Flora

You are currently browsing the archive for the Flora category.

Het woord van de HEERE kwam tot mij: Wat ziet u, Jeremia? Ik zei: Ik zie een amandeltak.
Toen zei de HEERE tegen mij: Dat hebt u goed gezien, want Ik waak over Mijn woord om dat te doen.

Jeremia 1:11-12 (HSV)

De komende tijd wil ik weer regelmatig stilstaan bij onderwerpen uit de natuur en daar wat achtergrondinformatie over geven.

Bij de roeping van Jeremia toonde God hem een amandelstokje (Jer 1:11). Om dit beeld te verstaan moeten we weten dat de Amandelboom, de eerste boom in het Midden-Oosten is, die na de winter gaat uitbotten en bloesemen. Reeds in januari, als de andere planten nog in hun winterslaap zijn, gaan zijn knoppen al groeien en zelfs bloesemen. Hij reageert dus sneller dan andere bomen op de lentezon en lenteregen.

De Hebreeuwse betekenis van het woord amandel shaqed is dan ook waakzaam, oplettend. Welnu, zo zal God met grote ijver en met spoed waken over zijn woord dat het zal doen, waartoe Hij het zond. De NBV geeft als vertaling “zo snel als een amandelboom in het voorjaar uitbot, zo snel laat ik mijn woorden uitkomen.”, maar vergeet daarbij het Hebreeuwse beeld van de “waakzaamheid”.

Tags: , ,

Nardus

Zolang de Koning aan Zijn ronde tafel zit, verspreidt mijn nardus zijn geur.

Hooglied 1:12

De eerste plant die bij name wordt genoemd in Hooglied is het narduskruid in de vorm van een parfumerie. Het meisje is aan het woord en mag in het paleis bij de koning aanwezig zijn en omdat ze geparfumeerd is met nardusolie verspreid deze geur de ruimte.

Nardus is een olie welke gemaakt wordt uit de wortels en stengels van het narduskruid (Nardostachys grandiflora). De plant behoort net als de rode valeriaan tot de familie Valerianaceae en wordt om de gelijkenis met de rode valeriaan (Centranthus ruber) ook wel “valse valeriaan” genoemd. Van oorsprong komt de plant uit het Himalaya-gebied en werd sinds heugenis al gebruikt. Het was een zeer gewild en kostbaar parfum die alleen voor priesters, koningen en andere rijken bestemd was. In het antieke Egypte is het terug gevonden als grafgift van farao Tut-ank-Amon. De Feniciërs brachten het verder in de handel en later genoot de plant grote bekendheid bij de Romeinen die het gebruikten voor de bereiding van de aromatische olie Nardinum. In het Nieuwe Testament lezen we dat Maria, de zuster van Lazarus en Martha, de voeten van Jezus zalft met nardus. We zien hier ook een verwijzing hoe duur nardus is, de albasten fles vertegenwoordige namelijk een waarde van 300 penningen (Mark. 14:5) wat omgerekend ruim € 15.000,– was. De bereiding van de olie is vrij eenvoudig en wordt door middel van stoomdistillatie gewonnen uit de wortelstokken en stengels, waarna de olie lichtgeel tot amberkleurig is. Daarnaast blijkt ook hoe aromatisch de olie was want in Johannes lezen we dat het huis werd vervuld met de geur van de zalf (Joh. 12:3), een zware zoetige geur die iets weg heeft van de reeds genoemde valeriaan.

Terugkomend op onze dame uit Hooglied. Omdat het nogal warm is in het Midden-Oosten, gebruikte men vroeger allerlei parfumerie om de vieze lucht van zweet te verdoezelen. Zo liet de Egyptische Nefertite, de vrouw van farao Echnaton (1350 v.C.) haar gasten een zalfkegel op hun hoofd of borst dragen, gevuld met een mengsel van mirre-hars en andere geurende kruiden. Door de lichaamswarmte druppelde deze dan langzaam over de lichamen, waardoor de gasten heerlijk roken. Onze dame in Hooglied had blijkbaar een soortgelijke zalfkegel maar dan gevuld met Nardus, welke een heerlijke geur verspreid.

Tags: , ,

En Hij sprak deze gelijkenis: Iemand had een vijgenboom, die in zijn wijngaard geplant was. En hij kwam om daaraan vrucht te zoeken, maar vond die niet. Toen zei hij tegen de wijngaardenier: Zie, ik kom nu al drie jaar vrucht zoeken aan deze vijgenboom en vind die niet. Hak hem om. Waarom beslaat hij de aarde nutteloos? En hij antwoordde en zei tegen hem: Heer, laat hem ook nog dit jaar staan, totdat ik om hem heen gegraven en hem bemest heb. Wellicht dat hij dan vrucht draagt. Maar zo niet, dan moet u hem alsnog omhakken.

Lukas 13:6-9 (HSV)

Al jaren heb ik in mijn kleine Bijbeltuin een vijgenboom staan en van het weekend zag ik dat de bladeren weer begonnen te ontluiken. Terwijl ik ernaar keek dacht ik aan deze tekst, want in al die jaren heb ik er nog nooit vijgen aan gehad. De reden hiervan is duidelijk, we hebben een paar strenge winters gehad in het verleden en hierdoor bevroor grote delen van mijn boom tot er uiteindelijk vorig jaar nog maar een klein stronkje over was en ik het idee had om hem maar weg te halen omdat het toch niks werd, toch liet ik hem nog staan.

Uit de stronk kwamen verschillende loten die al gauw groter werden en vandaag (mede dankzij de zachte winter) is het een respectabele boom van anderhalve meter. En als het weer niet omslaat en het gaat vriezen is er alle kans dat zij dit jaar vrucht gaat dragen. De gedachten van deze wijngaardenier waren dus niet zo vreemd, de boom weet zich altijd weer te herstellen en er is altijd nog hoop dat ze vrucht gaat dragen.

Toen ik vandaag de tekst nalas viel me nog wat op, deze boom stond volgens de gelijkenis in een wijngaard. In onze monoculturen klinkt dat vreemd, maar dankzij de grote bladeren is het in een warm subtropisch land heerlijk om eronder in de schaduw te zitten. Dat was een andere reden om zo’n boom in een wijngaard te zetten. De reden dat deze dan ook nog vruchten gaf was helemaal mooi, want op deze manier was deze boom zichzelf dubbel waard. Zij geeft schaduw en voedsel.

Tags: ,

Dat is de titel van een krantenbericht in Ha’aretz en gaat over de legalisatie van Cannabis in Israël. Een zichzelf verklaard expert, Yoseph Needelman, komt met verschillende argumenten waarom het allemaal zo nodig is en haalt er zelfs de Bijbel bij. Als eerste haalt hij er Genesis bij “Even before God said be fruitful and multiply, he said, I give you all the seed-bearing plants”, foutief verwijzend naar Gen. 1:12. Want daar staat “En de aarde bracht groen voort, zaaddragend gewas naar zijn soort en bomen die vrucht dragen waarin hun zaad is, naar hun soort. En God zag dat het goed was.” Hij bedoelde waarschijnlijk de tekst in vers 29 “En God zei: Zie Ik geef u al het zaaddragende gewas dat op heel de aarde is, en alle bomen waaraan zaaddragende boomvruchten zijn; dat zal u tot voedsel dienen“, maar helaas voor hem komt deze tekst na vers 28 waar de opdracht wordt gegeven dat de mens vruchtbaar en talrijk moet worden.

Gelukkig haalt deze expert ook nog andere teksten aan “Later, in Exodus, God instructs Moses to make a sacred anointing oil with, among other things, “knei bossem,” which might be marijuana” (Ex. 30:23). Hij verwijst hier waarschijnlijk naar de onderzoeker Sula Benet die dit suggereert. In het verleden heb ik al eens aangetoond dat dit niet zo is, maar omdat het blijkbaar nodig is om het nog eens uit te leggen hier nog een kleine aanvulling.

In Exodus 30: 23 lezen we “Wat u betreft, neem voor uzelf de beste specerijen: vijfhonderd sikkel vloeibare mirre, en half zoveel ervan, dus tweehonderdvijftig sikkel geurige kaneel, tweehonderdvijftig sikkel geurige kalmoes“, waarbij het woord geurige kalmoes in het Hebreeuws קנה בשם (kaneh bosem) is en heeft bijna dezelfde klank als het woord cannabis. Dat met kaneh bosem niet de plant Hennep wordt bedoeld, blijkt uit het feit dat in het Hebreeuws kaneh “riet” betekent en wat Hennep beslist niet is, nu wil dit niet veel zeggen, daar de oude Joden niet dezelfde wetenschappelijke onderbouwing hanteren als wij. Op afstand lijkt Hennep met zijn stengels op een rietachtige. Interessanter is het feit dat er geen bewijzen zijn dat in de oudheid Hennep, of het afgeleide product cannabis ooit gebruikt is voor de productie van aromatische oliën. Wel zijn er enkele aanwijzingen dat de olie gewonnen uit de zaden gebruikt werden voor het verduurzamen van hout.

We moeten dan ook niet vreemd opkijken dat in geen enkele Bijbelvertaling hennep wordt gebruikt, want alle geleerden zijn het er wel over eens dat met kaneh bosem of Citroen gras (Cymbopogon citratus) of Kalmoes (Acorus calamus) wordt bedoeld. Ik kan dan ook niet anders dan de conclusie te delen van een van de reageerders “If you’re confusing Torah with fact you’re probably high on something”

Tags: , ,

Al zal de vijgenboom niet in bloei staan

Habakuk 3:17

Een van de bekendste Bijbelteksten uit het Oude Testament staat in Habakuk waar wordt gesteld dat als de vijgenboom niet zal bloeien. Op zich is dit een interessant vers omdat hier zo suggereren veel vertalingen de vermelding staat over een bloeiende vijgenboom. Net als iedere plant en boom bloeit ook de vijgenboom, maar het is een heel bijzondere bloeiwijze die Syconium wordt genoemd, Syconium is een holle verdikking (die wij vaak de vrucht noemen) waar de bloemen aan de binnenkant bloeien (zie de foto).

Bij mijn voorbereidingen voor een Bijbelstudie over dit hoofdstuk, viel het me op dat in de meeste vertalingen het woord “bloeien” werd gebruikt en dit bracht me op de vraag of de profeet en de mensen uit die tijd dit al wisten. Ik heb verschillende boeken erop nageslagen en ook nog op internet gezocht. Behalve deze tekst heb ik maar één vage verwijzing gevonden. Bij de Grieken is de vijgenboom genoemd naar de nymph of beter hamadryade Syke. Hamadryades zijn volgens sommige vertellingen zichtbaar door de bloesem van de desbetreffende boom waar ze bij horen. Zoals ik al zei is dit een zeer vage verwijzing en ik vroeg me dan ook af of in onze Bijbeltekst wel de bloesem werd bedoeld.

Het Hebreeuwse woord wordt in veel andere teksten vertaald met “uitbotten, uitspruiten”, zoals in Hooglied 6:11 en 7:12 “de granaatbomen uitbotten” (SV), maar ook van zweren die als puisten openbreken (Ex. 9:9). Zo lijkt het me in deze tekst ook veel logischer als het woord met “uitbotten, uitspruiten” zou worden vertaald, taalkundig is dit ook correct en het doet niets van de betekenis van de tekst af. Gelukkig zijn er dan ook een paar vertalingen die dit ook zo hebben vertaald, zoals de NetBible “When the fig tree does not bud“, WV95 “De vijgenboom bot niet uit“, Het Boek “Al zou de vijgeboom niet uitbotten”.

Tags: , ,

Hysop- of rietstengel?

Er stond dan een kruik vol zure wijn en ze vulden een spons met zure wijn, staken die op een hysopstengel en brachten die aan Zijn mond.

Johannes 19:29 (HSV)

Toen ik dit stuk las vroeg ik me meteen af of hier daadwerkelijk sprake is van een stengel, in de paralleltekst in Mattheüs 27:48 lezen we “stak hem op een rietstok“, nu zegt dit laatste niet zoveel omdat het Griekse woord ‘kalamos” zowel “riet” als “stok” kan betekenen en niets zegt waarvan het is gemaakt. In Johannes lezen we in het Grieks het woord peritithi̱mi, wat zoveel betekent als “(een kledingstuk) aandoen, omzwachtelen”. Het verbaast me dan ook dat in de meeste moderne vertalingen dit als “stok, stengel” wordt vertaald. De reden hiervan is dat de hysop maar een lage plant is die hooguit 80 cm. hoog wordt en waarvan de stengels ook nog eens zacht zijn en absoluut niet geschikt als een stok of stengel (zie de foto). De stengels van Hysop zijn wel geschikt om daarmee iets vast te binden en in de Staten Vertaling lezen we dan ook dat de spons “omlegden ze met hysop“.

Hoe komt men dan op die stok of stengel? Als we in Mattheüs lezen dan zien we in de verzen ervoor dat er sprake is van een stok die als een staf aan Jezus was gegeven (27:29) en niet veel later dat ze hem met die stok/staf sloegen (vs. 30). Het is zeer goed mogelijk dat toen ze Jezus naar de plek brachten waar hij gekruisigd zou worden ze deze stok hebben meegenomen, al was het alleen al om er mee te slaan als Hij stilstond. Als dit zo is, dan kan het diezelfde stok zijn geweest die de Romeinen gebruikten om de spons aan te bevestigen met de hysop.

Tags: , ,

De acacia

Ik zal in de woestijn de ceder zetten, de acacia, de mirt en de oliehoudende boom. Ik zal in de wildernis de cipres plaatsen, samen met plataan en dennenboom,

Jes. 41:19 (HSV)

De laatste tijd ben ik me aan het voorbereiden voor een lezing over de Tabernakel en een van de materialen die werden gebruikt was het hout van de acacia. Omdat ik ook al jaren bezig ben met het schrijven van een Bijbelse flora, waren dit goede redenen om eens een goed onderzoek te doen naar deze boom. Al gauw bleek dat, zoals met ieder onderzoek, dat dit meer tijd zou kosten dan ik al had verwacht. In de Bijbel zelf is er maar één tekst die gaat over de boom (Jes. 41:19), alle anderen gaan over het hout en waarvoor het wordt gebruikt of zijn plaatsnamen met daarin deze naam.

Ga je kijken naar wat voor soort boom het is, dan blijkt dat het een compleet geslacht is van ruim 1300 soorten die voorkomen in Afrika, Australië, Noord-Amerika en Zuid-Amerika. Verder onderzoek leerde al gauw dat er een behoorlijke discussie is geweest of deze 1300 bomen wel tot één geslacht behoren met als gevolg dat dit geslacht is opgesplitst in vijf andere geslachten: Acacia, Vachellia, Senegalia, Acaciella en Mariosousa. Omdat de naam ooit door door de Griekse botanist-fysicus Pedanius Dioscorides (ca. 40-90) is gegeven aan de Acacia niloticus in zijn boek Materia Medica en daarmee de naamgever van dit geslacht, zou je verwachten dat bij deze opsplitsing de naam Acacia gereserveerd zou blijven voor deze soort. Helaas is dit niet het geval en de acacia-soorten die in aanmerking komen voor de boom die in de Bijbel wordt genoemd behoort tegenwoordig officieel tot het geslacht Vachellia en mogen dus eigenlijk niet meer Acacia worden genoemd. Nu is hiermee niet alle problematiek opgelost, want in veel populair theologische boeken die gaan over de tabernakel wordt vaak gesproken over de Robinia (Robinia pseudoacacia), ook wel valse acacia genoemd. Deze boom behoort tot een totaal ander geslacht en heeft dan ook niets van doen met de Bijbelse acacia.

Met deze basiskennis kunnen we dan eindelijk gaan beginnen met de studie over hoe het hout werd gebruikt in de tabernakel en waarom. Het moge duidelijk zijn dat al veel boeken dan plotseling afvallen omdat ze het niet over de acacia maar over de valse acacia hebben. De vraag die we ons dan ook moeten stellen is welke acacia-soorten komen wel in aanmerking. De Hebreeërs bevonden zich voornamelijk tijdens hun Exodus in de Sinaï woestijn en Negeb, daarnaast mogen we ervan uitgaan dat ze ook hout hebben meegenomen uit Egypte. In deze gebieden komen met name de Acacia seijal en de kleinere Acacia nilotica voor, de laatste is ook te vinden langs de Jordaan. De Acacia serissa en de Acacia tortilis komen voornamelijk in de zuidelijke wadis voor. Tot slot komen de Acacia farnesiana, Acacia cyanophylla en de Acacia arabica met name voor aan de kust van Israël.

Het materiaal van al deze volwassen exemplaren zijn geschikt om te verwerken in de Tabernakel. Het hout is sterk en het rot bijna niet. Verder is het belangrijk om te weten dat deze bomen tijdens de Exodus steeds voorhanden zijn en dat hierdoor men in staat was om eventuele beschadigingen van de tabernakel snel te kunnen repareren.

Tags: ,

De vijg (vrucht) is eigenlijk geen vrucht. Wat wij als vrucht zien, is de vlezige bloeiwijze. De bloemen zitten binnen in de groene, peervormig uitgegroeide bloembodem: de vrouwelijke onder in de holle ruimte, de mannelijke boven bij de zeer kleine opening. De vruchten worden 5-8 cm lang, zijn eerst groen, gerijpt oranjebruin. Het vruchtvlees is groen of rood, smaakt aangenaam zoet en bevat een heleboel kleine zaadjes.

Tags: ,

Melaatse muren

Wanneer u komt in het land Kanaän, dat Ik u tot bezit geef, en Ik de ziekte van de melaatsheid toedeel aan een huis in het land dat u bezit, dan moet hij van wie het huis is, komen en de priester vertellen: Er lijkt een ziekte aan het huis te zijn.

Leviticus 14: 34 (HSV)

Als je de passage in Leviticus 14: 34-48 leest dan zien we in de meeste vertalingen dat er gesproken wordt dat het huis “melaats” of “vraat” heeft. Op alle plekken in de Bijbel waar dit Hebreeuwse woord voorkomt heeft het betrekking op mensen en wordt er een soort melaatsheid bedoeld, maar kan een huis ook ziek zijn. Iedereen weet dat in vochtige huizen snel schimmel optreed en het is dit waar over wordt gesproken, schimmels kunnen zeer schadelijk zijn en soms de gezondheid van mensen aantasten.Het was om die reden dat deze wet was gegeven en ervoor moest zorgen dat deze schimmels zo snel mogelijk werden gedetermineerd en in het ergste geval weggehaald. Interessant is dan ook dat een priester langs moest komen om te constateren of het schadelijk was. “Als hij vaststelt dat er groen- of roodachtige putjes in de muren zijn ingevreten” (vers 37 NBV) dan was het gevaarlijk en werd het huis “onrein” en als het er na een week nog was dan moesten de desbetreffende muren afgekrabd of verwijderd worden. Volgens J.A. Scott (Studies on Indoor Fungi, p. 181-182) gaat het om de Serpula lacrimans en de Serpula incrassata, waarbij interessant is om te vermelden dat de hedendaagse oplossing tegen dit soort schimmels grofweg nog steeds dezelfde is als in de Bijbel wordt beschreven.

Nu zijn het lang niet altijd bovengenoemde schimmels, omdat in huizen ook veel hout is verwerkt welke als ze rotten ideale bodems zijn voor allerlei andere soorten schimmels of paddenstoelen. Zo zien we soms in oude vochtige huizen koraalzwammen groeien een symptoom dat het hout aan het rotten is. Ook hier geld dat als de schimmel/paddenstoel zich heeft “ingevreten” dit hout verwijderd moet worden. Ook dit wordt netjes in dit Bijbelgedeelte genoemd “dan moet men het huis, de stenen en het hout ervan afbreken” (vers 45 HSV). Tegenwoordig zijn er natuurlijk andere middelen als een chemische behandeling, maar in die tijd was dat er allemaal nog niet en moest het zekere voor het onzekere worden genomen.

Tags: , ,

Wij hadden onze harpen gehangen aan de wilgen die daarbinnen zijn.

Psalm 137:2 (HSV)

Als je dit vers leest in de verschillende vertalingen, dan zie je dat ze op een enkele uitzondering na allemaal spreken over “wilgen”. De NetBible, NIV en de Contemporary English Version (1999 in een kanttekening) hebben echter “poplars”, populieren. Toch hebben deze laatste vertalingen gelijk, want ondanks dat in veel commentaren wordt gesteld dat het om de Babylonische wilg, of kronkelwilg (Salix babylonica) zou gaan, komt deze boom uit China en is pas in de vroege Middeleeuwen voor het eerst geïmporteerd in Irak en Iran. Ten tijde van de ballingschap was deze boom dus nog niet daar en om die reden moet het om een andere boom gaan.

Nu is er een populier (Populus euphratica) die in het Akkadisch gišḫa-lu-úb wordt genoemd en mogelijk een etymologische verwantschap heeft met het hier gebruikte Hebreeuwse woord ‘ărāḇ. Deze populier groeit voornamelijk aan de rivieren en waterstromen en het ligt dan ook voor de hand dat het om deze boom gaat.

Tags: , ,

« Older entries