Articles by JP vd Giessen

You are currently browsing JP vd Giessen’s articles.

Wees niet te trots om anderen om advies te vragen

De weg van de dwaas is juist in zijn eigen ogen,
maar wie naar raad luistert, is wijs.
(Spreuken 12:15)

Sta open voor perspectieven uit een veelheid aan betrouwbare bronnen

Plannen falen, als er geen overleg is,
maar door de veelheid van raadgevers komt het nodige tot stand.
(Spreuken 15:22)

Waardeer de bronnen die onder je eigen medewerkers te vinden zijn

Maar Jezus zei tegen hen: Een profeet is niet ongeëerd,
behalve in zijn vaderstad en in zijn huis.
(Matteüs 13:57)

Tags: , ,

Voor de lezer: Onderstaand verhaal is een allegorie. Een verhaal wat bedoeld is om naast the passion van de EO te leggen om iets duidelijk te maken.

Het was de tussentijd. Hij was gegaan, en wij…wij waren moederziel alleen achtergebleven. Wachtend en uitziend naar de komst. Hij was ons na Pasen verschenen. Zo duidelijk, zo tastbaar. Brood ging naar binnen, Wij hadden z’n wond in z’n zijde gezien. Hij had zich bekendgemaakt en de grauwe sluier van de rouw en de dood weggenomen. Meer dan 500 hadden hem daadwerkelijk gezien. Niet weinig zou je zeggen en overtuigend genoeg. Als zelfs in de mond van 2 0f 3 getuigen al betrouwbaarheid genoeg lag. Echter, helaas waren daar ook die anderen. Betaalde krachten van de overpriesters en schriftgeleerden. Nu na Jezus hemelvaart gingen ze rond. Ze durfden en konden weer nu hij er niet meer was. Hun getuigenverslag vulde Jeruzalem. En het ergste was. Ze werd geloofd en nauwelijks tegengesproken. Hun boodschap venijnig en gemeen, betrok ons in een akelig toneelspel. Het drama van de opstanding in drie bedrijven. Eerste bedrijf : zijn dood Tweede bedrijf: de diefstal van zijn lijk uit het graf: Derde bedrijf: de fake boodschap van zijn opstanding. Daar ging ons evangelie, daar ging het goede nieuws. Ze bleef hangen tussen hemel en aarde als Jezus aan het kruis. Er bestond een behoefte aan herhaling. Konden we het maar overdoen. We zouden minder beduusd en overdonderd hen aan hun haren bij de levende heiland hebben gesleept. Hoewel je na z’n opstanding natuurlijk nooit wist wanneer op welke plek Hij er daadwerkelijk was. Konden we ze maar met hun ongelovige neuzen op de harde heilsfeiten drukken. Konden we maar.. Maar ja……. die kans was verkeken. Het moment van zijn aanwezigheid voorbij.

Het was Petrus geweest die ze had geïntroduceerd. De Griekse dramaspelers. Het had me enigszins verbaasd deze stoere visser met dit toneelgezelschap te zien binnenkomen maar aan de andere kant was het ook wel weer altijd hij die verrassende acties ondernam en daden stelde op de momenten dat je het niet verwachtte.

We hadden ze in Jeruzalem al eens een stuk van Dido zien opvoeren. Zo op een afstandje. Geld voor de zitplaatsen in het theater hadden we uiteraard niet gehad tijdens de navolging van onze arme meester Jezus.. Hun gerucht was hen echter vooruit gesneld in de smalle straatjes van Jeruzalem. Ze waren populair. De mensenmassa droeg hen echt op handen. Ze hadden een geweldig bereik en ze waren in staat het verleden als het ware tot leven te brengen. Ons was verteld hoe het theater zinderde van spanning door hun dramatische kwaliteiten op het moment dat Dido zich van het leven beroofde. Hoe het aanwezige publiek na afloop van deze voorstellingen,, het spektakel zwaar geëmotioneerd en in doodse stilte had verlaten. Ook was opgevallen hoezeer deze emoties raakten aan de onze. Nu wij om zo te zeggen onze Dido ( geliefde) zich hadden zien opofferen. Had ook hij zich niet overgegeven uit liefde voor ons zoals zij zich ter wille van de liefde voor Aeneas in de dood stortte?

Met enige goede wil konden liederen uit dit bekende dramastuk zo gebruikt worden in onze echte boodschap. Andreas, Muzikaal aangelegd had zich al met toewijding op deze taak toegelegd.

Er was wel behoorlijke overredingskracht voor nodig geweest om het toneelgezelschap zover te krijgen het door ons bedachte stuk uit te spelen. Een veel gehoorde klacht was dat men niet echt geloofde dat onze Jezus was opgestaan, terwijl dit gegeven in de door ons geschreven teksten zo duidelijk naar voren kwam . Hierop antwoordden wij steevast dat er op dit moment ook geschriften in omloop waren die het tegenovergestelde beweerden die werden uitgesproken door absolute opstandingsgelovigen. Een argument wat het niet zo geweldig deed bij ons toneelgezelschap.

Thomas bracht in dat ons verhaal ruim voldoende uitdaging bood en publiek zou trekken voor onze toneelspelers. Enkele jonge acteurs werd duidelijk gemaakt hoe deze rol een positieve bijdrage kon leveren aan hun carrière. Dit maakte meer indruk.

Gelukkig was ons door Jozef van Arimathea en Nicodemus een behoorlijke som geld gegeven Zij hadden de schaduw verlaten en stelden het ons als overtuigde gelovigen graag ter beschikking. Mattheus had in z’n functie als hoofdtollenaar om het zo te zeggen wel enige feeling gekregen met het moment waarop je financiën moest inbrengen in een gesprek. Hij nam nu dan ook het voortouw. Na een snelle berekening kwamen we erop uit dat voor ieder van de dramaspelers zo’n 30 zilverlingen beschikbaar was. Nog niet iedereen was overtuigd. Een consequente Griekse toneelspeler gaf aan publiek en privé toch in alle vrijheid te willen blijven zeggen niet te geloven in deze dwaasheid van een gekruisigde God en opstanding uit de dood. We keken een beetje benauwd. Zou dat de echte boodschap waarin wij zo hartstochtelijk geloofden niet ernstig bederven? We stemden toe en kochten van hem een moment van dramatische overtuiging voor een 30 muntig verradersloon. Hij mocht Jezus spelen. De mooiste rol voor de minst overtuigde van het stel.

We hadden succes. Tienduizenden kwamen naar Jeruzalem. Luisterend en kijkend naar de grote dramaspelers. Er werd overtuigend gespeeld en wij voelden de emotie kloppend in onze kelen als we keken hoe Jezus zijn lijdensweg ging. Mensen gingen weg, onder de indruk. Stiller en geëmotioneerder dan na de opvoering van Dido. Keer op keer werd het drama gespeeld en de media-aandacht nam alleen maar toe. Mensen voelden mee met de gespeelde mij, met Petrus. en zelf voor Judas had men sympathie. Ze deden me denken aan de vrouwen in Jeruzalem. De spelers deden hun spel en Christus werd opnieuw gekruisigd.

En toen. Toen brak dag 50 aan… Zij zagen wat aan ons. Onze monden werden plotseling geopend. We konden het eenvoudigweg niet langer voor ons houden. Na alle toneel en façade viel het doek.

En we spraken in wel 1000 talen zodat iedereen begreep en iedereen hoorde.

De bijtende spot kwam weer omhoog. We zouden dronken zijn. We waren het bijna ontwend na de maatschappelijke acceptatie van de afgelopen dagen. De woorden werden ons gegeven.

“.. Jullie … Jullie hebben hem gekruisigd.” Ze keken geschokt, persoonlijk aangesproken na al hun gespeelde medelijden en gekweekte emotie. Ontdaan door de beschuldigende toon.

“Dit… dit is nu wat er in Joel staat.” hoorde ik Petrus naast me jubelen. “God stort uit zijn Geest op alle vlees.” Er begon een andere wind te waaien door Jeruzalem. Ze vulde de pleinen en straten. Doorademde de huizen. De Geest maakte ruimte voor onze Jezus in harten van mensen.

“Wat moeten we doen?” Vroeg de Joods/Griekse toneelspeler wanhopig die nieuwsgierig was komen aanlopen. We keken hem aan en herinnerden ons met een schok onze Heiland weer. Zo totaal anders dan deze man “Keer je om, laat je dopen.” Zo spraken we. Die dag raakten we er 10 duizenden kwijt en wonnen er 3000. In de Hemel was er reden voor feest en wij… wij schaamden ons niet langer voor het Evangelie.

Dit artikel is geschreven door Kees de Leeuw

Tags: ,

Wekelijks wordt in deze Bijbelquiz een nieuwe vraag over de Bijbel gesteld, wie het antwoord denkt te weten mag deze als commentaar toevoegen. Het antwoord komt dan de volgende week, zodat iedereen de gelegenheid krijgt om mee te doen in deze Bijbelquiz. En schroom niet om een antwoord te geven, ook al hebben anderen al eerder een poging gedaan.

Antwoord van de vorige keer:

Het is altijd leuk als iemand anders eens een quizvraag stelt want dat betekent dat ook ik het moet nazoeken. Ik kom op 115 dagen uit, tenminste als je uitgaat van onze kalendermaanden, wat stellig niet het geval zal zijn geweest omdat de meeste oude kalenders 29/30 dagen hadden met een schrikkelmaand in dat geval kom ik op 113 dagen. Daarnaast blijft de vraag over of die 40 dagen na of vanaf de 1ste dag van de 10de maand moet worden gerekend. Als die ene dag apart moet worden gerekend komt er nog een dag bij. In ieder geval lezen we de 17de dag van de 7de maand – 1de dag 10de maand = 73 of 76 dagen. De context laat lijken alsof die 40 dagen erbij komen. Dus 113 of 117 dagen.

De vraag van deze week:

Deze keer een iets cryptische vraag, ik had net als James Bond een ‘license to kill’, hoefde voor mijn daden aan niemand verantwoording af te leggen behalve voor de keizer. Tijdens een feest werd mij gevraagd om iemand uit de weg te ruimen. Zonder verdere navraag en vooral ook om mijn gastheer een plezier te doen deed ik het. Mijn naam komt u niet in de Bijbel tegen, maar mijn beroep wel. Weet u wat voor soort persoon ik was?

Tags: ,

Vandaag verscheen in de Volkskrant een artikel onder de noemer “Lijdensverhaal Jezus is plagiaat“, waarin assyriologe Henriette Broekema betoogt dat het lijdensverhaal van Jezus grotendeels is overgenomen van Sumerische mythen.

Al meteen valt op, wat Broekema zelf ook erkent, dat er geen theoloog aan het woord is want ze gooit verschillende Bijbelteksten door elkaar. Bv. ze haalt Maria aan “Dat is gewoon de vrouw die Jezus met olie besprenkelt bij het laatste avondmaal, waarop Jezus zegt: ze bereidt me voor op het graf.” Iedereen die een keer de Bijbel heeft doorgelezen weet dat de zalving van Maria helemaal niet bij het laatste avondmaal gebeurde. Hetzelfde is haar vergelijking van het avondmaal met de volgens haar oudere avondmaal van de Romeinse god Mithras. Terwijl het duidelijk moge zijn dat dit avondmaal de sedermaaltijd is die al vanaf de Exodus van de Joden werd gevierd. Dus al werd gevierd toen deze Romeinse godsdienst nog niet eens bestond. Bovendien is deze vergelijking van het christendom met de Mithras godsdienst allang achterhaalt en geeft meer aan dat Broekema niet op de hoogte is van deze feiten. Verder gaat zij ervan uit dat ten tijde van Jezus er sprake was van een mondelinge traditie terwijl dat niet zo is, alleen al de vele brieven in het Nieuwe Testament bewijst het tegendeel. Wat voor zin zou het hebben om iets op te schrijven als ze het niet konden lezen.

Ook een opmerking dat het een oud raadsel is waarom Jezus in de evangeliën wordt aangeduid als koning, terwijl als je het Oude Testament leest weet dat de Joden al eeuwen een Messias (koning) verwachtten en dat het daarom helemaal geen raadsel is, temeer daar ook buiten-Bijbelse bronnen zoals de Dode Zee-rollen spreken over de komst van een Messias. Ze gaat ervan uit dat Golgotha een synoniem is voor de onderwereld, echter deze hypothese wordt zonder bewijzen geponeerd. In de rijke Joodse literatuur is dan ook niets hiervan terug te vinden.

Ze haalt aan dat het verraad van Judas is overgenomen van een Sumerische mythe waarin een herder genaamd Dumuzi wordt verraden door zijn vriend, echter logischer is het dat het is overgenomen uit Psalm 41:10 waar dit ook wordt vermeld. Waarom zou het afgeleid zijn van een mythe die vele duizenden kilometers verderop is ontstaan, terwijl dit ook in de Joodse literatuur is terug te vinden.

Bij het lezen kan ik niet anders concluderen dat haar verhaal aan alle kanten rammelt en ik denk dat het zeker niet zou zijn geplaatst als er een wetenschapsjournalist met een alfa achtergrond was geweest die haar interviewde, want welke gerenommeerde krant wil zich op deze manier belachelijk maken.

Tags: ,

Het schild van zijn helden is rood geverfd, de dappere mannen zijn in karmozijnrood gekleed.

Nahum 2:3 (HSV)

In het verleden had ik al eens over deze tekst geschreven en toen vermeldde ik dat er ten tijde van Nahum geen legers bekend waren die een rood uniform droegen. Eigenlijk kwam ik er toen niet uit, tot ik deze week weer eens dit kleine profetische boek in zijn geheel las en tot de conclusie kwam dat hier totaal iets anders wordt bedoelt. De profeet Nahum beschrijft hier op een haast Tolkienistische wijze het bloedige oorlogsgeweld, ook in het volgende hoofdstuk zien we dit “Wee de bloedstad, een en al leugen, vol buit! Het roven houdt niet op. Zweepgeknal, het geluid van ratelende wielen, galopperende paarden, hotsende wagens, steigerende ruiters, vlammende zwaarden en bliksemende speren, een menigte gesneuvelden en een massa dode lichamen. Ja, aan lichamen komt geen einde, men zal struikelen over hun lichamen!” In deze context wordt het duidelijk dat die rode schilden rood zijn geworden van het vele bloed en ook de kleding van deze strijders zitten zo onder het bloed dat ze rood zijn geworden.

Het gaat hier helemaal niet erom dat de wapenrusting rood is geverfd, maar dat ze rood zijn geworden door het oorlogsgeweld.

Tags: ,

Dit is de honderdenvijfde aflevering van de Livius Nieuwsbrief, een maandelijks verschijnend mailtje voor mensen met belangstelling voor de antieke wereld. Het wordt uitgegeven door Livius.

De nieuwsbrief is gratis en u kunt hem doorsturen aan wie u maar wil; voor adreswijzigingen en afmeldingen volstaan uitsluitend mailtjes naar nieuwsbrief@livius.nl.

Zomaar eens een cursus uit het Liviusaanbod: de reis naar Bulgarije.

Jona Lendering (redactie)

======================================

KORTING

Het Nijmeegse Romeinenfestival is dit jaar op zaterdag 31 mei en zondag 1 juni op het Kops Plateau, de plaats waar de Romeinse generaal Drusus ooit zijn hoofdkwartier had. Re-enactors, vertalers en wetenschappers uit binnen- en buitenland leggen uit hoe leuk de Romeinse tijd was.

Abonnees van deze nieuwsbrief krijgen 20% korting op de toegangsprijs, tenminste als u uw kaartjes bestelt via deze link.

======================================

NIEUW OP DE LIVIUS-WEBSITE

Er wordt nog volop gewerkt aan de vernieuwing van Livius.org, maar we voegden deze maand ook iets nieuws toe, namelijk een stukje over een Romeinse haven aan de Rode Zee, Akaba. Uw redacteur was namelijk in Jordanië. En daarover had hij nog meer te vertellen: in Gadara, op de berg Nebo, in Petra.

======================================

EGYPTE

Eigenlijk is dit geen nieuws: in Egypte plundert men vrolijk verder. En verder.

Ook al geen nieuws: een baviaan zou bewijzen dat het land Punt in Eritrea ligt. Hier is hetzelfde uit 2010, want waarom zou je, zoals archeologen plegen te zeggen, een persbericht één keer naar buiten brengen als je ook twee keer naar fondsen kunt hengelen?

Ondanks de schijn van het tegendeel was dit géén 1 april-grap.

Het maandelijkse gesleep met mummies: 1, 2, 3, 4, 5.

Een nieuwe maand, een nieuw beeld van Amenhotep III.

En verder: Abydos, een weerbericht met chronologische implicaties, Luxor, Luxor, Minya en een papyrus met een contract om een wijngaard te bewaken.

Plus: hoe generaal Allenby zijn klassieken kende en benutte. En hoe een moderne generaal oproept tot vandalisme.

======================================

HET OUDE NABIJE OOSTEN

Leuk artikel over de gebeurtenissen aan het einde van de Bronstijd: klimaatverandering, droogte, migraties (“zeevolken”) en interne revolutie. Het stuk hoort bij de publiciteit voor een boek waar je helemaal blij van wordt: als u dit jaar één boek over de Oudheid leest, neem dan 1177 BC. The Year Civilization Collapsed van Eric Cline.

De sombere situatie in Syrië (beschuldiging), Jemen, Irak en Afghanistan.

En verder: Jericho.

======================================

DE OUDE GRIEKEN

Grappig onderzoek naar een niet zo grappig onderwerp: gezichtsuitdrukkingen op Griekse grafstenen.

Voor wie eens een Grieks dinertje wil geven: tulpenbollen.

Vervolg over de vondsten in Vergina: 1 en 2.

En verder: een Griek in Egypte (en in het RMO), een graf in Athene, nieuwe opgravingen in Troje, scheepswrakken.

======================================

ROME EN ZIJN RIJK

De eerste veertig keer dat deze nieuwsbrief verscheen, was er een “Kasteel van Amsterdam-prijs” voor de opzichtigste manier om met een opgeleukt persbericht over een archeologische vondst te hengelen naar publiciteit (en fondsen). Deze maand reiken we die maar weer eens uit, want de claim dat Rome ouder is dan 753 v.Chr. is wel heel gênant. Zou er iemand zijn die waarde hecht aan de stichtingslegende?

Bravig stukje over onderwaterarcheologie, toch aardig.

In de stad zelf: restauratie van het Mausoleum van Augustus en een bedelende burgemeester.

Willen wij hier, in deze nieuwsbrief, meer of minder Pompeii? Minder! Minder!

En verder: Alexandria in Troas, keizer Claudius in Egypte, Algiers. En zo te zien is ook dit geen 1 april-grap.

======================================

BENOORDEN DE ALPEN

Weer eens een reconstructie van een Romeins schip, dit keer in Xanten.

Een beeldschone foto van het graf van een Germaanse zou je bijna doen vergeten ook de tekst ernaast te lezen. Die is ook interessant.

Het maandelijkse lijstje uit Groot-Brittannië: een aquaduct bij Cambridge, een weg bij Harrogate, een IJzertijd-muntatelier in Leicester, een mozaïek uit Wiltshire, Rendlesham (= Sutton Hoo).

En verder: Heffen, Ockenburg, Dudzele, Velsen.

======================================

DE VROUW VAN JEZUS

Mediamanipulatie inzake het Evangelie van de Vrouw van Jezus, en niet zo zuinig ook. U herinnert zich hoe anderhalf jaar geleden werd aangekondigd dat er een papyrussnipper was gevonden waarop leek te staan dat Jezus over iemand sprak als “mijn echtgenote”. De publicatie was al aangenomen door een wetenschappelijk tijdschrift, hoewel de herkomst onduidelijk was. In de blogosfeer werd vrij snel geconcludeerd wat de redactie van het tijdschrift had moeten zien: dat de snipper deels was overgeschreven uit een moderne uitgave van het Evangelie van Thomas en dat de kopiist zelfs een zetfout had overgeschreven. Dus werd de publicatie teruggenomen en werd aangekondigd dat onderzoek naar de herkomst zou plaatsvinden.

Wat zou dat kunnen opleveren? Oud papyrus kunt u overal kopen en het recept van antieke inkt is simpel: alle ingrediënten – bijvoorbeeld Arabische gom en roet – zijn gemakkelijk te verkrijgen. Hier vindt u het recept en een onfeilbare methode om “antieke” inkt zó te maken dat geen enkel laboratorium het als niet-antiek kan herkennen. Eitje.

Nu is er dan toch een uitkomst van het onderzoek: men kan niet eenduidig vaststellen dat het een vervalsing is. Maar dat wisten we dus anderhalf jaar geleden al en daaruit volgt dus niet dat het dus echt is.

Dat is wel hoe het naar buiten werd gebracht. Time en de New York Times leenden zich voor deze manipulatie van de berichtgeving, beide nog koppend dat het “waarschijnlijk” antiek was. De universiteit van Harvard liet die nuance maar helemaal achterwege. Time hypete meteen verder over de consequenties die een en ander zou hebben voor het hedendaagse christendom.

Hier is de eigenlijke publicatie. De inkt lijkt op oude inkt (maar die kan iedereen dus maken) en de papyrus is niet recent (maar die koop je op de markt). Cortomo, nix aan de handa.

Enkele redelijk-doordachte reacties uit de blogosfeer: 1, 2, 3 en 4. De twee belangrijkste reacties zijn die van Larry Hurtado: 1 en 2, die eraan herinnert dat het lab-onderzoek niets opleveren kón.

De conclusie lijkt dat men in Harvard tot alle prijs naar buiten heeft willen hebben dat het fragment authentiek is, en niemand heeft overtuigd. De universiteit is, ten opzichte van de sceptici, gaan bluffen en argumenteert niet langer. Dat voorspelt weinig goeds voor de toekomst. Gelukkig was het bericht net op tijd voor pasen.

======================================

ISRAËL, JODENDOM EN CHRISTENDOM

Een Bronstijdsarcofaag uit het noorden van Israël. En een duizend jongere sarcofaag: gevonden op de zwarte markt en dus zonder context, maar desondanks geïdentificeerd als joods.

Handig lijstje van buitenbijbels bewijs voor Bijbelse personen: vijftig namen met bewijsplaatsen.

Liviusdocent Richard Kroes schrijft over de oorsprong van het antisemitisme. Ofwel: je moet niet aan de Oudheid toeschrijven wat een antropologische constante is.

In Jeruzalem ruzieën we gewoon door: 1, 2, 3.

De Jacobovici-Zias-rechtszaak is begonnen en zoals u weet is de verliezer al bekend: de wetenschap.

En omdat het overmorgen Goede Vrijdag is: hoe zat het ook alweer met het joodse Paasfeest?

======================================

OVERIG

Een vrij principiële rechterlijke uitspraak over het auteursrecht op kritische edities van antieke teksten.

En nu we het toch hebben over de juridische kaders van de oudheidkunde: aangescherpte regels over de teruggave van gestolen waar.

De speelfilm Noah trok nogal wat aandacht omdat de regisseur zich niet letterlijk had gehouden aan de Bijbel-zoals-gelezen-door-conservatieve-Amerikaanse-christenen. Deze recensie suggereert dat het toch (of juist daardoor) de moeite waard is.

Al een tijdje wordt vermoed dat de Eerste Tussenperiode in Egypte samenviel met een soortgelijke crisis in Irak, al is daar een chronologisch probleem zodat we niet weten welke crisis precies. Nu kunnen we er de Induscultuur aan toevoegen. Op de achtergrond speelt een klimaatomslag.

En verder: Fenicisch Malta en Andalusië.

======================================

BOEKEN

De boekenrubriek in de Livius Nieuwsbrief wordt verzorgd door Lujzika Adema van Kooten van de Amsterdamse Athenaeumboekhandel, die u de boeken snel zal leveren als u gebruik maakt van de onderstaande links.

In deze april-editie Philip Hardie, Ineke Sluiter, het antieke Syrië, keizers, tentoonstellingen en een verse Top.

Lang verwacht, eindelijk verschenen: het boek van Aeneïsexpert Philip Hardie, The Last Trojan Hero, over het naleven van de Aeneïs in en na de oudheid in gebieden van literatuur en muziek tot politiek en visuele kunsten. Als we de kenners mogen geloven: een meesterwerk.

Ineke Sluiter, hoogleraar Grieks in Leiden, verzorgde al een hoorcollege over Socrates, nu is daar ook een handzaam boekje bij gekomen, in de reeks Elementaire Deeltjes. Kort, bondig en relevant, als een Nederlandse variant op de Very Short Introductions.

Een geschiedenis van drieduizend jaar Syrië, van het bronzen tijdperk tot keizerlijk Rome: Trevor Bryce heeft zich eraan gewaagd in een gedegen, maar toegankelijke publicatie bij Oxford: Ancient Syria. Goed ook als achtergrond bij de huidige problematiek aldaar.

Ter viering van het Augustusjaar en vlak na een succesvolle Week van de Klassieken is er in navolging van Suetonius Matthew Dennisons De twaalf Caesars en over Augustus en zijn wereld Divus Augustus (en hadden we al enige maanden de biografie van Dahlheim).

De oudheid wordt gevierd in de vorm van verschillende internationale tentoonstellingen met prachtige catalogi. Het Parijse Grand Palais viert Augustus met Moi, Auguste. Alvast inlezen kan met de rijk geïllustreerde catalogus. Gaat u liever naar Duitsland, dan is daar onder meer in Dresden een tentoonstelling te bezoeken over de receptie van Dionysus en een tentoonstelling in Bonn over Romeinse bronzen uit het Limesgebied. Ook daarvan hebben we alvast de catalogi in huis: Dionysos. Rausch und Extase en Gebrochener Glanz.

Als uitsmijter de Top Klassieke Oudheid van deze maand:

  1. Nog steeds op nummer één: Twee steden van Fik Meijer, over Constantinopel en Rome
  2. Confronting the Classicsvan Mary Beard, nu als voordelige heruitgave (recensie)
  3. Het derde deeltje Seneca in vertaling van Vincent Hunink, Ware Geluk, is net zo populair als voorgangers Lengte van Leven en Innerlijke Rust
  4. Niet nieuw, wel onverminderd populair: Ovidius’ Metamorphosen (vert. d’Hane Scheltema)
  5. Vincent Hunink schreef een boekje over de Vrouwen naast Paulus en deelt zijn plaats als hekkensluiter van deze top met Stoic Sage, de Cambridgepublicatie van hoogleraar in Utrecht én Berlijn René Brouwer.

======================================

DWAASHEID

Je wrijft je ogen toch uit als je leest dat kwakhistoricus Reza Aslan zomaar mocht spreken in de aula van de Universiteit van Amsterdam.

Het graf van Odysseus is ontdekt. En Sodom dit jaar ook alweer.

======================================

INTERNET

Sombere conclusies over de eerste twintig jaar internet: als het gaat om het digitaliseren van teksten zijn de beloften niet waargemaakt (en zo denkt uw redacteur er ook over).

======================================

OVERLEDEN

Richard Frye (1920-2014) is overleden, de man die eindeloos veel heeft gepubliceerd over de architectuur van Iran. Dat hij bepaald geen vijand was van het land, moge blijken uit dit filmpje en dat maakt dit protest regelrecht pijnlijk.

======================================

EN TOT SLOT

Nog vierenveertig dagen tot het Nijmeegse Romeinenfestival. Zie het begin van deze brief en uw kortingskaartje bestelt u dus via deze link.

======================================

Oude nieuwsbrieven zijn te raadplegen via de website van het Rijksmuseum van Oudheden (2009, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014) en bij Aantekeningen bij de Bijbel. Als u de nieuwsbrief wil steunen, kunt u een donatie doen op rekeningnummer IBAN NL26 INGB 0670 7911 21 t.n.v. Livius, o.v.v. Ondersteuning Nieuwsbrief. Dank u wel. (Als u niet in Nederland woont: BIC/SWIFT INGBNL2A.)

Tags: ,

Het afgelopen weekend heb ik verschillende lange wandeltochten gemaakt door de schitterende natuur van Schiermonnikoog. Heerlijk om niet alleen te genieten van de natuur, maar ook om eens na te denken over dingen waar je anders bijna nooit aan toe komt. Een van deze dingen was een email die ik van een Russische kennis had gekregen met een aantal moeilijke vragen over het geloof. Omdat het in het Russisch was geschreven en het met behulp van woordenboeken moest vertalen, stonden de woorden in mijn geheugen gegrift en zoals gezegd tijdens een van mijn wandelingen overdacht ik ze. Een van de vragen was waarom religieuze mensen toch zo graag zich ergens willen vestigen, een tempel willen maken en daar in de buurt willen wonen omdat ze dan het gevoel hebben om dicht bij God te wonen. En een andere vraag, waarom maken deze religieuze mensen zo graag tradities en dogma’s omdat ze zich er veilig bij voelen, terwijl in hun heilige geschriften toch vaak wat anders staat.

Als we in de Bijbel lezen, dan valt op hoe vaak we zien dat God in beweging is en ons mensen aanspoort om met Hem mee te gaan. In de eerste hoofdstukken van Genesis zien we al dat God door het paradijs wandelt, niet veel later lezen we dat Henoch wandelde met God, en weer later zien we dat de aartsvaders constant onderweg waren met God. In Exodus en volgende boeken zien we dat het Joodse volk na een verblijf van 400 jaar de Exodus gaan maken en dat God met hen meereist en zelfs een eigen tent, de tabernakel, heeft. Ook in het Nieuwe Testament zien we het, hoewel Jezus een eigen huis heeft in Kapernaum, is Hij constant op pad en Zijn discipelen en vele andere volgelingen reizen met hem mee. Daarna in Handelingen, maar ook in de vele brieven, lezen we dat de apostelen bijna constant onderweg zijn.

Watchman Nee heeft ooit een boek geschreven over de brief aan de Efeziërs en gebruikte drie kernwoorden, “zitten”, “wandelen” en “standhouden”. Het eerste “zitten” is belangrijk om te leren wat God met je wil, dat Hij je een plaats geeft (Ef. 2:6), daarna moet je niet blijven zitten, maar mag je met de opgedane kennis gaan “wandelen” (Ef. 4: 17, 23), je gaat het in de praktijk brengen. Door dit in praktijk brengen ben je constant in beweging en raak je niet vastgeroest, je komt in je leven nieuwe uitdagingen tegen die je moet interpreteren en beoordelen. Sommige zijn goed, andere zullen verleidingen zijn en je van het “rechte pad” brengen, om die reden besluit Watchman Nee met “standhouden” (Ef. 6: 11). Je gaat deze uitdagingen toetsen aan Gods Woord en handelt er naar.

Je weet dat God bij je is en dat je geen tempelgebouw, of kerkgebouw nodig hebt want je hebt God. Niet dat het gaan naar een kerk slecht is, maar het is slechts een tijdelijk gebouw waar je tijdens je leven naar toe mag gaan, maar je echte thuis is bij God en als je na een dienst weer het kerkgebouw verlaat mag je samen met God verder trekken.

Tags:

De laatste dagen zien we in de media regelmatig artikelen dat het in theorie mogelijk was dat de ark kon drijven en groot genoeg was om alle dieren te bergen. Vervolgens lezen we dan eerst dat een boel andere zaken van het Bijbelse zondvloed verhaal niet zouden kloppen. Zonder dan meteen een oordeel te vellen is het goed om eerst het onderzoeksrapport zelf te lezen. Het blijkt om een viertal studenten te gaan die als onderzoeksopdracht hadden of de afmeting van de ark, zoals beschreven in de Bijbel, voldoen. Het rapport zelf is hier te vinden.

Bij het lezen valt op dat ze zich puur beperken tot de afmetingen en de gebruikte materialen van de ark en daarnaast hebben onderzocht hoeveel dieren dan in deze ark pasten. Daarbij gaven ze als conclusies “Using Archimedes principle we conclude that the ark will be of sufficient buoyancy to withstand a mass of 50.54×106kg and therefore can safely support the mass of the animals” en verder “Therefore, regardless of which figure is correct, we believe the ark to be of sufficient buoyancy. Of course, this does not conclude whether logistically Noah’s ark was possible, it remains to be concluded if the size of the boat is sufficient to house all the animals“.

De meeste media artikelen hebben zich met name op het laatste gericht “this does not conclude whether logistically Noah’s ark was possible“, maar dat was ten eerste niet hun onderzoeksopdracht en ten tweede zou het korte rapport niet voldoende ruimte hiervoor bieden. Ze geven een mathematische redenering over de bouw en geven aan dat deze constructie ruimte bied dat deze echt kon drijven. Nu is dit niets nieuws want de Nederlander Johan Huibers heeft al eerder replica’s gebouwd, eerst een op kwart grootte en later een op werkelijke grootte. De enige afwijking is de stalen bak die onder zijn ark is geplaatst omdat dit een wettelijke verplichting was van de Nederlandse overheid, maar uit persoonlijk contact met Johan weet ik dat dit niet een strikte noodzakelijkheid was en dat ook zonder deze bak de ark volledig zeevaardig is.

Het rapport is dan ook niets meer dan een wiskundige bevestiging dat de ark inderdaad gebouwd had kunnen worden. De vele vragen rondom de logistiek, zoals voedselvoorziening, afvoer van de uitwerpselen komen niet aan de orde en ik hoop dat ook dit ooit zal worden opgepakt.

Tags: ,

Jonge leeuwen brullen tegen hem,
zij hebben hun stem laten klinken.
Zij hebben van zijn land een woestenij gemaakt.
Zijn steden zijn vernietigd, zodat niemand er meer woont.

Jeremia 2:15 (HSV)

De verwijzing naar leeuwen is hier een metafoor voor de Assyriërs (en later de Babyloniërs, zie Jer 50:17). Het woord kefirim heeft vaak de betekenis van jonge leeuwen of welpen, maar kan ook soms alleen leeuw betekenen, vandaar dat sommige vertalingen hier alleen met “leeuwen” vertalen. Als we deze tekst vluchtig lezen dan lijkt het dat deze leeuwen ‘brullend’ hun prooi bespringen en dan vervolgens blijft door brullen van genot, dat doen leeuwen niet, ze bespringen hun prooi in stilte, omdat ze geen andere (roof)dieren, zoals hyena’s willen aantrekken, die hen van hun prooi zouden kunnen beroven. We moeten ons dan ook afvragen wanneer leeuwen brullen en waarom. Er zijn een aantal redenen te vinden:

  1. Ze brullen in de paartijd om indruk te maken op de leeuwinnen en de andere mannelijke leeuwen af te schrikken. Een soortgelijk fenomeen zien we als ze hun territorium afbakenen. Ze grommen dan vooral tegen leeuwen van andere troepen die op hun territorium willen komen. Ook brullen ze in dit kader tegen andere roofdieren, zelfs tegen mensen als deze te dichtbij komen. Gevechten tussen de (dominante) leeuwen van verschillende troepen zijn luidruchtig, maar heeft niets te maken met het brullen zoals in bovenstaand vers.
  2. Ze brullen als ze gerust hebben, dit doen ze omdat de verschillende leden van de troep zich hebben verspreid om een plek te zoeken van waaruit ze hun eventuele prooi kunnen besluipen. Hierbij nemen sommige leeuwen een bovenwindse positie in, terwijl andere een benedenwindse positie innemen. De afstand tussen deze leeuwen kan groot zijn, soms wel 3 kilometer. Het doel van dit brullen schijnt dan ook te zijn om de positie van elkaar te bepalen. Zie ook het volgende punt.
  3. Leeuwen brullen als ze hongerig zijn. Hoe hongeriger ze zijn, des te harder brullen ze. Vooral ’s middags zijn brullende leeuwen erg hongerig. Nu valt op dat de bovenwindse leeuwen brullen, benedenwindse zelden. We zien hierin een bepaalde tactiek: De prooidieren merken niet alleen door het brullen dat er leeuwen zijn, maar ruiken ze ook. Hierdoor beangstigd zullen ze wegvluchten, richting de benedenwindse leeuwen, die zich wijselijk stilhouden om de prooidieren niet alert op hen te maken.

Omdat we hier te maken hebben met een profetie lijkt het dan ook zeer aannemelijk dat Jeremia bedoeld dat de leeuwen zich opmaken voor de jacht, met als logische afloop het tweede deel van de tekst, namelijk dat de prooi gevangen zal worden en gedood.

Tags: , ,

Het woord van de HEERE kwam tot mij: Wat ziet u, Jeremia? Ik zei: Ik zie een amandeltak.
Toen zei de HEERE tegen mij: Dat hebt u goed gezien, want Ik waak over Mijn woord om dat te doen.

Jeremia 1:11-12 (HSV)

De komende tijd wil ik weer regelmatig stilstaan bij onderwerpen uit de natuur en daar wat achtergrondinformatie over geven.

Bij de roeping van Jeremia toonde God hem een amandelstokje (Jer 1:11). Om dit beeld te verstaan moeten we weten dat de Amandelboom, de eerste boom in het Midden-Oosten is, die na de winter gaat uitbotten en bloesemen. Reeds in januari, als de andere planten nog in hun winterslaap zijn, gaan zijn knoppen al groeien en zelfs bloesemen. Hij reageert dus sneller dan andere bomen op de lentezon en lenteregen.

De Hebreeuwse betekenis van het woord amandel shaqed is dan ook waakzaam, oplettend. Welnu, zo zal God met grote ijver en met spoed waken over zijn woord dat het zal doen, waartoe Hij het zond. De NBV geeft als vertaling “zo snel als een amandelboom in het voorjaar uitbot, zo snel laat ik mijn woorden uitkomen.”, maar vergeet daarbij het Hebreeuwse beeld van de “waakzaamheid”.

Tags: , ,

« Older entries