Articles by JP vd Giessen

You are currently browsing JP vd Giessen’s articles.

De stem van de HEER breekt de ceders
Ja, de HEER breekt de ceders van de Libanon.

Psalm 29:5 (AB-vertaling)

Ik heb iets met ceders, deze geweldige en vooral grote bomen. Als ik even tijd heb dan ga ik naar een pinetum bij mij in de buurt waar een paar exemplaren staan, nee het zijn nog niet volwassen exemplaren zoals op de foto, maar toch zijn ze al behoorlijk indrukwekkend. In Nederland willen ze goed groeien en dat was een reden waarom in de 19de eeuw veel rijke mensen in hun tuin een ceder wilden hebben, belangrijker vonden ze natuurlijk dat de boom zo kolossaal werd en daar wilden ze mee pronken. Niet dat ze ooit in hun leven ooit de door hun geplante ceders in hun volwassenheid zouden zien, maar ze konden tegen iedereen vol trots zeggen dat ze een echte Libanon-ceder hadden.

Een bekend spreekwoord is dat ‘hoge bomen, vangen veel wind’, en de ceder is een hoge boom, stevig genoeg om bestand te zijn tegen de wind. Maar er is een gevaarlijker natuurelement, de bliksem. Doordat ze boven alle andere bomen uitsteken, zijn het perfecte bliksemafleiders en bijna alle grote ceders op de Europese landgoederen zijn dan ook wel eens geraakt. Op de foto zien we de ceder van het landgoed ‘kasteel Middachten’ en je kunt zien dat deze in de top is geraakt door de bliksem, met als gevolg dat een tak (van ruim twee meter doorsnee) werd verbroken en naar beneden denderde.

Het is dan ook hierover waar de Psalmist over spreekt. De stem van de Heer is de donder, die komt als het heeft gebliksemd en soms vliegt zelfs zo’n ceder in brand, zoals we in vers 7 kunnen lezen “De stem van de HEER slaat er [met] vurige vlammen in.” In zien we dan ook een schitterende beschrijving van het onweer. We moeten echter goed beseffen dat de dichter God niet als een onweersgod ziet, het gaat bij de psalmist niet om een accurate beschrijving, er is nl. ook een religieus element dat niet uit het oog mag worden verloren. De dichter spreekt over de stem van God, waarmee hij de donder identificeert, maar als we kritisch lezen dan zien we dat de dichter van meer spreekt, het gaat hem niet enkel om het geluid, maar vooral om de Goddelijke almacht die zich in dat geluid manifesteert. En het is deze Goddelijke almacht die de bomen aan splinters doet slaan, en om die reden worden juist de ceders genoemd vanwege hun grootsheid.

Tags: , ,

De Tamrurim

Zet wegwijzers neer, plaats spitse pilaren, richt je hart op de weg, het pad [waarop] je gewandeld hebt;
keer terug, jonkvrouw van Israël, keer terug naar je steden!

Jeremia 31:21 (AB-vertaling)

Nergens kun je zo makkelijk verdwalen als in de woestijn, alles lijkt op elkaar en het gevaar dat als je niet goed oplet en van de weg afraakt en verdwaalt is levensgroot aanwezig. Jeremia zal hiervan geweten hebben en haalt dit als voorbeeld aan in bovengenoemd vers met het advies om op zichtbare plekken wegwijzers te zetten, in de oudheid waren dit vaak opgerichte stenen of andere duidelijke kenmerken. Tegenwoordig zie je vaak dat sommige stenen beschilderd zijn om diezelfde reden. En tot zover is deze tekst duidelijk, ook de oproep van de “stadse” vrouw om terug te gaan naar de veilige steden.

Interessanter is de oproep “plaats spitse pilaren“, in het Hebreeuws staat hier het woord Tamrurim en is een woordspel met Thamar de palmboom waar in Jer. 10:5 over wordt gesproken. Als men zich richt op de verkeerde wegwijzers, dan kan het verkeerd met je aflopen. Daarom is het van belang dat je je op de gebaande weg begeef en niet afdwaalt. In Jeremia 10:5 lezen we “Ze zijn een palmboom, uit één stuk bewerkt, maar kunnen niet spreken“, in veel modernere vertalingen overgezet als “Ze zijn als een vogelverschrikker op een komkommerveld, want spreken kunnen ze niet” omdat ze het apocriefe EpJer. 6.70 “For as a scarecrow in a garden of cucumbers keepeth nothing” volgen. De vraag is af dit nodig is, want er is in deze context geen sprake van een vogelverschrikker, er is sprake van heilige boom verering en de Palmboom was in de oudheid een van de heilige bomen.

Omdat palmbomen voorkomen in de woestijn en behoorlijk spits zijn, geeft dat een wending aan onze tekst in Jer. 31:21. Er is een spottende ondertoon in, ze kunnen hun “geweide palen” oprichten, maar dat zal hun niet helpen. Ze moeten terug naar de paden van weleer, stoppen met dwalen in de woestijn en terug naar de steden, naar Jeruzalem, waar de tempel is.

Tags: , , ,

En er waren herders in deze regio, welke zich ophielden in het veld en de wacht hielden over hun kudde.

Lukas 2:8 (AB-vertaling)

De kersttijd komt er weer aan en in de eerste media zien we al weer berichten over de Bijbelse geschiedenis, wat is de Ster van Bethlehem en was het inderdaad mogelijk dat de herders midden in de winter buiten de wacht hielden. Reden om daar weer eens op in te gaan.

Volgens Lukas bevonden de herders zich in de buurt van Bethlehem. Echter is dit logisch? Temeer daar er een vermelding in de Mishna (Tract. Babab Kamma VII 7) staat dat het verboden is om binnen de landsgrenzen kleinvee te fokken. Echter het blijkt dat er een uitzondering wordt gemaakt voor verschillende regio’s, waaronder een gebied in de regio van Bethlehem namelijk Tekoa. Hier was ook een toren Migdal Eder welke door rabbi’s “het koninklijke kasteel van Bethlehem” wordt genoemd, deze toren werd gebruikt door herders welke schapen fokten voor de tempel. Deze locatie was uitermate geschikt, de tempel trok veel pelgrims die offerdieren, zoals schapen, nodig hadden om ze te slachten in de offerdienst, een snelle aanlevering van deze offerdieren, vanuit een logistiek standpunt bekeken, was zeer gewenst. Deze omgeving was een van de weinig vruchtbare omgevingen in de buurt van Jeruzalem waar men in grote getale schapen kon fokken zonder in overtreding te zijn met de joodse wetten.

Er is een passage (Babylonische Talmud, Tract Shekalim, VII.4) dat deze kuddes het gehele jaar rond daar waren. Een grazende kudde gebruikt relatief veel gras, en het is logisch dat als men lang op een plek bleef, er een tekort zou komen aan voedsel. Als men de kudde iedere dag naar de stal zou brengen, kan men ook niet zover weg, waardoor het gestelde voedselprobleem parten zou kunnen gaan spelen. Dit probleem zal zich minder snel voordoen als de herders zoveel mogelijk buiten bij hun kuddes bleven, men hoefde niet steeds de lange weg naar de stal te maken waardoor men zodoende bij de grazige weiden konden blijven.

Een reden om toch enigszins overdekt de wacht houden in deze omgeving, bijvoorbeeld bij toren Migdal Eder zou het weer kunnen zijn, als dit laatste inderdaad zo is, dan zou men aan de hand hiervan misschien een tijdsindicatie kunnen geven in welk jaargetijde de geboorte was. Nu is het zo dat de nachten (ook in de winter) niet dusdanig koud zijn om binnen te blijven.

Ter verduidelijking een overzicht van de gemiddelde temperaturen die hier ’s winters gelden:

Gebied temp. ’s nachts temp. overdag temp. gemiddeld
De kustvlakte ca. 9º C. ca. 17º C. ca. 13º C.
De centrale bergrug ca. 5º C. ca. 13º C. ca. 9º C.
Het Jordaandal ca. 10º C. ca. 20º C. ca. 15º C.
Transjordanië ca. 4º C. ca. 12º C. ca. 8º C.

Uit de tabel blijkt dat Bethlehem welke op de centrale bergrug ligt een gemiddelde temperatuur is van 9º Celsius. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, men denkt maar aan de jaren 1950 en 1957 toen er een grote sneeuwval was, wat natuurlijk consequenties heeft voor een algemene verlaging van de temperatuur. Betreffende de regenval blijkt dat deze in Februari het grootst is. Echter deze is niet dusdanig dat men hiervoor zou gaan schuilen. We moeten dus concluderen, dat we op basis van deze gegevens niet kunnen bepalen in welk jaargetijde Christus is geboren.

Sommigen geleerden stellen dat herders “de outlaws” van die tijd waren, maar aanwijzingen van dit negatieve beeld over de herders komen pas sinds de 5de eeuw voor in Joodse geschriften. Ik had al eerder vermeld dat gewone herders met hun kleinvee niet in deze omgeving mochten ophouden. Deze herders waren speciaal aangesteld en mochten zich bezig houden met schapen welke geschikt moesten zijn voor de tempel, in dit kader is het interessant dat zij de eersten waren die op de hoogte werden gesteld van de geboorte. Dat zij de Redder, het ultieme Offerlam, mochten zien nadat zij velen gewone offerlammeren naar de tempel hadden gebracht. Wat zullen ze gedacht hebben bij het idee dat hun werk er nu opzat.

Tags: ,

In de Griekse handschriften van het Nieuwe Testament zijn grofweg een tweetal soorten te onderscheiden, namelijk die uit de Byzantijnse en Antiocheense traditie komen en die uit de Alexandrijnse traditie komen. Aan het begin van de 19de eeuw werden pas de Alexandrijnse handschriften ontdekt en omdat deze veel minder in aantal zijn dan de uit Byzantijnse en Antiocheense traditie worden deze Alexandrijnse handschriften de minderheidstekst genoemd, terwijl de andere de meerderheidstekst wordt genoemd omdat daarvan in de loop der eeuwen veel meer handschriften van zijn gevonden. Van de Byzantijnse en Antiocheense handschriften is ooit een soort samengesteld document gemaakt welke de Textus Receptus wordt genoemd. Omdat echter de Alexandrijnse handschriften over het algemeen veel ouder zijn, wordt door veel wetenschappers deze als het meest authentiek geacht en de toonaangevende uitgave van Nestle-Aland, welke voor veel moderne Bijbelvertalingen is gebruikt, volgt dan ook over het algemeen de minderheidsuitgave. De reden waarom de Alexandrijnse handschriften ouder zijn komt omdat ze in Egypte en dus droge streek zijn gevonden die uitermate geschikt is om handschriften over de eeuwen heen te conserveren, terwijl de andere groep in vochtiger gebieden zijn gevonden en om die reden sneller vergaan.

Maar wat betekent dat nu voor ons Bijbellezers? Het is logisch dat in de loop der tijd verschillende grondteksten zijn gevonden, net zoals er in de loop der tijd veel vertalingen zijn. En het is minstens zo logisch dat in al die vertalingen als grondteksten fouten zijn ingeslopen vanwege het overschrijven, drukfouten, etc. Bovendien in grote lijnen komen zowel de minderheidsuitgave als de meerderheidsuitgave toch overeen? En inderdaad moet ik constateren dat dit inderdaad zo is, maar er zijn kleine verschillen en het is interessant om te kijken waar die in zitten. Vooral omdat de minderheidstekst uit een ander gebied komen dan de meerderheidstekst en dat de makers ook een andere theologie hadden. De Alexandrijnse school werd beïnvloed door het gnosticisme en ze waren van mening dat de waarheid van het christelijk geloof niet zonder meer voor iedereen toegankelijk was. De vraag die ik me stelde: is dit dan ook zichtbaar in de tekst? Ik ben geen taalwetenschapper en de schrijvers van de Nestle-Aland weten zeer goed te beargumenteren waarom een bepaald woord in de oorspronkelijk grondtekst aanwezig zou zijn geweest. Maar de vraag is van zo’n groot belang, dat als religieuze aspecten meespeelden, het heel logisch is dat er bepaalde verschillen zijn. Je kunt dan zelfs de vraag opperen of deze zogenaamde oudere handschriften dan vanuit religieus aspect wel beter zijn, of om het met andere woorden te stellen, is de meerderheidstekst, ondanks het feit dat die jonger is omdat deze vaker moest worden overgeschreven, in grosso modo niet beter.

Ik zal daarom een aantal voorbeelden geven, zonder volledig te zijn:

Ik had al geschreven dat volgens de Alexandrijnse school de waarheid van het christelijk geloof niet voor iedereen toegankelijk is. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in Mat. 6:4, 6, 18; Mark. 4:11; Luk. 11:44; 1 Tim. 6:7 de zinsnede “in het/het is openbaar” niet in de Alex. handschriften voorkomt, maar wel in de Byz. handschriften.

Ook dat Jezus de eerstgeborene is (Mat. 1:25) komt niet voor in de Alex. handschriften en het is opvallend hoe vaak de naam Jezus, God of Heer wordt weggelaten (Mat. 8:29; 13:26, 51; 15:30; 16:20; 18:2; 22:30; 24:2 en vele andere teksten).

Een van de peilers van het christelijke geloof is de bekering en de verlossing door Jezus, ook hier zien we dat dit regelmatig is weggelaten (Mat. 9:13; 18:11; 19:17; 25:13; Luk. 5:38; 9:56), zelfs dat de goddelijkheid regelmatig wordt weggelaten (Mat. 6:13;  18;11; Mark. 1:1; 11: 10; Luk 2:14) en natuurlijk is het onderscheid dat Jozef niet de vader van Jezus weggewerkt (Luk 2:33, 43).

Ook teksten die verwijzen naar hen die Jezus als tegenstander zien of welke in deze context onwelgevallig zijn weggelaten (Mat. 17:21; 23:14; Mark. 6:11; 7:16; 9:44, 46; 11:26, 44)

Dit zijn slechts een paar van de vele verschillen die juist een religieuze impact hebben en waaruit blijkt dat de verschillen tussen de meerderheids- en minderheidstekst niet alleen is te verklaren dat de een zogenaamd ouder is dan de ander, maar juist ook door een ander geloofsinzicht. De vertalers van Bijbelvertalingen zoals de NBG51, NBV, BiGT en WV96 hebben gekozen voor de minderheidstekst omdat die in de wetenschappelijke Nestle-Aland wordt ondersteund. De vertalers van de HSV hebben gekozen voor de Textus Receptus juist vanwege deze verschillen in geloofsinzicht en ook ik ben geneigd om de Textus Receptus om die reden meer te ondersteunen. Echter al decennia lang zijn wetenschappers zo gefocust op de minderheidstekst dat een goede hedendaagse wetenschappelijke uitgave van de meerderheidstekst niet voorhanden is omdat daar nauwelijks naar gekeken wordt.

Dat laatste is jammer, omdat juist deze verschillen belangrijk zijn en omdat, naar mijn mening, niet is aangetoond dat de minderheidstekst daadwerkelijk de oudere en dus betere tekst bevat. Ik hoop dan ook dat er wetenschappers zullen opstaan, die objectief dit onderzoek willen doen.

Tags:

Wekelijks wordt in deze Bijbelquiz een nieuwe vraag over de Bijbel gesteld, wie het antwoord denkt te weten mag deze als commentaar toevoegen. Het antwoord komt dan de volgende week, zodat iedereen de gelegenheid krijgt om mee te doen in deze Bijbelquiz. En schroom niet om een antwoord te geven, ook al hebben anderen al eerder een poging gedaan.

Antwoord van de vorige keer:

De vraag van vorige keer was een echte instinker, Mozes deed helemaal geen dieren in de ark, dat was Noach. Het antwoord had dan ook “nul” moeten zijn.

De vraag van deze week:
Deze zeer geleerde man uit Alexandrië werd, toen hij in Efeze was, nauwkeurig onderwezen omdat hij alleen van de doop van Johannes wist. Hoe heette deze man.

Tags: ,

Een amarant-kroon

En als de Opperherder is verschenen, zo zul je een amarant-kroon van de heerlijkheid krijgen.

1 Petrus 5:4 (ABvertaling)

Als we in de diverse moderne vertalingen kijken dan zien we dat er gesproken wordt over een “onverwelkbare krans van de heerlijkheid” (HSV), “nooit verwelkende krans van de heerlijkheid” (WV96), “krans van de luister, die nooit verwelkt” (NBV). In de grondtekst wordt gesproken over de “amarantinon” en in de woordenboeken wordt dan vermeld dat het “niet verwelkend” betekent en is afgeleid van de amaranth, de “nooit afvallende bloem”.

Zoals op de foto is te zien is de Amarant (Amaranthus albus) een onopvallende struik, die als je hem niet kent als onkruid zou betitelen. Toch heeft deze plant een hele mooie eigenschap, nadat hij heeft gebloeid lijkt het alsof hij sterft en zie je alleen nog maar dor hout (onderste foto) en dan wordt de plant direct herkenbaar. Het is de bekende “tumbleweed” die de hoofdrol speelt in veel Amerikaanse films waar het over de verlaten vlakte rolt. Tot het weer bij een plek komt waar water is, om daar weer uit te lopen. In een van Aesop’s fabels lezen we dan ook het volgende verhaal: “Een amarant plant, waarvan bloem nooit verdwijnt, groeide naast een rozenstruik. De amarant zei tegen de rozenstruik: ‘Wat een schitterende bloem ben je! Je wordt begeert door zowel de goden en stervelingen. Ik feliciteer je met jouw uitnemende schoonheid en je heerlijke geur.’ De roos zei schuchter: ‘O amarant, eeuwige bloem, ik leef slechts voor een korte tijd en zelfs als niemand me plukt zal ik sterven, terwijl je staat te bloeien en bloeit met de eeuwige jeugd!’”

Nu mag het misschien zo zijn dat de Amarant niet constant bloeit, maar er zit wel een kern van waarheid in de fabel. Deze plant komt steeds opnieuw op, zelfs als zij dood lijkt en weet zich zeer agressief te verspreiden, zodat in sommige gebieden het als een ware pest wordt gezien.

Het is om deze reden dat de amarant synoniem is geworden met de “onverwelkbaarheid” en dankzij de kleine stekels kan men er makkelijk een kroon van maken die weer gaat bloeien zodra er water bij komt. Het is duidelijk wat de bedoeling is van dit vers, deze kroon zal eeuwig blijven bestaan. Toch moeten we voorzichtig zijn met het maken van vergelijkingen met de plantenwereld, want in het Oude Testament wordt ook deze plant (of één met een soortgelijk groeipatroon) vermeld en waar wordt gewezen op het wegwaaien ervan, in Psalm 83:14 lezen we “Mijn God! maak hen als de gundelia, als kaf voor de wind“, waarbij met de “gundelia” (in de meeste vertalingen als distelpluis, distel of werveldistel wordt vertaald) de Akoub (Gundelia tournefortii) wordt bedoeld en in het Nederlands ook vaak Amarant wordt genoemd. In deze tekst zien we dat de vijanden juist verspreid moeten worden zoals deze plant door de wind. Hieruit blijkt dat het belangrijk is om Bijbelteksten in de context te lezen.

Tags: , , , ,

Dit is de honderdtwaalfde aflevering van de Livius Nieuwsbrief, een maandelijks verschijnend mailtje voor mensen met belangstelling voor de antieke wereld. Het wordt uitgegeven door Livius.

De nieuwsbrief is gratis en u kunt hem doorsturen aan wie u maar wil; voor adreswijzigingen en afmeldingen volstaan uitsluitend mailtjes naar nieuwsbrief@livius.nl.

Zomaar een greep uit het Liviusaanbod: op de reis naar Iran, die zeker doorgaat, is nog plaats. En verder is het nieuwe programma klaar.

Jona Lendering (redactie)

======================================

EIGEN NIEUWS

Mocht u nog Sinterklaascadeaus zoeken voor mensen met belangstelling voor de oude wereld: Josho Brouwers publiceerde Goden, monsters en helden. De mythologie van de oude Grieken (recensie) en uw redacteur Israël verdeeld. Hoe uit een klein koninkrijk twee wereldgodsdiensten ontstonden (recensie). Voor dat laatste boek is een kortingsbon, hier.

Op de Liviuswebsites heeft Joris Verheijen een leuk stuk over Mozes, legt Richard Kroes uit wat pseudowetenschap is en schrijft uw redacteur over een Karthaagse scheepsram, Odysseus en Helios, Sint-Maarten en een Byzantijns mozaïek.

======================================

HET MOOISTE VAN DE MAAND

In onze erkend subjectief “het mooiste van de maand” genoemde rubriek dit keer het bericht dat in Nijmegen – of beter, in Ubbergen – de haven is gevonden van het voormalige Romeinse legioenkamp. Deel één, deel twee en deel nul. (En in Bonn bleven ze niet achter.)

======================================

EGYPTE

Een deel van de schade van de plundering van het museum in Malawi is ongedaan gemaakt.

Een mooie mummie met sierraden en een Koptisch boek met toverspreuken.

En verder: Giza (vervolg op eerdere berichtgeving), Deir el-Medina, Thebe – en ook deze nieuwsbrief zou incompleet zijn zonder vermelding van de onvermijdelijke doctor Zahi Hawass. En nog eens.

======================================

HET OUDE NABIJE OOSTEN

Vorige maand hadden we iets over Mesopotamische bescherming tegen hekserij. Deze maand is er meer.

Ook hadden we vorige maand iets over droogte en de ondergang van Assyrië. Deze maand een beter stuk.

Waarmee ISIS deze maand bezig is geweest. Meer plundering in Mari. De net hernomen opgravingen in Karchemish zijn weer onderbroken. Er zijn plannen om de handel in oudheden beter aan te pakken (zoals).

Hoe Babylon er momenteel bij ligt.

En verder: Persepolis, Gaza en een “Fenicische grot”(wat dat ook moge zijn) in Kawkaba.

======================================

DE OUDE GRIEKEN

Zoals verwacht maakte de tombe in Amfipolis de hype niet waar. Er zijn menselijke resten gevonden en er wordt over de identiteit van de overledene gespeculeerd, maar het graf was geplunderd. Niettemin nog wat ongetoetste claims en andere onzin.

Stiekem een beetje reclame / een bescheiden primeurtje: de Nederlandse papyroloog Klaas Worp heeft een verzameling papyri uit Spanje uitgegeven en daarbij zit een tot dusverre ongeïdentificeerd fragment van een nog onbekende Griekse geschiedschrijver over Alexander de Grote of Ptolemaios I Soter. Een boek van 384 bladzijden over de Oudheid voor maar 28 euro is trouwens een koopje.

Een mooie grafstèle uit Kerameikos (Athene).

Houdt het dan nooit op? Komt er dan geen einde aan?

En verder: Akrotiri, Halikarnassos, Aigai, Delos, Gela, de Derveni-papyrus, Alexandrië, Didyma, Lechaion en een Thracisch graf in Roemenië.

======================================

ROME EN ZIJN RIJK

Om helemaal blij van te worden: twee jaar geleden waren er Romeinse kralen in Japan, deze maand is het Romeins glaswerk.

Nieuwe mozaïeken in Zeugma. Zoek de verschillen tussen de Griekse en Turkse berichtgeving.

In de stad zelf: het Colosseum, en nog eens.

Pogingen de Oudheid actualiteit toe te kennen zijn doorgaans stompzinnig, maar dit geval is wel heel wanhopig.

En verder: Apulische vazen, Isparta, Barcelona (filmpje), jongerenclubs in Egypte, Doliche, Hisarya, Ostrava, Herculaneum, Burdur, wrakken bij de Eolische Eilanden, het einde van Berenike, Anazarva, Plotinopolis en een Byzantijnse cisterne in Istanbul.

======================================

BENOORDEN DE ALPEN

“Het klimaat speelde geen rol bij het einde van de Bronstijd”: gemakshalve vergeet de auteur dat er zo’n vier eeuwen zit tussen de overgang naar de IJzertijd in Noordwest-Europa (waarover hij schrijft) en het Middellandse Zee-gebied. De nuance bleef in alle daaropvolgende berichtgeving achterwege.

Fijne nieuwe website voor het tweeduizendjarig bestaan van Velsen.

Het maandelijkse lijstje uit Groot-Brittannië: Barnham en Binchester.

En verder: Den Haag, Velzeke en Toebosch’ Eigen Tijdschrift bespreekt DOMunder.

======================================

ISRAËL, JODENDOM EN CHRISTENDOM

Het gebruikelijke gehannes rond de Tempelberg in Jeruzalem. Bis.

Ook dit jaar weer: alles wat u over de historische Nikolaas van Myra wilde weten maar te verlegen was om te vragen.

======================================

OVERIG

Hop, weer eens wat oudheden te koop op eBay.

En verder: een tof filmpje over het laatste Romeinenfestival in Nijmegen.

======================================

BOEKEN

De boekenrubriek in de Livius Nieuwsbrief wordt verzorgd door Roel Salemink van de Amsterdamse Athenaeumboekhandel, die u de boeken snel zal leveren als u gebruik maakt van de onderstaande links.

Bij de grootse Carthago-tentoonstelling in het Rijksmuseum voor Oudheden te Leiden is een fraai geïllustreerde catalogus verschenen. De geschiedenis van de stad Carthago wordt aan de hand van verschillende thema’s behandeld en laat zien dat het onderwerp zoveel meer is dan alleen de grootse overwinningen van de veldheer Hannibal in de 2e Punische Oorlog.

Emeritus hoogleraar Oude Geschiedenis H.J. Pleket schreef Altijd de beste: Sport in de Griekse Oudheid, een toegankelijk boek over een van zijn specialismen: de rol van sport in de Griekse oudheid van Homerus tot in de Romeinse tijd. Dat deze rol groot was wisten we misschien al, maar Pleket gaat in op alle aspecten van de antieke sport: de toernooien (waarvan de Olympische spelen er een was), de sporters, de prijzen, de sociale competitie en ook de rol van de vrouw.

In Between Thucydides and Polybius: The Golden Age of Greek Historiography gaan verschillende wetenschappers in op wat Griekse geschiedschrijvers uit de vierde eeuw en derde voor Christus hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de historiografie. Het belang van schrijvers als Euphorus, Theopompus en Xenophon wordt benadrukt en zij worden bewust naast de ‘grote’ Thucydides en Polybius geplaatst.

Meer aandacht voor ondergewaardeerde schrijvers in The Space that Remains. Reading Latin Poetry in Late Antiquity, waarin Aaron Pelttari het belang van de vierde eeuwse dichters Ausonius, Claudianus en Prudentius onderstreept en bovendien laat zien dat er op dit vlak in de late oudheid geen sprake was van cultureel verval maar juist van een opleving.

In the Cambridge Companion to the Age of Attila staat de vijfde eeuw na Christus centraal, een eeuw waarin het West-Romeinse Rijk ten onder ging en werd vervangen door verschillende ‘barbaarse’ koninkrijken. Het Oost-Romeinse rijk hield daarentegen stand, zij het met grote moeite. De wereld en de machtsverhoudingen daarbinnen veranderden radicaal. Attila, koning der Hunnen, wordt in het boek beschouwd “as both an agent of change and a symbol of the wreck of the old world order”.

Van het goed ontvangen 1177 B.C. van Eric Cline (recensie) over het turbulente einde van de Bronstijd in de Mediterrane wereld is deze maand een Nederlandse vertaling verschenen.

En de maandelijkse top-5:

  1. Israel verdeeld, Jona Lendering
  2. Dodenlijst.  Appianus en Cassius Dio over het bloedige verleden van keizer Augustus
  3. Onkwetsbaarheid, Seneca
  4. Altijd de beste, H.W. Pleket
  5. Constantijn, H. Singor

======================================

DWAASHEID

Een nieuwe maand, een nieuwe claim dat Jezus was getrouwd met Maria Magdalena. De Times Literary Supplement vloog er met open ogen in. Het aardige is dat er nu eindelijk eens wordt teruggeschreven: hier, en daar 1, 2, 3.

Belangrijker nog is deze all-out attack op Harvards schandalige omgang met het zogenaamde Evangelie van de vrouw van Jezus. De must-read van de maand.

======================================

INTERNET

De makkelijk toegankelijke Bijbelwebsite Biblija.net is geblokkeerd en de nieuwe website DeBijbel.nl is geen vervanging.

======================================

EN TOT SLOT

Het moet niet gekker worden: tien theorieën over de piramiden – en ze gaan niet eens over aliens!

======================================

Oude nieuwsbrieven zijn te raadplegen via de website van het Rijksmuseum van Oudheden (2009, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014) en bij Aantekeningen bij de Bijbel.

Op deze plaats staat meestal het gironummer waarmee u deze nieuwsbrief kunt ondersteunen. Deze maand maken we graag reclame voor het project Young Africa, dat zich toelegt op onderwijs in Mozambique, Zimbabwe en Namibië.

Tags: ,

Er is al eerder over dit schitterende boek geschreven op onze weblog, maar soms is een boek de moeite waard om nog een keer aandacht te krijgen. Want er zijn maar weinig boeken in het Nederlands taalgebied die de periode behandelen waarin het Jodendom en het Christendom zich van elkaar verwijderden. Het is een moeilijk boek, omdat met zo’n onderwerp het voor de schrijver onmogelijk is om het te behandelen zonder zich te begeven op meerdere wetenschapsterreinen. De vraag die ik me dan ook stelde is of het om die reden is dat er maar zo weinig boeken hierover zijn geschreven, zijn er schrijvers die zowel kennis hebben van het Jodendom, het Christendom, maar ook van de geschiedenis uit deze periode.

Toen Jona Lendering dan ook aankondigde dat hij dit boek ging schrijven had ik heel veel vraagtekens, wat is de scope, doet hij de twee religies niet tekort, of zal de nadruk niet te veel liggen op de toenmalige politieke en culturele omstandigheden. Het moge duidelijk zijn dat als je het boek leest de schrijver hier inderdaad soms tekort in is geschoten, in het geval van het Testimonium Flavianum vat hij de problematiek samen in enkele alinea’s om vandaar uit verder te gaan met zijn standpunten. met een sneltrein dendert hij over de geloofscrises van de joden heen als hun tempel is verwoest, zonder nauwelijks te kijken dat dit al eerder is gebeurd met het verlies van de verbondsark en dat dit oa. een reden kon zijn waarom er zoveel “sekten” in het toenmalige Jodendom waren. Want hoe kon je je geloof in uitvoer brengen zonder de daarbij behorende rituelen, problemen waarmee ook gelovigen van tegenwoordig mee worstelen. Nauwelijks wordt aandacht besteed aan de vele proselieten die er in de antieke wereld waren en waarvan velen over gingen tot het christelijke geloof om maar te zwijgen van de vervolging, niet alleen fysiek maar ook geestelijk. Waarom zouden mensen vanuit een relatief “veilig geloof” over gaan naar een geloof die een outsider van je maakt?

Toch zouden al deze vragen niet beantwoord kunnen worden als je niet kijkt naar de politieke omstandigheden, want zowel de Romeinse overheersers als de toenmalige geestelijke leiders hadden een eigen politieke portefeuille waar Lendering tot in detail op ingaat. Iets wat je mist bij veel christelijke en joodse schrijvers over dit onderwerp. En dat maakt het boek waardevol, want er wordt in een kennisgebied gegraven waar andere schrijvers paranoia omheen lopen. Wetenschappelijke barricades worden bestormd en dwingen de lezer om na te denken wat er toen allemaal was gebeurd en (zonder dat dit een doel van het boek is) wat dat voor ons tegenwoordig betekent. Want zoals toen er verschillende sekten waren die een exclusieve religie wilden creëren, zien we dat ook tegenwoordig. Zagen we vroeger dat sekten zich afzonderden en hun eigen boeken voor zichzelf schreven, ook tegenwoordig zien we Bijbelgenootschappen “hun boeken” voor zichzelf houden. Waren er vroeger politieke heersers die niet positief tegen sommige geloven stonden, ook tegenwoordig is dat nog het geval. Zagen we hoe vroeger de gelovigen hun eigen weg zochten om hun geloof te beleven, ook tegenwoordig zien we dat.

Het is om die reden dat ik dit boek interessant vind, want het laat zien hoe gelovigen toen hun weg zochten onder moeilijke omstandigheden en dat slechts enkele groeperingen het wisten te overleven. Dat het boek minder gaat over de beweegredenen waarom deze groeperingen geloofden doet er niet toe en is ook niet het doel van dit boek. Het boek geeft een historisch inzicht over wat er toen gebeurde en hoe de sadduceeën, farizeeën, essenen en christenen acteerden in een wereld die hen vijandig gezind was en een weg zochten om te overleven.

Israël verdeeld is het nieuwste boek van Jona Lendering. Het is te koop via Athenaeum.nl en is afgelopen zondag 23 november 2014 gepresenteerd in het Rijksmuseum van Oudheden.

Tags:

De versterkte steden nu zijn: Siddim, Ser, Chammat, Rakkat en Kinneret,

Jozua 19:35 (ABvertaling)

Met de versterkte stad Kinneret wordt Tel Kinrot (Arabisch Tell el-’Oreimeh) bedoelt, gelegen enkele kilometers ten noorden van Tiberias aan de noordwestelijke oever van het Meer van Galilea. Hoewel het toponiem Kinneret (of Kinrot / Kinnerot) meerdere malen voorkomt in de Bijbel, is dit vers de enige verwijzing naar een stad. In de andere passages verwijst Kinneret naar het meer van Galilea (yam Kinneret in Num. 34:11; Deut. 3:17; Joz. 11:2; 12:3; 13:27), of een regio (kol Kinnerot in 1 Kon. 15:20). Het is één van de mooiste archeologische locaties in Israël met een geschiedenis vanaf de Chalcolithische tot en met de Ottomaanse periode.

De ruïnes van verschillende oude steden liggen boven elkaar op de Kinrot heuvel, een natuurlijke heuvelrug met aan alle kanten steile hellingen naar beneden, met als uitzondering de noordelijke kant dat geleidelijk uitvloeit in de glooiende heuvels van Galilea. Door haar strategische ligging op een kleine pas, controleerde Tel Kinrot de Via Maris – de belangrijkste handelsroute die Egypte en Syrië sinds de Vroege Bronstijd met elkaar verbond. Naast de belangrijke positie, gunstige natuurlijke hulpbronnen, zoals waterbronnen en de vruchtbare vlakte van Ginnosar in de directe omgeving, maakte van Tel Kinrot een zeer aantrekkelijke plek voor haar inwoners. De heuvel zelf beslaat ongeveer 10 hectare, tegenwoordig is ongeveer de helft van het gebied (5,55 hectare) toegankelijk voor wetenschappelijk onderzoek. Een pompstation van de Israëlische watermaatschappij Mekorot beslaat het andere zuidwestelijke deel van de locatie.

Tel Kinrot / Tell el-’Oreimeh werd in 1921 geïdentificeerd met de Bijbelse stad Kinneret door Gustaf Dalman en in 1923 door William Foxwell Albright. De identificatie was gebaseerd op het feit dat Tel Kinrot / Tell el-’Oreimeh de enige grote en versterkte archeologische locatie op de westelijke oever van het meer Kinneret uit de Brons- en IJzertijd is.

Afgezien van de Bijbel, wordt Kinneret ook vermeld in veel oudere Egyptische bronnen, zoals de lijst van steden veroverd door Thutmoses III (1490-1436 v.C.) in Karnak en in de Papyrus Petersburg 1116a uit de 18de dynastie.

Wie meer wil weten over deze schitterende archeologische locatie, er wordt Nederlands onderzoek gedaan door Prof. Jürgen Zangenberg van de Leiden Institute for the Arts in Society en Instituut voor Geschiedenis in samenwerking met Universiteit Bern, Universiteit Helsinki en Wofford College en veel hierover is te lezen op de website Kinneret Regional Project. Daarnaast zijn er mogelijkheden om mee te doen aan echt veldwerk ter plekke in 2015 en men kan zich binnenkort hiervoor aanmelden op hun website.

Tags: ,

Onze conceptvertaling van Psalm 121

121:1 Een bedevaartlied. Ik richt mijn ogen naar de bergen, van waar zal mijn hulp komen?
121:2 Mijn hulp komt van de HEER, de Maker van hemel en aarde.
121:3 Hij zal je voet niet laten struikelen, hij zal niet sluimeren, je Beschermer.
121:4 Zie! Nooit sluimert en nooit slaapt de Beschermer van Israël.
121:5 De HEER is je Beschermer, de HEER is je schaduw aan je rechterhand.
121:6 Overdag zal de zon je niet steken, evenmin de maan ’s nachts.
121:7 De HEER zal je beschermen tegen alle kwaad, Hij beschermt je ziel.
121:8 De HEER beschermt je gaan en je komen, van nu tot in eeuwigheid.

Net als de vorige keer is aan het begin van ieder vers een link gegeven naar het desbetreffende vers op de website (waar de laatste wijzigingen staan), ook vinden jullie daar naast verschillende vertalingen in een apart tabblad mijn aantekeningen en onderbouwing van de vertaling en eventuele verwijzingen naar andere bronnen. Mijn vertaling heeft als werktitel “AantekeningenBijbel” en staat tussen de andere vertalingen als AB (helemaal bovenaan) zover het is vertaald. In de F.A.Q. staan de meeste vragen hoe deze vertaling tot stand is gekomen.

Ik ben enorm blij als er aanvullingen worden gegeven of verbeteringen.

Tags: , ,

« Older entries § Newer entries »