Articles by JP vd Giessen

You are currently browsing JP vd Giessen’s articles.

5) En Abraham zei tot zijn knechten: Blijven jullie hier met de ezel, dan zal ik en de jongen daar naartoe gaan;
nadat wij in aanbidding neergebogen zullen hebben, dan zullen wij tot jullie terugkeren.

6) En Abraham nam het hout voor het offer en legde het op Izak, zijn zoon;
en hij nam het vuur en het mes in zijn hand, en zij beiden gingen samen.

Genesis 22:1-4 (ABvertaling)

Dit is het derde deel van een reeks waarin we ons bezighouden met het Bijbelgedeelte waarin Abraham van God opdracht krijgt om zijn zoon Izak te offeren. Hier is deel 1 en 2. Alleen de belangrijkste punten zullen worden behandeld, voor hen die meer achtergrond of een verdere onderbouwing willen hebben verwijs ik naar het Bijbelgedeelte op onze website waar in meer detail alles wordt behandeld.

In vers 5 is het Hebreeuwse woord dat we hier met ‘knechten’ en ‘jongen’ hebben vertaald hetzelfde, zoals een vorige keer als is vermeld geeft dit geen indicatie over de leeftijd van Izak. Wel een indicatie vinden we in vers 6 waar het hout dat eerst de ezel droeg nu op Izak wordt gelegd en waaruit we kunnen concluderen dat hij geen kleine jongen meer was, maar sterk genoeg om het te dragen.

In die tijd werd aanbidding altijd in knielende of zelfs liggende houding gedaan. Het Hebreeuwse woord voor ‘aanbidden’ is dan ook afgeleid van ‘neerbuigen’.

In vers 6 zien we dat Abraham vuur bij zich heeft en in een tijdperk toen er nog geen lucifers of aanstekers waren was het vaak veel makkelijker om wat smeulende kolen mee te nemen, dan om moeizaam opnieuw vuur te maken. Deze kolen waren vaak gemaakt van de wortels van de rotemstruik (Retama raetam) een soort brem. Ook een passage “gloeiende houtskool van de rotemstruik” in Psalm 120:4 verwijst naar het feit dat het hout van de rotemstruik uitstekend geschikt is voor het maken van houtskool. Deze houtskool was een belangrijk handelsartikel tussen de bedoeïenen en de Egyptenaren. Het hout brand zelfs zeer goed als het niet eerst tot houtskool is verwerkt.

Tot slot zien we nog de opmerking “zij beiden gingen samen“, wat we later terug zullen zien in verzen 8 en 19 en waarmee de Hebreeuwse schrijver wil aangeven het aangrijpende van deze tocht, waarbij we stap voor stap worden meegevoerd naar de ontknoping en waarin de gevoelens van Abraham tot uiting komen.

Wordt vervolgd…

Tags: , ,

1 En het gebeurde na deze dingen, dat God Abraham testte; en Hij zei tot hem: Abraham! En hij zei: Zie, [hier] ben ik!
2 En Hij zei: Neem nu je zoon, je enige die je liefhebt, Izak,
en ga op naar de landstreek Moriah en offer hem daar tot een offergave, op één van de bergen, die Ik je zal vertellen.
3 Toen stond Abraham ’s morgens vroeg op en zadelde zijn ezel
en nam twee van zijn knechten met zich mee en zijn zoon Izak;
en hij kloofde [het] hout voor het brandoffer en maakte zich gereed
en ging naar de plaats die God hem had verteld.
4 Op de derde dag, toen Abraham zijn ogen ophief toen zag [hij] die plaats in de verte.

Genesis 22:1-4 (ABvertaling)

Dit is het tweede deel van een reeks waarin we ons bezighouden met het Bijbelgedeelte waarin Abraham van God opdracht krijgt om zijn zoon Izak te offeren. Deel 1 is hier. Alleen de belangrijkste punten zullen worden behandeld, voor hen die meer achtergrond willen hebben of een verdere onderbouwing verwijs ik naar het Bijbelgedeelte op onze website waar in meer detail alles wordt behandeld.

In vers 2 lezen we de opdracht “ga op“, deze uitdrukking leḵə-ləḵā komt slechts twee keer voor in de Bijbel en hebben allebei met Abraham te maken, de eerste keer als Abraham wordt opgeroepen zijn verleden te verlaten (Gen. 12:1) en hier om zijn toekomst in Gods hand te leggen (Gen. 22:2). Dus twee belangrijke sleutelteksten in Abraham’s leven.

Verder zien we hier de opdracht dat hij zijn zoon Izak moet offeren, veel vertalingen geven een “brandoffer” omdat het offer verbrand zal worden, echter het woord is afgeleid van een stam die “opgaan” betekent, vandaar dat de Naardense vertaling “opgangsgave” heeft. Vaak wordt als verklaring gegeven dat het offer het altaar opgaat, maar in dit hoofdstuk is ook heel duidelijk een tweede betekenis, nl. Abraham moet opgaan om zijn gave, zijn offer te brengen.

We zien dan in vers 3 dat Abraham vroeg opstaat en dat hij het hout gaat kloven voor het offer. Dat is vreemd, want waarom neemt hij geen hout uit de directe omgeving. vaak lezen we in commentaren, dat blijkbaar de omgeving van Moriah erg kaal was en dat dit de reden is om het van Berseba mee te nemen. Maar een beetje kennis van de geografie is nu handig, want Berseba ligt in de Negev-woestijn en daar wordt het hout vandaan gehaald, terwijl als Moriah in de buurt van Jeruzalem ligt deze nog net op de rand van de vruchtbare Sefela ligt (1 Kon. 10:27; 1Kron. 27:28). Als we dan ook nog eens bedenken dat de hoeveelheid hout (1 ezelsvracht) nooit voldoende is om een mens te verbranden, is het aannemelijk dat ook dit een geloofsdaad van Abraham is (zie hier voor andere verklaringen).

Wordt vervolgd…

Tags: , ,

1 En het gebeurde na deze dingen, dat God Abraham testte; en Hij zei tot hem: Abraham! En hij zei: Zie, [hier] ben ik!
2 En Hij zei: Neem nu je zoon, je enige die je liefhebt, Izak,
en ga op naar de landstreek Moriah en offer hem daar tot een offergave, op één van de bergen, die Ik je zal vertellen.
3 Toen stond Abraham ’s morgens vroeg op en zadelde zijn ezel
en nam twee van zijn knechten met zich mee en zijn zoon Izak;
en hij kloofde [het] hout voor het brandoffer en maakte zich gereed
en ging naar de plaats die God hem had verteld.
4 Op de derde dag, toen Abraham zijn ogen ophief toen zag [hij] die plaats in de verte.

Genesis 22:1-4 (ABvertaling)

De komende dagen wil ik me bezighouden met het Bijbelgedeelte waarin Abraham van God opdracht krijgt om zijn zoon Izak te offeren. Alleen de belangrijkste punten zullen worden behandeld, voor hen die meer achtergrond willen hebben of een verdere onderbouwing verwijs ik naar het Bijbelgedeelte op onze website waar in meer detail alles wordt behandeld.

In het eerste vers lezen we dat God Abraham testte, andere vertalingen geven vaak “verzoeken, op de proef stellen”, we komen dit vaker tegen zoals als de koningin van Scheba op bezoek is bij Salomo en hem dan met allerlei raadsels op de proef stelt of hij echt alles weet (1 Kon. 10:1). In dit gedeelte zien we dat God Abraham op de proef stelt om erachter te komen of hij gehoorzaam is en dat doet God door het meest extreme te vragen, namelijk het offeren van Izak.

Dit wordt door God nog eens benadrukt door te stellen je enige die je liefhebt, dus het gaat hier niet om Ismaël maar om Izak, wat ook nog eens wordt gesteld. Izak is de zoon geboren uit Sarah de vrouw van Abraham, terwijl Ismaël geboren is uit Hagar, die de concubine was van Abraham, en om die reden een lagere status had. Izak was de belangrijkste erfgenaam en vandaar dat de nadruk wordt gelegd op je enige die je liefhebt.

Op basis van het woord zoon denken veel mensen dat Izak op dat moment nog erg jong was. Maar ditzelfde Hebreeuwse woord na’ar wordt ook in vers 3 gebruikt waar dan de knechten mee worden bedoeld. Een leeftijdsaanduiding is niet direct hieraan te koppelen, opvallend is het dan ook dat veel Joodse bronnen stellen dat Izak op dat moment een volwassen man was, waarbij ze leeftijden noemen die variëren van 25 jaar (Josephus) tot zelfs 36 jaar (Zohar en anderen). Zij baseren zich dat deze geschiedenis direct voor de dood van Sarah staat en toen 127 jaar was, terwijl ze 90 jaar was toen ze Izak baarde. Op zich is dit geen vreemde gedachte en we zullen later in vers 6 een andere onderbouwing zien dat Izak al wat ouder was dan een klein jongetje.

In ditzelfde tweede vers lezen we over de landstreek Moriah, of zoals sommige vertalingen hebben land van Moriah. Waar het lag is een grote discussie geweest voor de vele theologen, de meesten gaan er vanuit dat het een berg of gebied vlakbij Jeruzalem was, daarbij verwijzend naar de plaats met dezelfde naam waar Salomo de tempel bouwde (2 Kron. 3:1). In ieder geval als Abraham (op basis van het vorige hoofdstuk) woonde in Berseba dan lag het op drie dagreizen ver (vs. 4) en dit komt overeen met de afstand naar Jeruzalem (96 km).

Wordt vervolgd…

Tags: , ,

Wekelijks wordt in deze Bijbelquiz een nieuwe vraag over de Bijbel gesteld, wie het antwoord denkt te weten mag deze als commentaar toevoegen. Het antwoord komt dan de volgende week, zodat iedereen de gelegenheid krijgt om mee te doen in deze Bijbelquiz. En schroom niet om een antwoord te geven, ook al hebben anderen al eerder een poging gedaan.

Antwoord van de vorige keer:

Het was Jezus die dit zegt tegen de Schriftgeleerden en farizeeën dat ze zich geen rabbi genoemd mogen noemen omdat ze zichzelf niet aan de regels houden. (Mat. 23:7-8)

De vraag van deze week:

In de Bijbel lezen we over de koperen zee, waar lag deze?

Tags: ,

Dit is de honderddertiende aflevering van de Livius Nieuwsbrief met nieuws over de oude wereld. De nieuwsbrief is gratis; voor adreswijzigingen en afmeldingen volstaan uitsluitend mailtjes naar nieuwsbrief@livius.nl.

Jona Lendering (redactie)

===================

NIEUW OP DE LIVIUS-WEBSITE

We zijn nog steeds bezig met de conversie naar een nieuwe stijl, maar er is voor het eerst in tijden ook iets nieuws: de Arameeërs.

Richard Kroes vertelt over de koolstof-14-methode, met speciale aandacht voor kalibratie, isotoopfractionering, het reservoireffect, contaminatie, en wat hij contra-koolstof noemt. Uw redacteur besteedde aandacht aan de moord op Commodus en wijdde een reeks stukjes aan wetenschapsvoorlichting. In de reeks museumstukken: twee boksers uit Thera, een fragment uit de Ilias, het portret van Antiochos II en een Frankisch krijgersgraf.

======================================

HET MOOISTE VAN DE MAAND

In onze erkend subjectief “het mooiste van de maand” genoemde rubriek dit keer het bericht dat Nederlandse en Jordaanse archeologen in de Jordaanvallei een IJzertijdheiligdom hebben gevonden.

======================================

EGYPTE

Egypte heeft de vergunning van een opgravingsteam ingetrokken dat zijn vondsten niet eerlijk presenteerde. Eens kijken of dat goede voorbeeld navolging krijgt. Het ging overigens om deze opgraving, waar onder andere een mummie is gevonden van iemand met de opvallende lengte van 2m10.

Een leuke vondst: kralen uit Denemarken, gevonden in Egypte. Ze illustreren hoe uitgebreid de handelsnetwerken in de Bronstijd waren.

Een nieuwe maand, een nieuw standbeeld van Amenhotep III.

Het maandelijkse gesleep met mummies: 1, 2 – en een relevante vraag.

Mocht u nog twijfelen dat het opduiken van Herakleion, de door de zee verzwolgen stad voor de Egyptische kust, misschien niet gebeurt met de allerlaatste wetenschappelijke technieken, aarzel dan niet langer. Geen meetlint, geen jalon, niets. Met zulke wetenschappers hebben we geen vandalen meer nodig.

En verder: Luxor, meer Luxor, nog meer Luxor, het graf van een koningin in Abu Sir en de Perzische aanwezigheid in Egypte.

======================================

HET OUDE NABIJE OOSTEN

De schade die ISIS aanricht: Syrië, Syrië, Palmyra, Nineve, wetgeving, opinie.

Fascinerend: een onderaardse stad uit het Chalcolithicum in Nevşehir. Vervolg.

Hoe klonk Babylonische muziek? Wat aten de Babyloniërs?

Een Hittitische inscriptie uit Niğde, die ‘’s werelds eerste mijnbouwvergunning zou zijn.

En verder: Perzen in Gaza.

======================================

DE OUDE GRIEKEN

Amfipolis, wat zou ervan zijn geworden? Inderdaad, de hype werd niet waargemaakt. Wat de opgravers eerst tegenspraken, dat het graf was geplunderd, bleek gewoon waar. Gelukkig kun je altijd iets verzinnen waarom het met Alexander de Grote had te maken. Dit had zonder hype gewoon mooi en leuk kunnen zijn. Nu is vooral het vuige vooroordeel bevestigd dat archeologen maar wat aanrommelen.

Vorige maand berichtten we over de ontdekking van een tekstsnipper van een hellenistisch geschiedwerk: hier leest u er meer over.

Om blij van te worden: op een palimpsest (een stuk perkament dat voor de tweede keer is beschreven maar waarvan de oorspronkelijke tekst nog leesbaar is) is een fragment ontdekt dat van Dexippos zou kunnen zijn en betrekking heeft op de barbaarse inval in Griekenland in 251 n.Chr.

Politiek getint stuk over de teruggave van oudheden: krijgt Cyprus terug wat de Turken sinds 1974 hebben meegenomen?

En verder: een sarcofaag uit Klazomenai, de helm van een Griekse huurling, Pafos, Platamonas en een palindroom.

======================================

ROME EN ZIJN RIJK

Was Vitruvius het pseudoniem van Augustus’ vriend Agrippa?

Het belang van water voor het Romeinse Rijk. En over het onbewezen belang van klimaatverandering voor de geschiedenis van opgemeld wereldrijk.

Antieke mozaïeken waren niet alleen decoratief maar dienden tevens om kwaad af te weren.

En verder: Rome zelf, Romeins beton, goudmijnen in Spanje, Smyrna, Viminacium, Capitolias, Byzantium/Constantinopel en Byzantijnse scheepswrakken.

======================================

BENOORDEN DE ALPEN

Een Romeins grafveld in Rijswijk, met onder andere bijzettingen waarbij de overledenen niet zijn gecremeerd maar – en dat is ongebruikelijk – begraven. En even verderop: een muntschat in Den Haag.

En verder: parasieten-eitjes uit de IJzertijd en een zwaard uit Woerden, waarmee de donkere eeuwen na de Oudheid iets minder donker zijn geworden.

======================================

ISRAËL, JODENDOM EN CHRISTENDOM

Oppervlakkige stukjes over de ster van Betlehem horen bij kerstmis als een piek bij een kerstboom. Ook dit jaar weer, maar sommige stukjes groeven wat dieper: Judith Weingarten schreef er hier over, Govert Schilling daar, Tim Trachet daar en tot slot was er ook dat nog.

De synagoge waar Jezus “wellicht” predikte, werd ontdekt, gelukkig net op tijd om mee te profiteren van de kritiekloze kerstjournalistiek. De kritiek werd genegeerd, want ja, wie leest er nou Italiaans?

En het was natuurlijk ook chanoeka, dus een artikel over de Makkabeeën werd ook kritiekloos overgenomen.

De wens is weer eens de vader van de gedachte als we zes zegels uit de tiende eeuw v.Chr., gevonden in Gaza, opvatten als bewijs dat koning David heeft bestaan. Toch zou er wel eens een bevestiging van een deel van het Bijbelverhaal op komst kunnen zijn. Een nieuwe theorie over David ziet er zo op het eerste gezicht niet al te geforceerd uit.

De vraag of de evangelisten dachten dat Jezus naakt was bij de opstanding klinkt als plaagstoot. Maar lees voor uzelf.

En verder: Bronstijd-kleitabletfragmenten uit Jeruzalem, het dieet van kopermijnwerkers, Rosh Ha-‘Ayin, negen snippers van de Dode Zee-rollen, Herodion, gedoe op de Tempelberg plus wat een bijbels filoloog zoal niet weet.

======================================

OVERIG

De must read van de maand: Theo Toebosch ging in op de Green Collection, die verdacht snel is ontstaan. Vergelijk. Vergelijk. Gelukkig komt er wetgeving.

Dit zou wel eens belangrijk kunnen gaan worden: onderzoekers zijn erin geslaagd uit oud perkament DNA te isoleren.

Het ideologische karakter van de archeologie in het Midden Oosten. Uiteraard is het volstrekt ondenkbaar dat in ons verlichte Nederland de politiek historisch bewustzijn zou benutten om de nationale identiteit te versterken.

Slecht nieuws over Archeon – en het weerwoord.

En verder: het ontstaan van de akkerbouw, de datering van de stichting van Karthago.

======================================

BOEKEN

De boekenrubriek in de Livius Nieuwsbrief wordt verzorgd door Roel Salemink van de Amsterdamse Athenaeumboekhandel, die u de boeken snel zal leveren als u gebruik maakt van de onderstaande links.

In 2009 publiceerde emeritus hoogleraar archeologie en oud-directeur van het Allard Pierson Museum J.M. Hemelrijk het eerste deel van Makron en zijn Makkers – Vaasschilders in Athene 525-475 v.Chr). Hierin benadrukt hij in 31 “colleges” het belang van de Griekse vaasschilderkunst als basis van de westerse kunst en probeert hij het thema op een plezierige manier inzichtelijk te maken voor een groot publiek. Na vijf jaar wachten is er naast een herdruk van het eerste deel eindelijk ook het tweede deel waarin de serie wordt gecompleteerd met nog eens 28 hoofdstukken.

“A compendium of extraordinary stories, facts and anecdotes”, zo wordt het nieuwe boek SPQR: A Roman Miscellany van de bekende oudhistoricus Anthony Everitt samengevat. Samen met journalist Roddy Ashworth schreef hij een geestig en onderhoudend boek over alles wat u wilde weten over het oude Rome. Bent u meer van de Griekse Oudheid dan is Eureka!: Everything You Ever Wanted to Know About the Ancient Greeks but Were Afraid to Ask van classicus Peter Jones een aanrader.

Er is nu een vertaling van Alessandro Barchiesi’s klassieker La Traccia del Modello, voor het eerst uitgegeven in 1984 in Italië, getiteld Homeric Effects in Vergil’s Narrative. Het boek gaat over de grote narratieve invloed van de teksten van Homerus op het schrijven van de Romeinse dichter Vergilius en kan nog steeds worden beschouwd als een standaardwerk op het gebied van de intertekstualiteit.

Als onderdeel van zijn dialogen beloofde Plato dat hij zijn beschrijvingen van de Staatsman en de Sofist nog zou aanvullen met een derde werk over ‘de’ filosoof. Dit werk schreef hij nooit, maar classica Mary Gill beweert in Philosophos: Plato’s Missing Dialogue dat Plato dit bewust niet heeft gedaan omdat hij zijn lezers en studenten wilde stimuleren dit portret zelf te creëren: “Gill reveals how, in finding the philosopher through the exercise, the student becomes a philosopher by mastering his methods.”

Over de late oudheid deze maand een opnieuw uitgegeven klassieker van de bekende oudhistoricus Peter Brown: The Cult of the Saints – its Rise and Function in Latin Christianity, waarin de opkomst en het belang van heiligenverering in het vroege christendom centraal staan, en een mooi boek over de weinig onderzochte maar zeer kenmerkende octagonale architectuur van de laat-Romeinse keizerlijke graftomben: The Roman Imperial Mausoleum in Late Antiquity door kunsthistoricus Mark Johnson.

Top 5

  1. Israël verdeeld – Jona Lendering
  2. Makron en zijn Makkers 2 / Makron en zijn makkers 1M. Hemelrijk
  3. Carthago – Opkomst & Ondergang – Roald Docter
  4. Keizers van het Colosseum – Anton van Hooff
  5. Denken over Carthago. De erfenis van Duilius (Huizingalezing 2014) – Fik Meijer en Ineke Sluiter

======================================

DWAASHEID

Het gebruik van een ongeldig comparandum – u mag ook zeggen: appels met peren vergelijken – is vermoedelijk de meest gemaakte redenatiefout in de oudheidkunde. Een mooi voorbeeld hier.

Krijgen studenten tegenwoordig soms een cursus open deuren intrappen? Natuurlijk gebruikten mensen pelzen om goudpoeder uit water te filteren, hoe wil je het anders doen? Maar begin niet over het Gulden Vlies.

En uw redacteur is gewoon te moe van alle onzin om nog commentaar te geven.

======================================

INTERNET

Een opiniestuk over wetenschappelijke tijdschriften.

======================================

OVERLEDEN

Willem Willems, die veel heeft geschreven over de Bataven, is overleden. Hij was een van de architecten van het beleid waarmee Nederland de regels van de Conventie van Valletta implementeerde. In Vlaanderen overleed Herman Mussche, de opgraver van Thorikos.

======================================

EN TOT SLOT

Probleem opgelost: niemand hoeft meer naar een museum nu iedereen een Elgin Marble in huis kan hebben.

======================================

Oude nieuwsbrieven zijn te raadplegen via de website van het Rijksmuseum van Oudheden (2009, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014) en bij Aantekeningen bij de Bijbel. Als u de nieuwsbrief wil steunen, kunt u een donatie doen op rekeningnummer IBAN NL26 INGB 0670 7911 21 t.n.v. Livius, o.v.v. Ondersteuning Nieuwsbrief. Dank u wel. (Als u niet in Nederland woont: BIC/SWIFT INGBNL2A.)

Tags: ,

Onze conceptvertaling van Psalm 1

1:1 Gelukkig is de man, die niet wandelt in de raad van de slechten, noch staat op den weg van de zondaars, noch zit in de stoelen van de spotters;
1:2 Maar zijn vreugde is in de wet van de HEER, hij overdenkt Zijn wet, dag en nacht.
1:3 Want hij is als een boom, geplant aan waterkanalen, die zijn vrucht op zijn tijd voortbrengt, en waarvan zijn blad niet afvalt; en alles wat hij doet, zal helemaal lukken.
1:4 Niet zo zijn de goddelozen, maar als het kaf dat de wind verwaait.
1:5 Daarom zullen de slechten niet standhouden tijdens de rechtszaak, evenmin de zondaars in de samenkomst van de rechtvaardigen.
1:6 Want de HEER kent de weg van de rechtvaardigen; maar de weg van de slechten zal ophouden te bestaan.

Opmerkingen:

2. De Joden hebben de gewoonte om bij de bestudering van de Thora, de Mozaïsche wet, dit halfluid te lezen, ook als ze alleen waren. Men moet er dan ook bij denken dat dit overdenken “reciterend” gebeurde. Het voordeel van dit halfluid lezen is dat men zo de tekst in zich opneemt en deze langzaam uit het hoofd leert (memoriseren!).

3. Er wordt hier gesproken over pelegi mayimkanalen [van] water ie. ten behoeve van de irrigatie. Nu zijn kanalen niet bekend in Israël (cf. Deut. 11:10), de psalm moet dus in Egypte of Babylon bekend zijn geweest (cf Spr. 21:1, Pr 2:6). We mogen dan ook constateren dat de psalmist of in ballingschap naar Babylon was afgevoerd of in diezelfde tijd naar Egypte was gevlucht.

4. Het kaf werd op hoge en droge plekken gescheiden van het koren (wannen), waarbij het kaf door de wind wordt meegenomen. Zo is het ook met de goddeloze, zijn boze plannen zullen verdwijnen als kaf door de wind.

Overige aantekeningen kun je bij het desbetreffende vers vinden. Aan het begin van ieder vers is een link gegeven naar het desbetreffende vers op de website (waar de laatste wijzigingen staan), ook vinden jullie daar naast verschillende vertalingen in een apart tabblad mijn aantekeningen en onderbouwing van de vertaling en eventuele verwijzingen naar andere bronnen. Mijn vertaling heeft als werktitel “AantekeningenBijbel” en staat tussen de andere vertalingen als AB (helemaal bovenaan) zover het is vertaald. In de F.A.Q. staan de meeste vragen hoe deze vertaling tot stand is gekomen.

Ik ben enorm blij als er aanvullingen worden gegeven of verbeteringen.

Tags: ,

Wekelijks wordt in deze Bijbelquiz een nieuwe vraag over de Bijbel gesteld, wie het antwoord denkt te weten mag deze als commentaar toevoegen. Het antwoord komt dan de volgende week, zodat iedereen de gelegenheid krijgt om mee te doen in deze Bijbelquiz. En schroom niet om een antwoord te geven, ook al hebben anderen al eerder een poging gedaan.

Antwoord van de vorige keer:

Koning Josia tijdens zijn hervormingen (2 Kon. 23:20), van Jehu zien we een soortgelijke hervorming (2 Kon. 10:18-27) maar daar wordt niet vermeld dat ze op de altaren werden geofferd.

De vraag van deze week:

Wie mogen geen rabbi worden genoemd en waarom niet?

Tags: ,

En toen Hij twaalf jaren was geworden en zij naar Jeruzalem opgegaan waren, naar de gewoonte van de feestdag;

Lukas 2:42 (AB-vertaling)

Een van de belangrijkste gebeurtenissen tegenwoordig van een Joodse jongen is de bar mitswa, de geestelijke volwassenwording. Dit gebeurde oorspronkelijk op zijn twaalfde verjaardag, hoewel het tegenwoordig vaker op zijn dertiende wordt gevierd. Hij geldt vanaf dan als religieus meerderjarig en als volwaardig lid van de joodse gemeente; hij telt dus mee als het gaat om een minjan (quorum van 10 mannen dat nodig is voor de synagogedienst). Dit voorrecht brengt ook verplichtingen mee, nl.: het houden van de 613 ge- en verboden van de Thora en het aanleggen van de tefilien en de talliet bij verschillende gebeden.

Sinds de Middeleeuwen is het traditie het bar mitswa-worden te vieren. De huidige praktijk is meestal dat op de sabbat na zijn dertiende verjaardag, hij uit de Thora en Haftara leest.  Bij de viering van bar mitswa worden wordt een jongen voor de eerste keer opgeroepen om een gedeelte uit de Thora te ‘laaienen’ (in het Hebr. op de goede toon te lezen/zingen). Dit wijst de gemeenschap erop dat hij nu volwassen is. De dienst wordt vaak gevolgd door een feestmaaltijd met familie, vrienden en leden van de gemeenschap.

In de Bijbel lezen we de interessante passage dat als Jezus twaalf jaar is geworden Hij met Zijn ouders naar Jeruzalem gaat om daar het Pesach te vieren (Luk. 2:41). Interessant is de opmerking “naar de gewoonte van de feestdag“, want hieruit blijkt dat Jezus ook een goede religieuze opvoeding kreeg, doordat zijn ouders Hem meenamen naar de verschillende feesten in de tempel, later als Jezus volwassen is zien we ook dat Hij naar het Chanoeka feest in de tempel ging (Joh. 10:22). Lezen we verder in het hoofdstuk dan lezen we in vers 46 dat Hij onderricht werd (horende) en ook dat Hij weerwoord gaf (ondervragende). Hoewel we uit de tekst niet direct kunnen opmaken dat hier sprake is van een bar mitswa lijkt het er wel erg veel op.

Als dit inderdaad zo is dan kan deze passage een verwijzing zijn dat Jezus omstreeks deze tijd is geboren. Een indirecte ondersteuning hiervan vinden we ook terug bij Clemens van Alexandrië (ca. 200 n.C.) die 19, 20 april en 20 mei noemt als data voor de geboorte van Jezus (Stromata I.21.146), Sextus Julianus Africanus (voor 221 n.C.) noemt 25 maart als datum van zowel de aankondiging van Jezus’ geboorte als van zijn sterven en Pseudo-Cyprianus, De Pascha computus, die 28 maart de dag van Christus’ geboorte noemt.

Net als bij alle andere mogelijke data van Jezus geboorte blijven er veel vragen open.

Tags: , ,

In de dagen van Herodes, den koning van Judea, was een zeker priester, met name Zacharias, van de dagorde van Abia; en zijn vrouw was uit de dochteren van Aaron, en haar naam Elizabet.

Lukas 1:5 (SV)

De afgelopen twee eeuwen hebben veel onderzoekers getracht op basis van Zacharia’s tempel bediening de datum van Jezus geboorte te berekenen (Friedlieb, Leben J. Christi des Erlösers, Münster, 1887, p. 312). Men gaat er dan van uit dat de vierentwintig afdelingen van de joodse priesters, elk een week in de tempel dienden en de Bijbelse vermelding dat Zacharia behoorde tot de achtste afdeling, Abia (Luk. 1:5).

Er zijn een tweetal rekenmethoden die worden gehanteerd.

A. De eerste gaat uit van de laat rabbijnse traditie die zegt dat de eerste afdeling Jojarib, op het moment van de verwoesting van de tempel (9 Ab, 70 n.C.) de priesterdienst had. Uit deze onbetrouwbare gegevens en in de veronderstelling dat Christus werd geboren AUC 749 en dat nooit in die zeventig voorafgaande jaren de wekelijkse opvolging werd onderbroken, wordt berekend dat de achtste afdeling diende op 2-9 oktober (AUC 748), waaruit de ‘conceptie’ van Christus in maart valt en de geboorte vermoedelijk in december. Kellner (Oriens Chr., 1902, p. 106, 107) laat al zien hoe hopeloos de berekening van Zacharia’s week is vanaf welk punt ervoor of erna.

B. De andere methode gaat er van uit dat de verschillende afdelingen van de priesterdiensten altijd op hetzelfde moment was van het Joodse jaar dienst deden. Zij laten de diensten beginnen in de maand Nisan (maart-april) en wijzen er dan op dat Abia dienst heeft gedaan in de 10de week (omdat tijdens Pesach en Pinksteren alle priesters dienden, volgens hun berekening komt dan de geboorte van Johannes precies uit op Pesach. Op basis van het gegeven dat Maria Elisabeth bezocht toen die in haar 6de maand was (Luk. 1:36), moet Jezus geboren zijn tijdens het Loofhuttenfeest (Arno Lamm & Emile-Andre Vanbeckevoort, Als Kerst in September valt, Zoeklicht 2010, Wake Up! 2014). Er zijn echter een paar problemen met deze verklaring, want Pesach wordt gevierd op 15 Nisan en omdat zij stellen dat ook de priesterdiensten begonnen in dezelfde maand Nisan, moet Zacharia minimaal 8 weken later zijn dienst hebben gehad en wel in de maand Ijar of als uitgegaan wordt dat tijdens Pesach alle priesters dienst deden de maand Sivan. Johannes is dan negen maanden later geboren in de maand Adar (februari-maart), wat dus een maand te vroeg is (lees Luk. 1 om te checken dat ze niet over tijd liep). Volgens deze berekening zou Jezus in de maand Elul (augustus/september), en als het geen schrikkeljaar was, geboren zijn en niet in Tisjri (september/oktober) wanneer het loofhuttenfeest was. Nu is er nog een probleem, ook in de Joodse maankalender waren er schrikkeljaren en werd regelmatig de maand Adar sjeni toegevoegd, met als reden om de maankalender weer overeen te laten komen met het zonnejaar, want een maankalender verloopt ongeveer 10 dagen met het zonnejaar wat inhoud dat zonder correctie de feestdagen in een paar jaar in een ander jaargetijde gevierd moesten worden. Deze schrikkelmaanden hadden effect op de priesterdiensten en we zien in de Qumran-rollen (4Q319-330, 4Q337) dat deze diensten gewoon werden doorgezet en gemiddeld eens in de drie jaar de cyclus weer op dezelfde maand werd herstart. Bovendien blijkt uit deze rollen dat naast deze 24 afdelingen er ook een regeling was met 26 afdelingen die een week dienst deden, waardoor het nog lastiger wordt om een specifieke maand aan te duiden. Verder is ook hier een aanname dat de regeling onafgebroken verlopen moet zijn. Het is door deze grote onzekerheden dat het onmogelijk is om te bepalen wanneer de afdeling Abia zijn priesterdienst deed.

Wil men de geboortedatum van Jezus berekenen, dan is dit niet mogelijk op basis van deze priesterdiensten.

Tags: , , ,

Alle liefhebbers van poëzie weten dat er verschillende stijlen zijn, in het Nederlands is vooral de eindrijm bekend. Maar er zijn natuurlijk veel meer stijlen. Bekend is het acrostichon waar de eerste letters van zinnen en strofen het alfabet vormen of soms een naam zoals we in ons volkslied kunnen zien, waarvan de eerste letters van de originele coupletten samen de naam ‘Willem van Nassov’ vormen. In de Bijbel komen we verschillende acrostichons tegen zoals in de Psalmen (Psalm 25; 34; 37; 111; 112; 119; 145), in de onderwijzing van Lemuël (Spr 31:10-31), in de eerste vier gedichten in Klaagliederen (Kl 1; 2; 3; 4) en tot slot in het eerste hoofdstuk van Nahum.

Enkele dagen geleden las ik Nahum en had een Hebreeuwse editie voor me, waarin poëzie duidelijk te zien was (helaas is vanwege besparingskosten vaak de Hebreeuwse tekst achter elkaar gezet zodat je het niet zo goed kan zien) en bij de eerste drie verzen viel mijn blik op de laatste letters van de strofen en zag daar plotseling de Godsnaam staan (in het plaatje links in rood weergegeven).

Mijn dag kon niet meer kapot, want in Oosterse poëzie komt dit vaker voor en wordt een telestichon (de tegenhanger van een acrostichon) genoemd. Plotseling zag ik nog wat, in diezelfde verzen zag ik aan het begin het woord “ani” (ik) staan, zodat we krijgen “Ik ben JHWH”. De aanhangers van de E.L.S. zullen hier waarschijnlijk direct een verborgen boodschap in zien, maar we moeten nuchter blijven, want ook dit is een bekende dichtvorm die we ook in andere Assyrische poëzie terugvinden. De Assyrische dichtkunst had vaak een combinatie van een acrostichon en een telestichon en verwerkten daarin dan de naam van hun koning, bv. anaku Sennacherib. Waarbij anaku (ik) aan het begin en Sennacherib (de koning) aan het einde. Hierdoor wist men dat dit namens of voor die koning was geschreven.

Interessant is dan ook dat deze oordeelsprofetie juist aan de Assyriërs is gericht en op precies dezelfde manier is opgebouwd zoals ook in hun poëzie. Lazen we in Jona nog dat Nineveh een oproep tot bekering kreeg, nu jaren later bleek dat ze uiteindelijk hier geen gehoor aan hadden gegeven en wordt bij Nahum geprofeteerd wat er gaat gebeuren. En dit gebeurt helemaal volgens de regelen van de dichtkunst zoals de Assyriërs zijn gewend, we zien de beschrijving dat God een Wreker is, maar ook een Beschermer (antithetisch parallellisme), we zien vergelijkingen van de natuur die God onderhorig zijn en we zien de herhalingen van een woord of thema (getrapt parallellisme) en tot slot ook nog eens de “handtekening” dat deze profetie van God is. De Assyriërs konden dan niet anders dan hieruit opmaken dat het om een koninklijke en goddelijke boodschap ging.

De eerlijkheid gebied me te zeggen dat na deze vondst ik er achterkwam dat Klaas Spronk dit een paar jaar geleden ook al had ontdekt. Dus het is geen unieke vondst van mij.

Tags: ,

« Older entries § Newer entries »