Articles by JP vd Giessen

You are currently browsing JP vd Giessen’s articles.

Dit is de 115de aflevering van de Livius Nieuwsbrief met nieuws over de Oudheid. De nieuwsbrief is gratis; voor adreswijzigingen en afmeldingen volstaan uitsluitend mailtjes naar nieuwsbrief@livius.nl.

Jona Lendering (redactie)

======================================

LIVIUS’ EIGEN NIEUWS

Een greep uit het Liviusaanbod: deze week beginnen de cursussen over de kunst van de Mamluken en Ottomanen in Dronten en over de Griekse mythologie in Bussum. De Amsterdamse cursus over het de eerste archeologen begint later deze maand.

De activiteit die we het liefst onder uw aandacht brengen, is het nieuwe tijdschrift Ancient History Magazine. Volgende maand gaan we geld inzamelen, vanaf maandagmiddag kunt alvast een eerste indruk opdoen – daar komt de download.

======================================

PRIJZEN WINNEN

Nog niet – of: pas net – in de winkel: de teksten die de Romeinse historicus Tacitus wijdde aan de Germanen, in een mooie vertaling van de Nijmeegse classicus Vincent Hunink. De Livius Nieuwsbrief mag van uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep drie exemplaren van In moerassen en donkere wouden verloten.

U dingt mee naar een van die drie exemplaren als u een mailtje terugstuurt met daarin de naam van een dit jaar precies twee millennia geleden gestichte plaats waarover Tacitus (met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid) een stoer verhaal heeft te vertellen. Onder de goede inzenders verloten we de drie boeken.

======================================

HET MOOISTE VAN DE MAAND

In onze erkend subjectief “het mooiste van de maand” genoemde rubriek dit keer het bericht dat het Nationaal Museum in Bagdad is heropend.

======================================

EGYPTE

Het graf van farao Senebkay, die gewelddadig aan zijn einde is gekomen.

Leuk artikel over de oud-Egyptische zorg voor de volksgezondheid.

Ze doen van alles met mummies, maar in ruim negen jaargangen van deze nieuwsbrief hebben we nog niet meegemaakt dat ze die hebben vervalst.

En verder: Abusir, Luxor en Taposiris Magna.

======================================

HET OUDE NABIJE OOSTEN

De klimaatcrisis rond 2200 v.Chr. (einde Oude Rijk Egypte, einde Akkad in Mesopotamië) blijkt ook meetbaar in China (context).

De opgraving in Sidon blijft voor verrassingen zorgen, zoals een “geheime kamer”. Dat “geheime” is natuurlijk de archeologische standaard-hype, maar het blijft leuk.

Rob van Gent verbeterde zijn Babylonische kalender-converter.

En verder: Aleppo, Horoztepe, sierraden uit Urartu, een orakel in Armenië, kopermijnen en Afghaanse oudheden.

En als u zich afvraagt waarom deze nieuwsbrief geen aandacht besteedt aan het filmpje met de vernietiging van oudheden in het museum van Mosul: dat is enerzijds omdat u het allang weet en anderzijds omdat uw redacteur geen kanaal wil zijn in de naargeestige realityshow waarmee ISIS rekruten wint.

======================================

DE OUDE GRIEKEN

Komt er dan geen eind aan, houdt het dan nooit op? Amfipolis moet tot elke prijs met Alexander de Grote in verband worden gebracht. Deze maand is het zijn moeder die er ligt begraven. (Er zijn munten gevonden uit de tweede eeuw die in elke andere opgraving zouden hebben gegolden als terminus post quem.) Wel mooie plaatjes.

En verder: het Myceense graf in Amfissa nog een keer.

======================================

ROME EN ZIJN RIJK

Om helemaal blij van te worden: een nieuw portret van keizer Hadrianus uit Yecla.

En verder: Toulouse, Léon, Yozgat, Constantinopel, een vondst voor de Calabrische kust en de laatste instorting in Pompeii.

======================================

BENOORDEN DE ALPEN

Het maandelijkse lijstje uit Groot-Brittannië begint dit keer met een grafsteen met de opvallende naam van een Boudicca. Even opvallend was het commentaar: “the lettering and the writing is very poorly done – perhaps by someone who was illiterate” (vergelijk de foto).

Daarop vervolgend: de Muur van Hadrianus, Whitchurch, Ipplepen en Lawford Field.

Spektakel in Tongeren: een Jupiterzuil.

En verder: de eerste heide in de Lage Landen, Harzhorn, Vieux-la-Romaine en een mooi filmpje van Carnuntum.

======================================

ISRAËL

Het Palestine Exploration Fund maakte foto’s openbaar van lang geleden opgegraven voorwerpen. Daarbij zat een scherf met een verbluffende afbeelding van JHWH en zijn Asjera.

We berichtten vorige maand over enkele kleitabletten die enig licht wierpen op de Joodse Ballingschap in Babylonië. Het begint inmiddels gebruikelijk te worden: het was weer eens geroofd materiaal.

En verder: Tel Eton, landschapsarcheologie in Israël en Byzantijnse wijn.

======================================

OVERIG

Aanwijzingen dat de akkerbouw zich sneller naar het westen verspreidde dan tot nu toe aangenomen.

Het dispuut over de Krim-schatten komt voor de rechter.

En verder: waren we allemaal maar kroonprins in Groot-Brittannië, dan kom je nog eens ergens.

======================================

BOEKEN

De boekenrubriek in de Livius Nieuwsbrief wordt verzorgd door Roel Salemink van de Amsterdamse Athenaeumboekhandel, die u de boeken snel zal leveren als u gebruik maakt van de onderstaande links.

Emily Wilsons Seneca: A Life (in de Verenigde Staten uitgegeven met de prikkelende titel The Greatest Empire) wil de definitieve biografie zijn van de stoïcijn en tragicus, de sobere rijkaard en de dienaar van de tiran Nero. De schrijfster, vertaalster van Seneca’s tragedies en auteur van The Death of Socrates, komt in 512 pagina’s behoorlijk in de buurt.

Een stap terug in de tijd naar Caesar, neemt Tom Stevenson in Julius Caesar and the Transformation of the Roman Republic ons mee naar het leven van de voorganger van Nero. In deze inleidende studie kiest de Australische wetenschapper voor de theorie dat Caesar niet streefde naar alleenheerschappij.

De Mirabilia Urbis Romae, in de twaalfde eeuw opgesteld door een kanunnik genaamd Benedictus, geldt als de moeder aller Romereisgidsen. In de gids wordt beschreven wat er in Middeleeuws Rome nog te zien was aan antieke overblijfselen (waaronder het Forum Romanum bevolkt door kuddes koeien) en alle christelijke plaatsen die konden worden bezocht. Deze Duitse uitgave (Mirabilia Urbis Romae – Die Wunderwerke der Stadt Rom, hardcover) bevat de oorspronkelijke tekst in het Latijn met daarnaast een Duitse vertaling opgesteld door vier Duitse classici. Het geheel is ingeleid en voorzien van allerlei extra informatie en is geïllustreerd met foto’s en kaarten. Zeer de moeite waard, zeker voor iedereen die is geïnteresseerd in Rome en de stad eens door Middeleeuwse ogen wil bekijken.

Overigens zal de Athenaeumboekhandel tijdens de Week van de Klassieken enkele interessante aanbiedingen doen, dus klik tussen 19 en 27 maart even op de website.

======================================

DWAASHEID

Johannes de Doper ligt in de Sint-Jan van Lateranen. En ook in de Umayyadenmoskee in Damascus. En sinds een paar jaar ook in Bulgarije. En dat kun je gewoon nóg een keer naar buiten brengen, want waarom zou je archeologisch nieuws maar één keer publiceren als je ook tweemaal naar fondsen kunt hengelen?

======================================

EN TOT SLOT

Een nuttige toepassing van Assyrische goden.

======================================

Oude nieuwsbrieven zijn te raadplegen via de website van het Rijksmuseum van Oudheden (2009, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014, 2015) en bij Aantekeningen bij de Bijbel.

Het is tof als u de nieuwsbrief wil steunen, maar liever hebben we deze maand geld voor de oprichting van Ancient History Magazine. Het bankrekeningnummer blijft IBAN NL26 INGB 0670 7911 21 t.n.v. Livius, maar het mag nu onder vermelding van “Kickstarter”. Dank u wel. (Als u niet in Nederland woont: BIC/SWIFT INGBNL2A.)

Tags: ,

Wekelijks wordt in deze Bijbelquiz een nieuwe vraag over de Bijbel gesteld, wie het antwoord denkt te weten mag deze als commentaar toevoegen. Het antwoord komt dan de volgende week, zodat iedereen de gelegenheid krijgt om mee te doen in deze Bijbelquiz. En schroom niet om een antwoord te geven, ook al hebben anderen al eerder een poging gedaan.

Antwoord van de vorige keer:

Als de hogepriester die met de heilige olie is gezalfd is gestorven is degene die doodslag had gepleegd vrij van zijn schuld en mocht hij veilig de vrijstad verlaten (Num. 35:28).

De vraag van deze week:

Hoeveel knechten had de man in de gelijkenis van de talenten, 3, 5 of 10?

Tags: ,

Na ons artikel van gisteren over de komende zonsverduistering is het aardig om te kijken of er ook in de Bijbel gesproken wordt over zonsverduisteringen. De enige vermelding waarvan zeker is dat het om een verduistering gaat staat in Amos 8:9Op die dag – spreekt God, de HEER – zal ik op het middaguur de zon doen ondergaan, en het land verduisteren op klaarlichte dag.”

Deze dag hebben de astronomen kunnen terugrekenen en was 15 juni 763 v.C. waar bij het maximum van de verduistering om 10:11 uur (lokale tijd Jeruzalem) was.

Hierboven is een kaartje met daarop het pad waar men toen de zonsverduistering kon zien. Als men zich toen binnen de blauwe lijnen bevond was de verduistering totaal, en de beste resultaten had men als de antieke waarnemer in de buurt van de rode lijn was. In Israël werd de zon dus niet geheel verduisterd, omdat deze te ver zuidelijk lag.

Nu is het leuk dat we met onze huidige kennis van de wiskunde en moderne computer technieken dit na kunnen rekenen. Maar echt leuk wordt het dat naast de genoemde vermelding in de Bijbel, deze datum ook nog eens wordt bevestigt door een Assyrisch geschrift (zie afbeelding hiernaast) welke bekend staat als het Eponym Canon. Hier wordt vermeld: “opstand in de stad Assur, in de maand Sivan. De Zon werd verduisterd.”

Tags: , ,

Op 20 maart is er een zonsverduistering te zien, alle reden om een al wat ouder artikel over wat een zonsverduistering is opnieuw te plaatsen.

Wat is een zonsverduistering
Een zonsverduistering ontstaat als de Nieuwe Maan recht voor de Zon staat. Daar de Maan een doorsnee heeft van ongeveer 3500 km en op een afstand van de Aarde staat van 356400 km lijkt het of de Zon net zo groot is als de Maan. Dat er niet bij iedere Nieuwe Maan een zonsverduistering komt wordt veroorzaakt door het feit dat de baan van de Maan een hoek maakt van 5 graden met de ecliptica.

Gevolg hiervan is dat de Maan 2 maal per maanmaand een kruising maakt met de ecliptica (=knooppunt). Door de grootte van de Maan is de maximale variabele in het knooppunt 18,5 graden. Tijdens zo’n knooppunt is een Zonsverduistering mogelijk.
Met deze feiten en een aantal rekensommen kunnen we bepalen wanneer en hoe vaak een zonsverduistering plaatsvindt:

  • De Aarde draait in 365,25 dagen om de Zon.
  • Van de Aarde afgezien legt de Zon ong. 1 graad per dag langs de hemel af.
  • De maximale afwijking van 18,5 graden in acht genomen dat een Zonsverduistering mogelijk is tijdens een knooppunt, kom je op ong. 37 dagen per jaar dat een eclips mogelijk is. (365,25/18,5*2=37)
  • Om de 29,5 dag is er een Nieuwe Maan. Dat betekent dat er per jaar minimaal 1 eclips is (37/29,5)
  • Deze periode, als de Zon in de buurt is van een knooppunt noemt men een eclipsseizoen.
  • Deze knooppunten verschuiven gemiddeld 19 graden per jaar, Hierdoor ontstaat per 173 dagen een eclipsseizoen. Er zijn dus gemiddeld 2 (partiële) eclipsen per jaar mogelijk.

Als men verder zou rekenen zou blijken dat na een periode van 54 jaar en 34 dagen een eclips weer in hetzelfde gebied op Aarde zal voorkomen, zij het op een andere meridiaan. Uit deze redenatie blijkt dat op een vrij eenvoudige manier eclipsen zijn te berekenen.

Geschiedenis
Edward Halley ontdekte in Griekse geschriften van Seutos dat de Babyloniërs dit ook al hadden ontdekt en dit de Saros noemden. De betekenis van dit woord lijkt volgens sommige bronnen zijn afgeleid van het Babylonische woord sar wat betekent prins, dit daar prinsen era vertegenwoordigden, net zoals deze eclipsen.

Een van de oudste vermeldingen van een zonsverduistering komt uit China. Het betreft de geschiedenis van Ho en Hi die niet in staat waren de zonsverduistering van 2136 v.C. (of 2159 v.C.) van tevoren konden voorspellen en daarmee een gevaar voor het keizerrijk hadden veroorzaakt. Een onbekende schrijver uit die tijd schreef:

Hier liggen de lichamen van Ho en Hi,
Wier lot, hoewel triest, is rijzende;
Verslagen omdat zij niet konden spioneren
De eclips welke onzichtbaar was.

Als straf voor deze daad werden zij ter dood gebracht, en om de staat te redden werd het volk opgeroepen om veel lawaai te maken, en vuurwerk af te steken. Gelukkig werd de draak, die volgens de keizer de Zon opat, verjaagd en was het keizerrijk gered.
Interessant is dat ze blijkbaar in staat werden geacht om een zonsverduistering te voorspellen.

Zoals reeds hierboven vermeld waren de Babyloniërs ook in staat om dit te doen, zij waren grote wiskundigen en bestudeerden intensief het heelal vanaf hun observatoria, de Zigguraths. Deze Zigguraths waren eigenlijk hoge tempels, vanwaar ze hun goden: de sterren en planeten vereerden. Die observaties waren nodig, daar, als men de gedragingen van de goden wist, ze daar hun voordeel mee konden doen. Uit hun ostraca zijn dan ook vele berekeningen gevonden van positiebepalingen van planeten, conjuncties van planeten en sterren (conjuncties zijn te vergelijken met zonsverduisteringen: diverse hemelobjecten staan voor een waarnemer op een rij, waardoor het een object lijkt), tot zelfs berekeningen van de banen en omloopperiodes van kometen.

De Grieken hebben deze kennis overgenomen en in de 6de eeuw voor Christus was Thales van Milete in staat om een zonsverduistering te voorspellen die het einde van een oorlog betekende tussen de Mediërs en Lydiërs ( 28 mei 585 v.C.).

Anekdotes

Naast deze volken zijn ook observaties van zonsverduisteringen bekend van de Maya’s, Koreanen en Egyptenaren. Leuk zijn de anekdotes die zich afspeelden rondom een verduistering:

  • In China en Indonesië maken ze, zoals reeds gezegd, veel lawaai omdat ze dachten dat de Zon werd aangevallen door een draak of zoiets, door het lawaai dachten ze de Zon te helpen en inderdaad het monster werd altijd afgeschrikt.
  • In 1504 weigerden Jamaicaanse inboorlingen Columbus voedsel te geven. Om uit deze impasse te komen dreigde hij met maansverduistering. Toen deze dan ook kwam waren de indianen zeer onder de indruk en overstelpten Columbus met voedsel.
  • Een soort gelijke gebeurtenis was van de Belg Albert Paulis die in Belgisch Congo gevangen was genomen door kannibalen. Om niet in de kookpot te verdwijnen, dreigde hij dat de Zon zou verdwijnen. Toen de duisternis op het verwachte tijdstip intrad, wierp het opperhoofd zich nederig ter aarde, de Belgische kolonialisten waren in een klap 6000 vierkante kilometer en anderhalf miljoen Afrikaanse kannibalen rijker.
  • Op basis van dit verhaal is later het bekende stripverhaal “Kuifje en de Zonnetempel” verschenen. Rider Haggerd heeft in zijn boek “De mijnen van koning Salomo” (1885) een soortgelijk iets beschreven, nu echter als locatie Zimbabwe.
  • Helaas zijn er ook heden ten dage nog New Agers die denken dat de huidige verduistering rampspoed zal brengen, ze baseren zich onder andere op de geschriften van Nostradamus. De afgelopen tijd hebben ook veel christenen zich achter dit soort zaken geschaard en denken dat bloedmanen en deze zonsverduisteringen oordelen van God zijn.
  • Andere volken, zoals de indianen in Venezuela, zijn romantischer aangelegd en geloven dat de Zon en de Maan de liefde bedrijven.
  • De Japanner Masharo Jasuchi zag het allemaal als een big practical joke en beschreef het als volgt: Kleine bleke Maan, eindelijk kan zij de Zon eens voor schut zetten.

Tags: ,

Dit artikel is onderdeel van een kleine serie hoe je de Bijbel systematisch kan bestuderen, eerder is behandeld:

De vorige drie keren hebben we het gehad over de verschillende genres in de Bijbel en hoe je die moet lezen en daarmee hebben we onbewust het onderdeel “begrijpend lezen” behandeld. Je weet hoe je een genre moet herkennen en moet lezen. Een andere onderdeel is “thematisch lezen” en daar willen we het deze keer over hebben.

Waarom thematisch lezen

Iemand vertelde me een keer dat hij iedere dag de Bijbel opensloeg en dan dat gedeelte las. Hij vond het belangrijk om iedere dag de Bijbel te lezen, maar vond het erg lastig om te begrijpen waar het allemaal over ging. Hij had grote vragen over bijvoorbeeld waarom God zich verhardde en de farao en zijn leger liet verdrinken en waarom de profeten zo hard tegen het Israëlische volk waren. Hij was van mening dat God liefde is en dat deze gedeelten regelrecht hier tegen ingaan. Ik vertelde hem dat zijn eigenlijke probleem was dat hij niet het hele gedeelte las. Was hij begonnen met heel Genesis te lezen, dan had hij gelezen waarom de Joden in Egypte kwamen en als hij daarna begon met Exodus dan had hij gelezen dat er een farao was opgestaan die Jozef niet had gekend. Vervolgens had hij kunnen lezen dat deze farao hard tegen het Joodse volk was en zich steeds meer verhardde, ondanks dat God hem vroeg om Zijn volk te laten gaan, in eerste instantie om alleen Hem te dienen. Deze persoon had dan kunnen lezen dat op een gegeven moment de maat voor God vol was en dat God, nadat farao zichzelf vele malen had verhard, nu farao verhardde. Het was een gevolg van farao’s handelen.

De hierboven geïllustreerde vorm van lezen, zou je “vrij lezen” kunnen noemen en werd de afgelopen jaren op scholen gepromoot. Het uitgangspunt bij dit “Vrij lezen” is leerlingen zelf laten bepalen waar hun interesses liggen en hen vrij te laten in de keuze van het gelezene. Dat geeft leesplezier, oftewel ‘vrolijkheid’. Nadeel is echter dat, hoewel er al voordat men gaat lezen de persoon een bepaalde interesse heeft, deze interesse nog niet is gevormd en het gevaar ligt dat deze persoon alleen die dingen gaat lezen die makkelijk zijn te begrijpen, zonder dat er verdere diepgang is en zonder dat de persoon het geheel begrijpt.

Wat is thematisch lezen

Een andere effectieve aanpak van begrijpend lezen in het onderwijs is ‘thematisch lezen’, hierbij wordt een thema vastgesteld. Binnen dat thema gaan de leerlingen een eigen hunkervraag formuleren (oftewel wat zij echt moeten en willen weten over dat thema). Voor onze Bijbelstudie betekent dat de leestekst bestaat uit een Bijbelboek of een aantal hoofdstukken die over eenzelfde onderwerp gaan. Vind je een een bepaald gedeelte iets niet, dan is de kans groot dat je het (later) in een ander gedeelte wel terugvind met als gevolg dat je daardoor je kennis over het onderwerp langzaam opbouwt.

Het voordeel van thematisch lezen boven vrij lezen is dat je jezelf dwingt om ook die gedeelten van de Bijbel te lezen die je anders niet zou lezen. Als je bijvoorbeeld als thema Abraham en Izak neemt, dan zul je in Genesis hun levensloop lezen in een verhalende vorm. Je leest dan bijvoorbeeld waarom Abraham God gehoorzaamt om naar Moriah te gaan om Izak te offeren (Gen. 22). Daarna ga je de andere gedeelten in de Bijbel lezen, zoals Hebreeën 11, waar je erachter komt waarom Abraham God vertrouwde. Door het verzamelen van de leesteksten en het lezen daarvan verwerk je deze tot informatie en krijg je een dieper inzicht in het gehele thema.

Hoe thematisch lezen

Als je begint met een bepaald thema is het goed om te bepalen waar je mee wilt beginnen. Het is verleidelijk om met een speciaal thema als ‘Gods liefde’ of ‘Christen zijn’ wil beginnen, maar deze thema’s hebben vaak al heel veel voorkennis nodig en het is dan ook verstandiger om in eerste instantie te beginnen met verhalende gedeelten. Hierdoor leer je eerst de grotere structuren in de Bijbel kennen en vandaar kun je uitstapjes maken naar kleinere thema’s die op het verhalende gedeelte aansluiten. Bijvoorbeeld ons voorbeeld over Genesis, nadat je de geschiedenis van Abraham hebt gelezen, ga je met behulp van een concordantie (een soort boek waar je alle woorden en onderwerpen in de Bijbel kan vinden) of een Bijbelse encyclopedie op zoek waar in de Bijbel nog meer over Abraham wordt geschreven en ga je die gedeelten lezen.

Veel mensen lezen één soort vertaling, welke de NBV, de NBG of de Statenvertaling kan zijn, daar is niets mis mee maar het zijn vertalingen en de vertalers hebben vaak (onbewust) hun eigen perceptie van het gedeelte erin vertaald. Ook kan het zijn dat in zo’n vertaling je sommige stukken niet direct begrijpt vanwege het woordgebruik. Het is dan ook goed om voor een beter inzicht een andere vertaling te gebruiken. De SV, HSV en Naardense vertaling zijn betrouwbare vertalingen die zo dicht mogelijk bij de grondtekst staan, en zijn om die reden geschikt om te weten wat er letterlijk staat. De NBV, NBG, GNB96 en Het Boek zijn vrijer vertaald en zijn voor de bestudering van de Bijbel minder geschikt, maar omdat ze in goed leesbaar Nederlands zijn geschreven een aanrader om het verhaal snel te begrijpen. Door het lezen van een gedeelte in verschillende vertalingen krijg je dus een goed beeld wat er wordt bedoeld.

Verder is het van belang dat je tijdens het lezen de waar, wie, wat, welke en waarom vragen stelt, zoals we een vorige keer hebben behandeld.

Een eerste verdieping

Bij het stellen van de bovengenoemde vragen is het een groot voordeel dat je niet alleen aantekeningen maakt van het gelezen gedeelte, maar ook probeert de tekst te ontleden zodat je snapt waar het over gaat. Als voorbeeld nemen we de tekst uit Genesis 22:1-2: En het gebeurde na deze dingen dat God Abraham testte; en Hij zei tot hem: Abraham! En hij zei: Zie, [hier] ben ik! En Hij zei: Neem nu je zoon, je enige die je liefhebt, Izak, en ga op naar de landstreek Moriah en offer hem daar tot een offergave, op één van de bergen, die Ik je zal vertellen.

En het gebeurde na deze dingen dat
God                   - Abraham testte
en Hij zei tegen hem  - Abraham!
En hij zei:           - Zie, [hier] ben ik!
En Hij zei:           - Neem nu     je zoon
                                    je enige
                                    die je liefhebt,
                                    Izak
                      - en ga op naar de landstreek Moriah
                        en offer hem daar
                                    tot een offergave
                                    op één van de bergen,
                                    die Ik je zal vertellen.

We zien nu direct dat in deze twee verzen de nadruk op een aantal zaken wordt gelegd, we zien het gesprek tussen God en Abraham, de nadruk die God legt op de beschrijving van Izak en hoe deze geofferd moet worden. Door deze methode krijgen we dieper inzicht in het verhaal.

Wordt vervolgd…

Tags:

Sinds Trouw op maandag 2 februari een interview afdrukte met dominee Edward van der Kaaij, die vertelde te hebben ontdekt dat Jezus niet heeft bestaan, zijn er historici die de krant de maat nemen. Ik ben een van die historici: nog op die maandag heb ik mijn wekelijkse stuk op de nieuwssite Sargasso benut om uit te leggen dat er iets mis was gegaan. Wat brengt een dominee op het idee dat Jezus niet bestond? Waar bemoeien historici zich mee? Wie zijn de verkondigde Jezus, de historische Jezus en de mythische Jezus? Wat is eigenlijk het probleem?

Hoezo, Jezus heeft niet bestaan?

Klopt. Jezus’ historiciteit staat niet ter discussie en heeft ook nooit ter discussie gestaan. Dominee Van der Kaaij is het slachtoffer van desinformatie. Hij is eerder beklagenswaardig dan boosaardig.

Oké, desinformatie dus. Maar waar komt die vandaan?

Dat is een lang verhaal. Het eerste wat je moet weten is dat je de Bijbel op verschillende manieren kunt lezen. Een gelovige zoekt in de oude teksten steun voor zijn geloof en inspiratie voor zijn leven. Hij neemt daarbij aan dat de Bijbel door God is geïnspireerd. Een historicus stelt andere vragen. Die wil weten hoe het vroeger is geweest en heeft geen oordeel over goddelijke inspiratie. De gelovige en de historicus hebben geen ruzie. Ze stellen slechts verschillende vragen.

Nu is het geen geheim dat de verhalen in de Bijbel elkaar soms tegenspreken. Zo sterft Jezus in het Evangelie van Marcus met het verwijt dat God hem heeft verlaten en sterft hij bij Johannes met een majestueus “het is volbracht”. Zo zijn er meer tegenspraken. De meeste gelovigen nemen die zoals ze zijn. Ze doen immers niet af aan de boodschap dat mensen elkaar lief moeten hebben.

Als de vraag desondanks acuut mocht zijn, kunnen gelovigen manieren bedenken om de informatie te harmoniseren. Ze kunnen bijvoorbeeld zeggen dat de zegslieden van Marcus en Johannes op verschillende plaatsen stonden en niet hetzelfde hoorden. Zo neutraliseer je het probleem.

Voor historici is zo’n inconsistentie geen probleem. Zij zien in de tegenspraken een aanwijzing voor de eigen boodschap van de evangelisten, voor hun persoonlijke visie. Johannes benadrukt Jezus’ goddelijke natuur, Marcus legt het accent op het onbegrepen lijden. Omdat ze andere accenten leggen, citeren ze andere laatste woorden.

Dat snap ik, maar ik begrijp niet wat dit heeft te maken met het niet-bestaan van Jezus.

Ik zei al dat het een lang verhaal werd. In de negentiende eeuw concludeerden namelijk steeds meer onderzoekers – theologen en historici – dat er wel erg grote verschillen waren tussen wat de kerken zeiden dat Jezus had geleerd en wat Jezus zélf had gezegd. Marcus vat bijvoorbeeld Jezus’ leer samen met ‘De tijd is aangebroken, het Koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’ Het probleem is dat het Koninkrijk van God nog steeds niet is gekomen.

Je kunt nu instemmen met het christelijke argument dat de Kerk, als zij liefde betoont, in feite het Koninkrijk is. Misschien bedoelde Jezus dat ook. De joodse teksten uit die tijd kennen echter niet veel parallellen voor zulk taalgebruik. Als antieke joden spreken over het einde der tijden en “de wereld die zal komen”, is dat zelden een betoog over geïnstitutionaliseerde naastenliefde. Dit is een serieus probleem. Je kunt het aanduiden als het verschil tussen enerzijds de door de kerken verkondigde Jezus, die het onderwerp kan zijn van verering, en anderzijds de historische Jezus, een charismatische joodse timmerman-messias die het onderwerp is van geschiedkundig onderzoek.

Nog steeds zie ik niet wat dit met die dominee heeft te maken.

We zijn er bijna. Alle historici die Jezus-onderzoek doen, accepteren dat de evangelisten hun informatie zó selecteerden dat ze een theologisch punt konden maken. Het onderzoek is erop gericht de zo geboden informatie kritisch te beoordelen en onderscheid te maken tussen informatie die betrouwbaar is en informatie die meer zegt over de evangelist dan over Jezus. Zoals ik al zei hebben de meeste gelovigen hier niet zoveel moeite mee, omdat de liefdesboodschap niet in het geding komt.

Er is echter één groep christenen die er wel problemen mee heeft: degenen die geloven dat de Bijbel letterlijk waar is. Mensen dus die de Bijbel niet lezen als een historisch document dat in een antieke context is geschreven door auteurs met specifieke boodschappen, maar als een tijdloze tekst – Gods woord immers – die absoluut altijd waar is. Zulke gelovigen, die de nuanceringen van het historisch onderzoek niet accepteren, kunnen, als ze ontdekken dat de inconsistenties onoverkomelijk groot zijn, alleen een even absoluut standpunt innemen: als de Bijbel niet letterlijk waar is, is ze helemaal niet waar.

Als je dan afvraagt waar het christendom vandaan is gekomen, kom je, om redenen die ik nog zal noemen, al snel uit bij het verouderde negentiende-eeuwse idee dat het is afgeleid van andere, heidense godsdiensten en dat Jezus nooit heeft bestaan. Naast de verkondigde Jezus van de kerken en de historische Jezus hebben we rond 1900 even de mythische Jezus gehad. Die is nu terug van weggeweest.

Er is hierover al veel geschreven. Maurice Casey toont in zijn recente boek Jesus. Evidence and Argument or Mythicist Myths? aan dat degenen die geloven dat Jezus niet heeft bestaan, de “mythicisten”, bijna zonder uitzondering afkomstig zijn uit zeer behoudende christelijke gezinnen of hun informatie over het christendom hebben ontleend aan zulke behoudende kringen. Ik ken dominee Van der Kaaij niet persoonlijk, maar hij past in deze profielschets.

Oké, ik snap het. Voor dominee Van der Kaaij was óf alles waar óf niets. Lezen met aandacht voor de historische context en de specifieke boodschap was er niet bij. Maar zo iemand stuur je toch op bijscholing? Wat is nou het probleem?

Maar Van der Kaaij hééft zich bijgeschoold. Hij vond alleen de verkeerde boeken. Boeken waarin staat dat alle religie is ontstaan uit natuurgodsdiensten en dat het christendom een afgeleide is van de Osiriscultus.

En dat is niet waar?

Nee. Dat alle religie is ontstaan uit natuurgodsdiensten is een theorie van rond 1900. De invloed van Osiris – of Dumuzi, of Mithras, de lijst van veronderstelde heidense voorbeelden is nogal lang – verklaart veel minder dan Jezus’ joodse achtergrond. Dat weten we ook alweer een eeuw. Sinds de ontdekking van de Dode Zee-rollen weten we echter helemáál zeker dat het beeld in de evangeliën van Jezus’ leven en leer perfect past in de toenmalige context.

Goed: de dominee is een integere man die zich het hoofd breekt over de inconsistenties in de evangeliën, vervolgens een te radicale conclusie trekt en negentiende-eeuwse theorieën is gaan afstoffen. Houdt niemand dat tegen?

Opnieuw: nee. Het hedendaagse onderzoek in de geesteswetenschappen wordt slecht uitgelegd. Academici worden immers vooral beoordeeld op de aantallen wetenschappelijke publicaties en niet op de mate waarop zij hun inzichten overdragen aan de gemeenschap.

Terwijl er dus nauwelijks gedegen voorlichting is, biedt het internet allerlei verouderde informatie. Oude boeken worden bij tienduizenden tegelijk ingescand en zijn online gratis te vinden. Actuele, wetenschappelijke literatuur ligt daarentegen op betaalsites, waarna het principe opgeld doet dat bad information drives out good. Daardoor maken negentiende-eeuwse ideeën hun comeback. Je ziet het ook met bijvoorbeeld nationalistische geschiedbeelden.

Welnu, ruim een eeuw geleden is ook even geopperd geweest dat Jezus misschien een mythisch figuur was. In het Derde Rijk schijnen mensen te zijn geweest die liever helemaal geen Jezus hadden dan een joodse Jezus. Meer aanhang heeft de mythische Jezus in feite niet en Van der Kaaij citeert dan ook geen recente wetenschappelijke literatuur. Hij kent vooral Amerikaanse, niet-wetenschappelijke boeken en heeft vermoedelijk niet door hoe oud de daarin vervatte theorieën zijn.

Maar de PKN grijpt nu toch in?

Daar was inderdaad sprake van, maar het is ook tegengesproken. Ik volg de interne kerkelijke discussie echter niet zo. Ik ben historicus en de verspreiding van onzin is voor mij belangrijker.

Maar als het onzin is, verdwijnt het toch wel?

Niet dus. Dit denkbeeld heeft dankzij Trouw alle ruimte terug. Laat ik duidelijk zijn: Trouw mocht beslist aandacht geven aan de ophef rond Van der Kaaij. Die aandacht is echter – en dat is de kern van de zaak – geen reden om hem zo uitgebreid aan het woord te laten over zijn negentiende-eeuwse ideeën. Eén alinea zou genoeg zijn geweest maar Trouw bood hem een interview.

Nu kunnen, en mógen, kranten fouten maken. Als ze die maar herstellen en dat gebeurde niet. Minstens drie historici hebben Trouw gewaarschuwd, waaronder oud-VU-hoogleraar oude geschiedenis Bert van der Spek. Nu weten professoren heus niet alles, maar als iemand die er verstand van heeft de moeite neemt je te waarschuwen, spits je als redactie je oren. Trouw publiceerde op vrijdag 6 februari echter een hoofdredactioneel commentaar waarin de redactie stelde dat de discussie over Jezus’ historiciteit onbeslist was. Men hield dus staande dat de negentiende-eeuwse discussie over Jezus’ bestaan nog actualiteit bezat. En dát is de ontsporing.

Dat geloof ik niet. Je beweert toch niet dat Trouw niet zou weten wat er in de twintigste eeuw aan onderzoek is gedaan?

Dat beweer ik wel. Trouw weet blijkbaar niet dat degenen die de Dode Zee-rollen, de archeologie van Galilea of de antiek sociale verhoudingen bestuderen, geen van allen Jezus’ historische bestaan ontkennen. De historiciteitsdiscussie is alleen actueel in het hoofd van de Trouw-redactie, van een verwarde dominee en van zijn verwarde geestverwanten.

Maar dat kán toch gewoon niet? Zo slecht is Trouw toch niet?

Dat is het verbazingwekkende. Trouw is inderdaad geen slechte krant. Als er fouten worden gemaakt, geeft die krant die toe, zoals nog onlangs gebeurde toen een medewerker artikelen uit de duim bleek te hebben gezogen. Trouw benoemde dat probleem en pakte het aan. Dit keer niet: op 6 februari volhardde de redactie in het standpunt dat de discussie over Jezus’ onbeslist was.

In de week daarna lijkt er toch enig inzicht te zijn gegroeid, maar het kwam niet tot een ridderlijke erkenning dat een fout was gemaakt. De hoofdredacteur schreef op zaterdag 14 februari dat zijn eerdere opmerking “nuance” behoefde, maar dat is nogal een understatement als je net een eeuw wetenschappelijk onderzoek hebt genegeerd. Als je twee pagina’s desinformatie de wereld in hebt geslingerd en in een hoofdredactioneel commentaar dat nog eens hebt bevestigd, kan een terloops opmerking over nuancering alleen worden getypeerd als false balance.

Wat is dat?

Een journalistieke doodzonde. Vergelijk het met de klimaatwetenschap: onderzoekers zeggen unaniem dat de aarde opwarmt en hoewel een goede journalist weet dat er dissidenten zijn, weet hij ook dat die zich vergissen. Als je zulke stemmen teveel aandacht geeft, heet dat false balance.

Het moet echter gezegd: de krant heeft geprobeerd het recht te zetten. Trouw bood ruimte aan theoloog Sam Janse, die in een keurig stuk de argumenten vóór Jezus’ bestaan noemde. Het probleem is dat Janse, die zeker niet zonder verdienste is, weinig weet van hedendaagse wetenschapscommunicatie. Trouw heeft niet gezocht naar iemand die met kennis van zaken én met kennis van voorlichting te werk kon gaan. Nu wordt het hedendaagse onderzoek in de geesteswetenschappen inderdaad slecht uitgelegd, maar er zijn wel een paar mensen die het kunstje verstaan. Trouw heeft die niet weten te vinden.

Wat is er dan fout aan Janses stuk?
Janse beschrijft de niet-christelijke bronnen over Jezus en vermeldt verder dat Paulus nooit polemiseert tegen iemand die hem zei “Zeg Paulus, die Christus van jou, dat is een mythisch figuur, waarom zeg je toch dat hij echt heeft geleefd en is gekruisigd?” Dat is onberispelijk en het is ook wat bijvoorbeeld Fik Meijer zei in een vraaggesprek met de EO. Het is echter niet ter zake. Degenen die denken dat Jezus niet heeft bestaan, kennen die teksten heus wel maar ze hebben er andere verklaringen voor. De vraag is niet welke bronnen er zijn, de vraag is waarom de wetenschappelijke uitleg daarvan beter is.

Ik waardeer Janse, maar dit was slechte voorlichting. Wat hij in feite zegt is: Van der Kaaij legt de bronnen linksom uit, ik leg de bronnen rechtsom uit, en het is zoals ik het zeg, want ik ben hier de echte wetenschapper. Alle vakliteratuur adviseert voorlichters uit te leggen waarom de wetenschappelijke uitleg beter is. Wie wetenschapsjournalistiek bedrijft, moet methodische punten maken. De benadering van Janse – en ook die van Meijer – is een kwart eeuw verouderd.

Waarom is de wetenschappelijke uitleg eigenlijk beter?

Om verschillende redenen. Eén ervan is dat de wetenschappelijke benadering consistent is en die van Van der Kaaij niet. De mythicisten mogen natuurlijk hardere empirische onderbouwing voor Jezus’ bestaan eisen, mits ze die eis tevens stellen aan andere personen uit de Oudheid. Dat doen ze echter nooit.

Een tweede punt is dat historische betrouwbaarheid vaak geen kwestie is van empirische onderbouwing. We nemen aan dat een methode die altijd werkt en onafhankelijk is bevestigd, ook in het geval van Jezus werkt. In jargontermen: we hebben niet te maken met de correspondentietheorie van de waarheid, maar met de coherentietheorie.

Dit is stof die een geschiedenisstudent in zijn eerste semester krijgt aangereikt. Het is ook niet ingewikkeld. Janse had dit best aan de lezers van Trouw kunnen uitleggen. Als wetenschapsjournalistiek was dit onder de maat.

Hoe nu verder?

Ik heb mail gehad van mensen die vinden dat een krant die een hoogleraar negeert, zich moet verantwoorden bij de Raad voor de Journalistiek. Er is bovendien sprake van een ondeskundig rechtgezette false balance. Dat is inderdaad iets waarover de Raad zou kunnen oordelen. Het moet echter ook worden gezegd dat de geesteswetenschappen zich slecht uitleggen. Er zijn verzachtende omstandigheden.

En Van der Kaaij?

Daar ga ik niet over. Het lijkt me geen schurk. Laat de PKN eens rustig met hem praten en uitleggen hoe het Jezusonderzoek in elkaar steekt. Ik denk dat het daar ook wel op zal uitdraaien.

En tot slot: waar leren wij meer?

Hier.

Gastschrijver: Jona Lendering

Dit artikel is eerder verschenen op de weblog van Jona Lendering.

Tags: , , ,

Wekelijks wordt in deze Bijbelquiz een nieuwe vraag over de Bijbel gesteld, wie het antwoord denkt te weten mag deze als commentaar toevoegen. Het antwoord komt dan de volgende week, zodat iedereen de gelegenheid krijgt om mee te doen in deze Bijbelquiz. En schroom niet om een antwoord te geven, ook al hebben anderen al eerder een poging gedaan.

Antwoord van de vorige keer:

Omdat de voedster van Mefiboseth hem tijdens haar vlucht had laten vallen is hij kreupel geworden (2 Sam. 4:4)

De vraag van deze week:

Iemand die doodslag had gepleegd kon zijn leven reden door naar een vrijstad te vluchten, echter wanneer mag hij die stad weer veilig verlaten.

Tags: ,

Dit is de 113de aflevering van de Livius Nieuwsbrief met nieuws over de Oudheid. De nieuwsbrief is gratis; voor adreswijzigingen en afmeldingen volstaan uitsluitend mailtjes naar nieuwsbrief@livius.nl.

Een greep uit het Liviusaanbod: cursussen over Griekse mythologie (Bussum), over de eerste archeologen (Amsterdam: belooft heel leuk te worden) en de kunst van de Mamluken en Ottomanen (Dronten).

Jona Lendering (redactie)

======================================

NIEUW TIJDSCHRIFT

Livius gaat meewerken aan een nieuw tijdschrift over de oude wereld.

Zijn die er dan niet? Gek genoeg: nee. Er zijn tijdschriften over de klassieken. Er zijn tijdschriften over archeologie. Er zijn tijdschriften over het oude Nabije Oosten. Er zijn tijdschriften over Griekenland en Rome. Maar een tijdschrift over de Oudheid, dat is er niet.

Uitgeverij Karwansaray wil nu een écht oudheidkundig tijdschrift gaan maken, waarin alle regio’s en alle perspectieven aandacht krijgen. Ancient History Magazine wordt rijk geïllustreerd, is journalistiek van opzet, biedt zesmaal 64 pagina’s per jaar en heeft duidelijke thema’s. En Livius werkt er dus aan mee.

Het plan is om binnenkort een PDF te presenteren die een beeld geeft van de plannen. In maart willen we dan een crowdsourcingproject doen (een “Kickstarter”), waarmee we in het najaar een papieren nulnummer kunnen uitbrengen. Als ook dat lukt, gaan we in 2016 echt van start.

Belangstelling? Suggesties? Klik hier en vul de digitale enquête in. Andere ideeën kunt u hier kwijt. Dank voor uw medewerking!

======================================

HET MOOISTE VAN DE MAAND

In onze erkend subjectief “het mooiste van de maand” genoemde rubriek dit keer het Cypriotische Idalion: een schakel tussen het Nabije Oosten en Griekenland. Met een foto van een standbeeld dat je zo snel niet aan een van de twee cultuurkringen kunt toeschrijven.

======================================

HET OUDE NABIJE OOSTEN

Verdere verwoestingen door ISIS: de gereconstrueerde stadsmuren van Nineve. De eigenlijke resten zijn niet beschadigd – althans niet dit keer. Meer ellende hier.

In het oosten van Iran ligt de oeroude “verbrande stad”, waar nog altijd ontdekkingen worden gedaan in de luwte van het grote nieuws. Het gaat echter om een van de oudste steden ter wereld, halverwege de Induscultuur en Mesopotamië.

En verder: restauratiewerk in Irak, idem in Babylon, belangstelling voor Sardes en Judith Weingarten heeft het een en ander te vertellen over Amazones (1, 2).

======================================

EGYPTE

Het werd grappig gebracht maar was natuurlijk niet grappig, dat de baard van het masker van Toetanchamon was afgebroken. Sancties. Restauratie.

Weer eens een museumplundering, dit keer in El Arish (Sinai). Desondanks nodigt de onvermijdelijke doctor Zahi Hawass u uit naar het veilige Egypte te komen.

Misschien al eerder genoemd: de vondst van het graf van een nog onbekende koningin, Khentakawess.

En verder: reconstructie van Early Dynastic-huizen, Gebel el Silsila, Tell Habuwa (meer) en Luxor.

======================================

SAPFO & DE VERNIETIGING VAN KARTONNAGES

Er is het laatste jaar veel te doen geweest rond de ontdekking van twee fragmenten van de dichteres Sapfo. Na het schandaal van het vervalste Evangelie van de Vrouw van Jezus (overzicht) was de vraag actueel of de Sapfo-fragmenten wél echt waren, want stukken antieke papyrus kun je gewoon kopen en antieke inkt kan simpel zó worden nagemaakt dat het niet valt te herkennen (doe-het-zelf). We zouden gerustgesteld zijn geweest als we wisten waar de Sapfo-teksten vandaan kwamen en één theorie luidde dat ze afkomstig waren uit een kartonnage, d.w.z. het papier-maché-deel van een mummie.

Dat klonk aannemelijk. Er zijn de laatste tijd wel meer kartonnages kapot gemaakt om Griekse teksten te bemachtigen en dat heeft in 2012 geleid tot de ontdekking van een heel oud evangelie-fragment. Eerlijk is eerlijk: niet elke kartonnage is van even grote cultuurhistorische waarde (al is er geen enkele aanleiding ze kapot te maken zolang er in musea nog duizenden ongepubliceerde papyri liggen). Het schokkende was dit keer dat de papyri uit de derde eeuw n.Chr. zouden komen en dat we geen kartonnages hebben uit die tijd. (De jongst-bekende kartonnages dateren van het begin van onze jaartelling.) Een onvervangbaar stuk informatie over de Egyptische lijkbezorging leek dus te zijn vernietigd. De gang van zaken verdiende, zoals men zegt, de schoonheidsprijs niet.

Het werd regelrecht verontrustend toen in de loop van 2014 andere herkomsten werden genoemd: mummiemasker, wijgeschenk en boekomslag. Bovendien werd beweerd dat de papyri uit de Oudheid stamden omdat de inkt spectrografisch was gedateerd – een techniek die niet bestaat. Er was iets grondig mis.

Onlangs werd een vijfde plaats van herkomst genoemd: uit een bekende collectie, jarenlang vergeten en toen legaal verhandeld. Dit kan waar zijn maar de twijfels overheersen (meer), harde woorden worden niet geschuwd en er is nog altijd niet uitgelegd waarom het nodig was de waarheid niet meteen te vertellen of een verhaal op te hangen over spectrografische dateringen.

Toevallig kwam deze maand ook het in 2012 ontdekte evangelie-fragment weer in het nieuws: het werd gepresenteerd alsof het pas was ontdekt. Trouw behield reserves maar CNN vloog erin. Misschien is er wel helemaal geen nieuws, want nog niemand heeft het fragment gezien.

Inmiddels is algemeen bekend dat je uit mummie-kartonnages Griekse teksten kunt halen, dat westerse verzamelaars daarvoor betalen en dat de politie niets doet. Dat leidt in elk geval tot handel in wellicht valse kartonnages op e-Bay (deze zijn overigens te oud om Griekse papyri te bevatten). Het enige goede nieuws is dat men in Egypte alarm slaat. “Een ding staat vast,” concludeert Theo Toebosch, “de hele gang van zaken heeft de papyrologie geen goed gedaan.”

======================================

DE OUDE GRIEKEN

Het voorlopige slot van de Amfipolis-hype: een graf met vijf skeletten.

De vondst van orichalcum (“bergkoper”) wordt sensationalistisch gepresenteerd, maar is wel degelijk nieuws. De Wiki biedt context.

Wijn drinkende Grieken speelden het kottabos-spel, waarvan de regels lijken te zijn gereconstrueerd.

Interessante berichtgeving over de vondst van een buste van Hermes. Hoewel

En verder: een ongeschonden Myceens graf in Amfissa, Nichoria, Amathous, Sozopol, een grafveld in Alexandrië, het antieke schoonheidsideaal, een amulet met een palindroomtekst, Smintheum, Smyrna en een nieuwe aflevering in de soap over de Elgin marbles.

======================================

ROME EN ZIJN RIJK

Vrijwel alle media berichtten over een veelbelovende nieuwe methode om de verbrande documenten uit de Villa van de Papyri in Herculaneum te lezen.

Dit keer niet het maandelijkse bericht over een instorting in Pompeii, maar de teruggave van oudheden. En een mooi filmpje over de lelijke dag waarop de stad werd verwoest.

En verder: Karthago, Sorgat, vrouwen in het Romeinse leger, Rome (Colosseum), Romeins beton en de vondst van een Romeins bronsje in het verre Denemarken.

======================================

BENOORDEN DE ALPEN

Fijn nieuws: in de bouw ontdekt men dat archeologisch onderzoek een project nauwelijks vertraagt. Minder fijn: het zal, na de crisis en de bezuinigingen, niet als een verrassing komen dat de Nederlandse lokale overheden kennis verliezen van de archeologie.

Het maandelijkse lijstje uit Groot-Brittannië: Exeter en Hardknott Pass.

En verder: Langenslingen, Gent, Nijmegen (Kops Plateau) en Ronse.

======================================

ISRAËL, JODENDOM EN CHRISTENDOM

De dag van Jan Pieter van de Giessen kon niet meer kapot toen hij een telestichon zag in de tekst van het Bijbelboek Nahum.

Weer eens enkele vervalste voorwerpen uit Jeruzalem: dit keer de zegels van Baruch.

De Kasteel van Amstel-prijs voor het nieuwsbericht waarmee op de schandaligste wijze naar aandacht wordt gehengeld, gaat naar dit artikel: een verzameling kleitabletten die de Joodse Ballingschap in Babylonië documenteert. Dat is heel interessant, maar dat het de “grootste filologische ontdekking sinds de Dode Zee-rollen” zou zijn, is behoorlijk overdreven. Een realistischer artikel hier.

Veel gedoe over het non-nieuws dat de plek waar het proces tegen Jezus heeft plaatsgevonden, zou zijn ontdekt. Het was al vijftien jaar bekend en de kwalificatie dat een iets preciezere plaats “may have been discovered” maakt duidelijk dat men over de hoofden van het publiek weer eens het aloude archeologische spelletje Presenteer Uw Speculatie Als Feit speelt.

Na het driedubbele schandaal van het Evangelie van de Vrouw van Jezus, de Sapfo-papyri en het nog-steeds-niet-getoonde evangeliefragment wantrouwt u natuurlijk elke tekstvondst. Deze gnostisch-christelijke tekst en dit Bijbelfragment zijn echter volkomen bona fide.

En verder: Tel Burna, Bethsaida, een mogelijke synagoge op de Golanhoogte, de spotcrucifix van de Palatijn, een christelijk grafveld in Saoedi-Arabië en een, eh, “pre-christian church” op Cyprus.

======================================

OVERIG

Om helemaal blij van te worden is deze leuke online-expositie van papyri uit de collectie van de Leidse universiteit.

In Livius’ reeks museumstukken: een Assyrische kikvorsman, de Cyruscilinder, een heel oude Latijnse inscriptie, een lief beeldje van de schaking van Europa, het testament van Ptolemaios VIII en een portret van Marcus Antonius.

En verder: Jedda, een graf in Varna zonder datering, Vilar del Valls, Zita, Skythische vondsten uit Kazachstan en archeologenprotest in Frankrijk.

======================================

BOEKEN

De boekenrubriek in de Livius Nieuwsbrief wordt verzorgd door Roel Salemink van de Amsterdamse Athenaeumboekhandel, die u de boeken snel zal leveren als u gebruik maakt van de onderstaande links.

De Perzische koning Darius III (heerste 336-330), tegenstrever van Alexander de Grote, staat centraal in het boek Darius in the Shadow of Alexander van de Franse oudhistoricus en Alexander de Grote-expert Pierre Briant. In de Griekse en Romeinse bronnen wordt Darius vaak beschreven naar het stereotype beeld van de oosterling als weke en verwijfde heerser: “Ancient Classical accounts construct a man who is in every respect Alexander’s opposite – feeble-minded, militarily inept, addicted to pleasure, and vain”. Briant nuanceert dit beeld en probeert hem meer op waarde te schatten. Ditzelfde doet classica Emma Bridges voor Darius’ voorganger Xerxes (r. 486-465) in Imagining Xerxes: Ancient Perspectives on an Ancient King.

In The Day Commodus Killed a Rhino – Understanding the Roman Games gaat classicus Jerry Toner aan de hand van gladiator-keizer Commodus in op het enorme belang van de spelen in de Romeinse samenleving. Toner beweert dat het bloed en het spektakel van ondergeschikt belang waren tegenover wat er echt toe deed: “Gladiatorial games played a key role in establishing a forum for political debate between the rulers and the ruled.” De arena vormde de politieke vuist van de massa en het was dan ook niet gek dat er kosten noch moeite werden gespaard bij de organisatie van de spelen. Toner schreef eerder The Roman Guide to Slave Management.

In de jaren 65 en 63 voor Christus probeerde de Romeinse senator Lucius Sergius Catilina tot twee keer toe door een samenzwering de Romeinse Republiek omver te werpen en de macht van de Senaat te breken. Zijn pogingen mislukten, mede door het optreden van zijn belangrijkste tegenstander Cicero (een rol die wordt genuanceerd door tijdgenoot Sallustius). Oudhistorica Barbara Levick schreef een korte biografie van de illustere Catilina in de reeks “Ancients in Action”, waarin zijn leven centraal staat maar ook wordt ingegaan op de politieke cultuur in de nadagen van de Romeinse Republiek.

Schoonheid zoals dat door de oude Grieken werd ervaren en wat de nawerking daarvan is geweest in latere tijden is het onderwerp van Beauty – The Fortunes of an Ancient Greek Idea geschreven door classicus David Konstan. Het uitgangspunt van het boek is dat er twee noties van schoonheid bestaan, een erotische en een esthetische, die beide teruggaan op hoe de oude Grieken, en vooral Plato, het begrip definieerden. Het boek “makes it possible to identify how the Greeks thought of beauty, what it was that attracted them, and what their perceptions can still tell us about art, love, desire-and beauty.”

Eén van de belangrijkste steden in het oude Mesopotamië was Ur, gelegen in het huidige Irak. De stadstaat werd bewoond door de Sumeriërs en floreerde tussen de jaren 2800 en 2000 v.Chr. In Ur. City of the Moon God beschrijft archeoloog Harriet Crawford de geschiedenis en de belangrijkste gebouwen van de stad, maar ze gaat vooral in op de archeologische ontdekking ervan door Sir Leonard Woolley in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw en hoe er sinds dat moment met de overblijfselen, waaronder de bekende ziggurat, is omgesprongen.

======================================

DWAASHEID

Trouw besteedde aandacht aan een dominee die beweerde dat Jezus niet zou hebben bestaan. Uw redacteur vatte, bij wijze van commentaar, een eerdere reeks samen waarin hij erop wees dat kwakgeschiedenis zich verspreidt doordat de letterenfaculteiten de wetenschappelijke methode niet uitleggen en zich maatschappelijke afzijdig houden. Wie zich in de materie wil verdiepen, heeft iets aan dit literatuurlijstje.

En verder: de Ark van het Verbond. Zucht.

======================================

INTERNET

Het Nederlands Instituut voor het Nabije Oosten maakt weer enkele digitale publicaties openbaar.

======================================

EN TOT SLOT

Mocht het leven u zwaar vallen, dan bent u vast betoverd. Hier is de oplossing!

======================================

Oude nieuwsbrieven zijn te raadplegen via de website van het Rijksmuseum van Oudheden (2009, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014, 2015) en bij Aantekeningen bij de Bijbel. Als u de nieuwsbrief wil steunen, kunt u een donatie doen op rekeningnummer IBAN NL26 INGB 0670 7911 21 t.n.v. Livius, o.v.v. Ondersteuning Nieuwsbrief. Dank u wel. (Als u niet in Nederland woont: BIC/SWIFT INGBNL2A.

— Jona Lendering http://www.livius.nl/ http://www.livius.org/ http://mainzerbeobachter.com/ http://rambambashi.wordpress.com/ https://twitter.com/JonaLendering

Tags: ,

Wekelijks wordt in deze Bijbelquiz een nieuwe vraag over de Bijbel gesteld, wie het antwoord denkt te weten mag deze als commentaar toevoegen. Het antwoord komt dan de volgende week, zodat iedereen de gelegenheid krijgt om mee te doen in deze Bijbelquiz. En schroom niet om een antwoord te geven, ook al hebben anderen al eerder een poging gedaan.

Antwoord van de vorige keer:

Het boek Hooglied wordt gelezen op de 8ste dag van Pesach (het Joodse Paasfeest) en op bruiloften.

De vraag van deze week:

Waardoor is Mefiboseth kreupel geworden?

Tags: ,

Dit artikel is onderdeel van een kleine serie hoe je de Bijbel systematisch kan bestuderen, eerder is behandeld:

De vorige keer hadden we behandeld hoe je verhalende gedeelten kan bestuderen en daarvoor hadden we het over poëtische gedeelten. We hadden toen ook  al opgemerkt dat in de Bijbel veel geslachtsregisters staan. De meeste mensen vinden deze erg saai en droog en slaan die het liefste over. Toch zijn ook geslachtsregisters interessant en kunnen we daar veel informatie uit ophalen. We nemen als voorbeeld Mattheüs 1 waar het geslachtsregister van Jezus wordt weergegeven.

Belangrijk is om te weten dat geslachtsregisters in het oude Midden Oosten vaak dienden om de hoofdpersoon te identificeren, en meestal om te laten zien dat hij belangrijk is. Dat wil zeggen dat zo’n geslachtsregister soms een beetje kunstmatig is opgesteld. Zo lezen we in Mat. 1:17:

Al de geslachten dan, van Abraham tot David: veertien geslachten;
en van David tot de Babylonische ballingschap: veertien geslachten;
en van de Babylonische ballingschap tot Christus: veertien geslachten.

Het is toch wel erg toevallig dat het steeds precies 14 geslachten zijn en bij nauwkeurige bestudering valt op dat het niet steeds 14 geslachten zijn. Vergelijking met geslachtsregisters in het Oude Testament geeft aan dat we mensen missen. Het is dan ook belangrijk om te onderzoeken waarom deze mensen niet zijn opgenomen.

Verder zien we vaak plotseling extra details, zoals in dit hoofdstuk de vermelding van verschillende vrouwen, we moeten ons dan afvragen waarom zijn er deze extra details. In ons voorbeeld betreft het allemaal vrouwen die buiten de normale Joodse regels getrouwd zijn: een buitenlandse, echtbreuk, etc., terwijl volgens deze regels ook de zwangerschap van Maria buiten het normale huwelijk om was.  We hadden al eerder gesteld dat een geslachtsregister diende om te laten zien dat de hoofdpersoon belangrijk was en in deze context moeten we ons dan ook afvragen waarom deze vrouwen worden genoemd.

Ook zien we nog een patroon die in vers 17 wordt samengevat, het gaat om drie perioden en ook hier moeten we ons afvragen wat daarmee wordt bedoeld. In het eerste gedeelte zien we de wording van het volk Israël, in het tweede gedeelte Israël als koninkrijk, en ten slotte Israël in ballingschap. De schrijver laat daarmee zien dat met de komst van Jezus er een nieuwe periode begint, namelijk de komst van de Messias (wat staat daarover in het Oude Testament geschreven?) en dat Die een herstel teweeg zal brengen.

Tot slot kunnen we nog veel meer onderzoeken, wie zijn de personen die genoemd worden en wat weten we nog meer over hen, vaak geeft dat ook een hint waarom ze zijn opgenomen. Waarom wordt soms een broer genoemd of nog iemand anders en zo zijn er nog meer details die we kunnen bestuderen.

Wordt vervolgd…

Tags: ,

« Older entries