‹ Bijbelquiz (237)Genesis 22 Opgang naar een offer (6) ›
Genesis 22 Opgang naar een offer (5)
Gepubliceerd op 19-01-2015

9) En zij kwamen op de plek die God hem gezegd had;

en Abraham bouwde daar een altaar

en hij plaatste het hout

en bond zijn zoon Izak

en legde hem op het altaar boven op het hout.

10) En Abraham strekte zijn hand uit en nam het mes om zijn zoon te slachten.

11) Maar dan roept de Engel van de HEER tot hem vanuit de hemel, en zei: Abraham, Abraham!

En hij zei: Zie, [hier] ben ik!

12) Toen zei Hij: Strek je hand niet uit naar de jongen en doe hem niets!

Want nu weet Ik dat jij Godvrezend bent

en je zoon, jouw enige, Mij niet onthouden hebt.

Genesis 22:9-12 (ABvertaling)

Dit is het vijfde deel van een reeks waarin we ons bezighouden met het Bijbelgedeelte waarin Abraham van God opdracht krijgt om zijn zoon Izak te offeren. Hier is deel 1, 2, 3 en 4. Alleen de belangrijkste punten zullen worden behandeld, voor hen die meer achtergrond of een verdere onderbouwing willen hebben verwijs ik naar het Bijbelgedeelte op onze website waar in meer detail alles wordt behandeld.

Zoals normaal in de Hebreeuwse verhaaltrant, gaat de ontknoping snel (bijna afgeraffeld), Abraham bouwt het altaar, legt het hout erop en bind zijn zoon Izaäk en legt die op het altaar. En dan in vers 10 lezen we dat Abraham met uitgestrekte hand  daar staat om in één keer de keel door te snijden, zodat weinig pijn zal worden geleden. Hetzelfde zien we ook tegenwoordig bij het kosher doden van dieren door de Joden.

De Engel van de HEER spreekt het herhalende Abraham, Abraham! wat een uitdrukking van liefde is. Wie de Engel van de HEER is, is een belangrijke vraag. Sommigen stellen dat het God zelf, of de vleesgeworden Christus is, omdat in sommige teksten de engel wordt geïdentificeerd met de Heer zelf. Het is echter waarschijnlijker dat de engel van de Heer alleen maar God vertegenwoordigt; hij kan spreken voor de Heer, omdat hij met volledige bevoegdheid van de Heer wordt gestuurd.

Verder komen we hier bij de ontknoping dat Izak niet geofferd zal worden. Uit heel het Oude Testament blijkt dat God geen mensenoffers wil en het zelfs verafschuwt (Deut. 12:31, 18:10; 2 Kon. 16:3, 17:17, 21:6; 2 Kron. 28:3; Jer. 7:31, 19:5; Ezech. 16:20, 21). Bij de opmerking "nu weet Ik" blijkt dan ook dat God Abraham testte (zie ook vs. 1), de vraag komt wel op of God, die Alwetend is, dit al niet eerder wist. Of moeten we deze opmerking verstaan als een menselijke wijze van spreken.

Ik heb de titel van deze reeks "Opgang naar een offer" genoemd omdat een van de kernwoorden in deze geschiedenis "opgaan" is en zelfs het Hebreeuwse woord wat voor brandoffer wordt gebruikt heeft de letterlijke betekenis van "opgang/opgaan". We hebben dan ook gezien dat Abraham op pad ging en God gehoorzaamde, in vs 9 zien we dat hij Izak op het altaar legt. Abraham heeft dus alles gedaan voor de "opgang naar het offer". Het is dan ook interessant dat volgens Joodse commentatoren Abraham daarna zou hebben gezegd "dan ben ik hier tevergeefs gekomen", waarop de engel antwoordde "Ik ontheilig niet Mijn verbond, en wat over Mijn lippen is gekomen, zal ik niet veranderen (Ps. 89:35); toen Ik tot u zei 'neem' veranderde Ik niet, wat over Mijne lippen was gekomen, [want] Ik heb u niet gezegd: slacht (zie Gen. 22:10) hem, maar: doe hem opgaan (zie Gen. 22:2); [welnu], gij hebt hem doen opgaan, laat hem [nu weer] afdalen.

Wordt vervolgd…


Tags: Abraham, Bijbelstudie, Genesis, Izaäk
Gerelateerde onderwerpen: Abraham, Bijbelstudie

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

De Bijbelonderzoeker