ram zit achter Abraham verstrikt in de struiken. Het is deze ram die nu wordt geofferd als plaatsvervangend offer van Izak. Voor de Joden wordt altijd als bij hun offers aan dit plaatsvervangend offer gedacht. Voor ons christenen is dit een verwijzing naar God zelf die zijn Zoon offerde voor ons.

We zien nu dat Abraham deze plaats in het land Moriah de naam JHWH-jireh geeft, waarbij vertalingen als SV, HSV en NBV het overzetten met “De HEER zal het voorzien!“, de WV96 heeft afwijkend “de HEER ziet“, dit geeft meteen een andere betekenis en de vraag is waarom komen zij met een afwijkende vertaling. Ook het tweede gedeelte “Op de berg voorziet de HEER!” vertalen zij iets anders “Op de berg van de HEER laat Hij zich zien.” Dit komt omdat in het Hebreeuws het werkwoord niet in bedrijvende maar in lijdende vorm is geschreven, dus letterlijk “op de berg wordt het de HEER gezien“. Dit doet een aantal vragen oprijzen, wat wordt met de “berg van de HEER” bedoeld, omdat in het voorgaande hier niets over te vinden is. Bovendien is er de moeilijkheid van het onbepaalde “het“, wat wordt gezien? Wordt daarmee de HEER bedoeld, wat onwaarschijnlijk is omdat de Engel vanuit de hemel Abraham toeriep. Veel vertalers willen dan ook in bedrijvende vorm vertalen, “op de berg voorziet de Heer“. Het is dan ook een typische woordspeling in het Hebreeuws tussen enerzijds: “voorzien; bestemmen”,  anderzijds: “gezien worden; zich vertonen”. En dat geeft ons inzicht in wat hier wordt bedoeld, namelijk dat God het niet alleen al van te voren voorzag en er een bestemming voor had, maar ook dat Hij juist in deze hele geschiedenis gezien wil worden, dat Hij in deze geschiedenis alles in Zijn hand heeft.

Wordt vervolgd…

Tags: , ,

9) En zij kwamen op de plek die God hem gezegd had;
en Abraham bouwde daar een altaar
en hij plaatste het hout
en bond zijn zoon Izak
en legde hem op het altaar boven op het hout.

10) En Abraham strekte zijn hand uit en nam het mes om zijn zoon te slachten.
11) Maar dan roept de Engel van de HEER tot hem vanuit de hemel, en zei: Abraham, Abraham!
En hij zei: Zie, [hier] ben ik!

12) Toen zei Hij: Strek je hand niet uit naar de jongen en doe hem niets!
Want nu weet Ik dat jij Godvrezend bent
en je zoon, jouw enige, Mij niet onthouden
hebt.

Genesis 22:9-12 (ABvertaling)

Dit is het vijfde deel van een reeks waarin we ons bezighouden met het Bijbelgedeelte waarin Abraham van God opdracht krijgt om zijn zoon Izak te offeren. Hier is deel 1, 2, 3 en 4. Alleen de belangrijkste punten zullen worden behandeld, voor hen die meer achtergrond of een verdere onderbouwing willen hebben verwijs ik naar het Bijbelgedeelte op onze website waar in meer detail alles wordt behandeld.

Zoals normaal in de Hebreeuwse verhaaltrant, gaat de ontknoping snel (bijna afgeraffeld), Abraham bouwt het altaar, legt het hout erop en bind zijn zoon Izaäk en legt die op het altaar. En dan in vers 10 lezen we dat Abraham met uitgestrekte hand  daar staat om in één keer de keel door te snijden, zodat weinig pijn zal worden geleden. Hetzelfde zien we ook tegenwoordig bij het kosher doden van dieren door de Joden.

De Engel van de HEER spreekt het herhalende Abraham, Abraham! wat een uitdrukking van liefde is. Wie de Engel van de HEER is, is een belangrijke vraag. Sommigen stellen dat het God zelf, of de vleesgeworden Christus is, omdat in sommige teksten de engel wordt geïdentificeerd met de Heer zelf. Het is echter waarschijnlijker dat de engel van de Heer alleen maar God vertegenwoordigt; hij kan spreken voor de Heer, omdat hij met volledige bevoegdheid van de Heer wordt gestuurd.

Verder komen we hier bij de ontknoping dat Izak niet geofferd zal worden. Uit heel het Oude Testament blijkt dat God geen mensenoffers wil en het zelfs verafschuwt (Deut. 12:31, 18:10; 2 Kon. 16:3, 17:17, 21:6; 2 Kron. 28:3; Jer. 7:31, 19:5; Ezech. 16:20, 21). Bij de opmerking “nu weet Ik” blijkt dan ook dat God Abraham testte (zie ook vs. 1), de vraag komt wel op of God, die Alwetend is, dit al niet eerder wist. Of moeten we deze opmerking verstaan als een menselijke wijze van spreken.

Ik heb de titel van deze reeks “Opgang naar een offer” genoemd omdat een van de kernwoorden in deze geschiedenis “opgaan” is en zelfs het Hebreeuwse woord wat voor brandoffer wordt gebruikt heeft de letterlijke betekenis van “opgang/opgaan”. We hebben dan ook gezien dat Abraham op pad ging en God gehoorzaamde, in vs 9 zien we dat hij Izak op het altaar legt. Abraham heeft dus alles gedaan voor de “opgang naar het offer”. Het is dan ook interessant dat volgens Joodse commentatoren Abraham daarna zou hebben gezegd “dan ben ik hier tevergeefs gekomen“, waarop de engel antwoordde “Ik ontheilig niet Mijn verbond, en wat over Mijn lippen is gekomen, zal ik niet veranderen (Ps. 89:35); toen Ik tot u zei ‘neem‘ veranderde Ik niet, wat over Mijne lippen was gekomen, [want] Ik heb u niet gezegd: slacht (zie Gen. 22:10) hem, maar: doe hem opgaan (zie Gen. 22:2); [welnu], gij hebt hem doen opgaan, laat hem [nu weer] afdalen.

Wordt vervolgd…

Tags: , ,

« Older entries