Flora

You are currently browsing the archive for the Flora category.

Vandaag werd gepreekt in onze kerk over de gelijkenis van het goede zaad en het onkruid, hierbij mijn (concept)vertaling van dit gedeelte uit Mattheüs 13:24-30:

24 Een andere gelijkenis hield Hij hen voor en zei: Het koninkrijk van de hemel is als een mens die goed zaad in zijn akker zaaide.
25 En toen de mensen sliepen, kwam zijn vijand, en zaaide dolik tussen de tarwe en ging weg.
26 Toen nu het gewas opgeschoten was en vrucht begon te ontwikkelen, toen werd ook de dolik zichtbaar.
27 En de lijfeigenen van de eigenaar kwamen en zeiden tot hem: Meester, heb je geen goed zaad in je akker gezaaid? Van waar komt dan deze dolik?
28 En hij zei tot hen: Een vijandig mens heeft dit gedaan. En de lijfeigenen zeiden tot hem: Wil je dan dat wij erheen gaan en het verzamelen?
29 Maar hij zei: Nee, zodat jullie niet [tijdens] het verzamelen van de dolik ook mogelijk tegelijk de tarwe eruit trekt.
30 Laat ze beiden gezamenlijk opgroeien tot de oogst en in de oogsttijd zal ik tot de maaiers zeggen: Verzamel eerst de dolik en bindt het in schoven om het te verbranden, maar verzamel de tarwe in mijn schuur.

Aantekeningen

Vers 25 De meeste vertalingen hebben “onkruid”, maar het Griekse woord zizania is de meervoudsvorm van dolik (Lolium temulentum), een grassoort die nauw verwant is aan het in ons land bekende Raaigras (Lolium perenne) en giftig is. Tot halverwege de vorige eeuw kwam dit veelvuldig voor in Galilea, de streek waar deze gelijkenis werd verteld.

Vers 26 letterlijk staat er “maken” wat in deze context betekent dat de vrucht zich begon te ontwikkelen.

Vers 27 Het woord doýlos̱ wordt vaak vertaald met slaaf of dienstknecht. Omdat in deze periode het niet puur om slaven (mensen die niets over hun eigen lichaam te zeggen hadden) gaat, maar vaak ook vrijgekochte slaven die besloten om bij hun vroegere eigenaar te blijven werken kan het best vertaald worden als “lijfeigene”. In Nederland werden ze vroeger vaak “horigen” genoemd.

Vers 29 Omdat zowel de tarwe als de dolik in een veld vrij dicht bij elkaar staan zou het betekenen dat bij het wieden van de dolik ook de tarwe uit de grond getrokken kon worden. Wat zou inhouden dat hierdoor de wortels van de tarwe beschadigd konden worden en de groei van het graan zou remmen. Tegen de oogsttijd maakt het niet meer zoveel uit om dan eerst de dolik te wieden, omdat direct daarna de tarwe geoogst zou worden. Nadeel van deze methode is dat een deel van de graankorrels van de dolik op de grond vielen en het volgende jaar weer zou opgroeien. Vandaar dat het een hardnekkig onkruid was dat tot halverwege de vorige eeuw op de akkers bleef. Met de moderne landbouwtechnieken werd dit probleem opgelost.

Tags: , , , ,

De woestijn en de dorre vlakte zullen zich verheugen,
de wildernis zal zich verblijden en bloeien met bolplanten.

Jesaja 35:1

Overal waar je in Nederland komt zie je wel iets groeien en het hele jaar door zien we dat er in de natuur iets groens is. In Israël en dan vooral in de woestijnachtige omgevingen is dat niet het geval, alleen in het voorjaar zien we dat na de regenbuien alles bloeit. Zelfs in de woestijnen zie je dan de planten uitspruiten en bloeien om daarna na een paar dagen weer te verwelken om het volgende jaar weer uit te komen. In gecultiveerde woestijngebieden bij Bersheba zie je grote graanvelden, terwijl een paar maanden later het een dorre vlakte is.

In de Judea woestijn zie je papaverachtigen zoals de Adonis palaestina Boiss., maar ook ooievaarsbekken (zie foto linksonder). Veel vertalingen hebben geworsteld met het laatste woord in deze tekst en welke ik heb vertaald met “bolplanten”, zo hebben de SV en de HSV het vertaald met “roos”, terwijl de WV “krokus” heeft en de NBV “lelie”. Dat komt omdat het Hebreeuwse woord ḇaṣṣeleṯ in de Bijbel alleen nog voorkomt in Hooglied 2:1 en dan in combinatie met Saron, een plaats/streek die ook in het volgende vers van Jesaja (35:2) wordt genoemd. Etymologen willen dit woord afleiden van beṣel (‘bol’) en hamats (‘prikkelende’of ‘prachtig’). Dat zou betekenen dat het gaat om een bolplant en biologen hebben verschillende planten aangewezen waar het om zou gaan, met als enige gemeenschappelijke kenmerk dat het bij hun determinatie om bolplanten gaat. Kijken we naar het Hebreeuws dan valt op dat in dit vers het om een categorische aanduiding gaat “met alle [soorten] ḇaṣṣeleṯ” (of “met al het gebloemte”), het lijkt mij dan ook logisch dat we niet zozeer aan één plant moeten denken, maar meer aan een groep planten en vandaar dat ik het heb vertaald met “bolplanten”. Daarbij moge het duidelijk zijn, dat zelfs dit nog niet de volledige lading dekt, want in de woestijn bloeien ook andere planten zoals op de foto afgebeeld en die geen bolplanten zijn.

Tags: , ,

Knoflook

Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook.

Numeri 11:5

De afgelopen jaren heb ik al heel wat geschreven over allerlei planten en bomen. Vanochtend had ik een gesprek met onze dominee en natuurlijk, hoe kon het ook anders, ging het over planten in de Bijbel. Het viel me toen op dat ik nog niet eerder had geschreven over de knoflook. Niet zo verwonderlijk, maar het komt alleen in bovengenoemde tekst voor. Toch zijn er een aantal leuke dingen over te vertellen.

We lezen dat de Joden in de woestijn hieraan dachten en het valt op dat ze meerdere look-achtige soorten noemen, het eerste woord wat de SV met “look” is vertaald wordt zeer waarschijnlijk “prei” mee bedoeld, terwijl de “ajuinen” een verouderd woord voor uien is en de laatste is de knoflook en blijkbaar werden die veel gegeten in Egypte. Dit wordt bevestigd door Herodotos (Historiën, ii.125) die schreef dat het samen met Rammenas (Raphanus sativus) en de Ui (Allium cepa) het normale voedsel was voor de Egyptische arbeiders.

Maar los van dat, de Joden waren er verzot op en wordt meermalen in de Talmud als kruid voorgeschreven en dat heeft er zelfs toe bijgedragen dat de Joden in veel Europese steden de bijnaam “stinkende Jood” kregen. Ook is er een volksvertelling waarin wordt verhaalt dat toen de engel Gabriël de boodschap aan Maria bracht, zij huilde van vreugde. Iedere traan die op de grond viel, veranderde in een Madelief (Bellis perennis L.). Toen de duivel dit zag, werd hij zo woedend dat hij al deze Madeliefjes uit de grond wilde trekken. Ieder Madeliefje dat hij aanraakte veranderde in de stinkende knoflook.

Tags: ,

Veel mensen weten dat ik een kleine Bijbeltuin heb, waarin ik allerlei planten en bomen uit de Bijbel heb staan en regelmatig krijg ik dan ook reacties, vragen of in het beste geval zaad van een plant die volgens hen vooral in mijn tuin moet staan. Zo kreeg ik van de week van een buurvrouw een koffiefilterzakje met daarin wat speciale zaden. De omschrijving was veelzeggend “heilige boontjes!”

Het bleek om een variëteit van de gewone tuinboon te gaan, want de “heilige boon” is een echt bestaande plant (Phaseolus vulgaris monstrans) die ook wel Heilige Sacramentsboon word genoemd, waarbij een belangrijk kenmerk is dat rondom de navel een engel of een monstrans te zien is. Naar een legende werd een monstrans in een kerk te Doubs (Frankrijk) gestolen en in een tuin begraven. Op die plek werden gewone boontjes geplant, echter toen de bonen eraan kwam vertoonden die allemaal een bont vlekje bij de navel dat de vorm van een monstrans had. Dat verwonderde iedereen en men groef en dolf en vond al snel het gestolen voorwerp. Sindsdien bleef men deze bonen planten en werden H. Sacramentsbonen genoemd. In werkelijkheid werd het Heilige Boontje pas in de 17de eeuw door de Spaanse veroveraars vanuit Zuid-Amerika mee teruggevoerd naar Europa. De oorzaak dat deze bonte vlekjes steeds weer terugkomen komt omdat de plant een zelfbestuiver is, wat betekent dat deze eigenschap altijd mee zal gaan naar de volgende generatie bonen. Er worden dus geen eigenschappen van andere rassen ingekruisd.

Maar hoe leuk dit allemaal is, in mijn tuin worden alleen planten gezet die ook in de Bijbel voorkomen en gelukkig blijkt dat de “boon” tweemaal wordt genoemd in de Bijbel (2 Sam 17:28; Ezech. 4:9). Dus genoeg reden om volgend jaar deze in mijn tuin te plaatsen en ervan te genieten.

Tags: ,

Melk van de Vijgenboom

Van de week plukte ik enkele vijgen uit de tuin en daarbij kwam wat wit-geelachtig sap vrij. Direct geïnteresseerd vroeg ik me af of dit iets te maken had met een Romeinse mythe. Voor ik daar echter op inga eerst iets over dit melksap dat vroeger onder andere werd gebruikt als middel bij kiespijn, maar ook voor verwijdering van wratten. Dit laatste is ook de reden waarom het melksap als het op de huid terecht komt irritaties kan geven en in sommige gevallen zelfs blaren. Toch heeft dit melksap of latex ook zijn voordelen, want van van enkele familieleden van de vijg, de Indiase Banyan (F. bengalensis) en de Indische Rubber Plant, wordt het gebruikt om er rubber van te maken.

Volgens de Romeinse mythe werden Romulus en Remus gevonden onder een vijgenboom, welke de Ficus Ruminalis werd genoemd. En volgens de overlevering zou men deze boom ook nu nog kunnen vinden in een kleine tuin bij de Forum Romanum. Het Latijnse woord Ruminalis is afgeleid van rumis of ruma wat “borst” betekent. De boom was dan ook gewijd aan de godin Rumina en de Romeinen zagen het dan ook als een slecht voorteken als de boom begon te lacteren (Pliny, Natural History 15.77) en als de boom doodging werd deze herplant (Tacitus, Annales 13.58). Hieruit blijkt dat volgens de mythe dit melksap in verband werd gebracht, niet alleen met deze godin, maar ook met de tweeling die onder deze vijgenboom door een wolvin de borst werden gegeven.

Tot zover heeft dit alles nog weinig met de Bijbel te maken. Echter als de vijgen rijp worden dan wordt dit melksap omgezet naar suikers en daarvan lezen we in de geschiedenis van de zieke Hizkia. De profeet Jesaja legt vijgenkoeken op de wond en Hizkia geneest. De oorzaak is dat door de geconcentreerde suikeroplossingen alle pus uit de etterende wonden wordt gezogen (met de schadelijke bacteriën!). De ziekmakende microben sneuvelen daarbij door de hoge suikerconcentraties. Dat is ook de reden waarom gekonfijte conserven niet snel bederven. In ieder geval de wond wordt hierdoor weer schoon en in zekere mate steriel, waardoor er genezing optreed.

Tags:

De ceder

U die zetelt op de Libanon, genesteld in de ceders,
hoe zult u zuchten als weeën u overkomen, smart als van een barende vrouw.

Jeremia 22:23 (HSV)

Een van de mooiste bomen die worden genoemd in het Bijbelboek Jeremia is naar mijn mening de ceder. En deze tekst ga ik dan ook noemen in mijn lezing van aanstaande zondag.

De ceder is een imposante boom, als we naar de foto kijken dan zien we bij de stam een volwassen man van tegen de twee meter staan. Hoe dik sommige takken zijn blijkt als we naar de top kijken, waar tijdens een blikseminslag een tak was geraakt met een doorsnee van 1,5 á 2 meter. Je kunt je voorstellen dat in een bos vol met dit soort bomen je je veilig voelt als je in de top zit. En dat is wat Jeremia hier probeert te vertellen, ondanks dat die bomen er stevig uit zien is het toch niet veilig, de bliksem kan inslaan, of de boom zelf kan omgehakt worden.

Waarom gebruikt Jeremia de ceder als voorbeeld, de tekst gaat over de bewoners van Jeruzalem en in de eeuwen daarvoor hebben ze schitterende bouwwerken gemaakt met daarin heel veel cederhout, waaronder met name het koninklijk paleis (zie Jer. 21:14; 22:6, 14). Het is dan ook een verborgen zinspeling op de stad Jeruzalem die zich op dat moment ook nog veilig voelt, daar op de toppen van hun bergen in hun cederhouten huizen.

Tags: ,

En de Engel des HEEREN verscheen hem in een vuurvlam uit het midden van een braambos; en hij zag, en ziet, het braambos brandde in het vuur, en het braambos werd niet verteerd.

Exodus 3:2

Deze passage in de Bijbel waar God verscheen aan Mozes is een van de bekendere. Op de vraag wat voor soort plant wordt bedoeld met de brandende braambos wordt het plotseling een stuk onduidelijker. In de loop der jaren zijn er vele verklaringen gezocht wat voor soort struik dit zou zijn geweest. Hierbij moeten we bedenken dat Mozes, niet alleen na zijn jarenlange ervaring als schaapherder in de woestijn, maar ook door zijn goede opleiding als Egyptisch prins, een goede kennis moet hebben gehad van de flora.

De meest gangbare verklaring (Bruijel, F.J., Tijden en Jaren, p. 198) is dat het zou gaan om de Braam (Rubus ulmifolius), men baseert zich dan op de LXX en het Nieuwe Testament (Mk. 12:26; Lk. 20:37; Hand. 7:30; 7:35) waar het Griekse βάτος batos wordt gebruikt wat in eerste instantie Braam betekent (Henry George Liddell. Robert Scott. A Greek-English Lexicon. batos), maar ook de meer algemenere betekenis van ‘doornstruik’ heeft (SBNT, βάτος batos : Het zelfstandig naamwoord (mnl./vrl.) batos betekent ‘doornstruik, braamstruik’). Dat het om een Braam zou gaan is niet waarschijnlijk daar deze struik niet voorkomt in woestijnachtige gebieden, gezocht zal dan ook moeten worden naar een doornachtige struik. Volgens Tristram (The Natural History of the Bible, p. 392) wordt met סנה seneh, de brandende braambos (Ex. 3:2, 3, 4; Deut. 33:16), de Acacia nilotica bedoeld, omdat deze in het Egyptisch sunt en in het Arabisch seyal wordt genoemd.

Een opmerkelijk voorbeeld van een afwijkende vertaalwijze vinden we in de Naardense Bijbel van Pieter Oussoren. Die noemt het “Sinaï-doorn”, omdat de stam van het woord volgens hem duidelijk verwantschap vertoont met Sinaï. Als theoloog is hij niet geïnteresseerd in welke plant mogelijk bedoeld is, maar naar de bedoeling van het woord zelf. Het woord verwijst naar de plek waar de tegenstellingen worden opgeheven, de plek van de eenheid.

Tags: , ,

Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land: een land met waterbeken, bronnen en diepe wateren, die ontspringen in het dal en op het gebergte; een land met tarwe en gerst, wijnstokken, vijgenbomen en granaatappels; een land met olierijke olijfbomen en honing; een land waarin u zonder schaarste brood zult eten, waarin het u aan niets ontbreken zal; een land waarvan de stenen ijzer zijn, en waarin u uit zijn bergen koper kunt hakken.

Deuteronomium 8:7-9 (HSV)

Vandaag werd in museumpark Orientalis de Israëlische tuin Hidden Garden geopend door de Israëlische ambassadeur Haim Divon. De Hidden Garden is gebaseerd op bovengenoemde tekst en naast verschillende planten en bomen zijn er in de tuin zes rotsblokken prominent opgesteld, welke van historische waarde zijn omdat zij werden verzameld op zes belangrijke locaties in Israël, waaronder de Dode Zee, Jeruzalem en Eilat en staan symbool voor de zes punten van de Davidsster.

Onder het genot van een kop koffie mochten de genodigden luisteren naar de gebruikelijk speeches van directrice van Ven, burgemeester van Groesbeek dhr. Keereweer en de Israëlische ambassadeur Divon en naar de muzikale omlijsting welke werd verzorgt door de kinderen van Basisschool Op De Horst uit Groesbeek. Daarna trokken de genodigden door het schitterende park via het “dorpje” Beth Juda naar de Hidden Garden waar deze werd geopend.

Deze tuin in 2012 ontworpen door Hovav Burnovski, is niet al te groot en men kan deze bezoeken door langs een haag van oude maar zeer mooie wijnstokken te gaan, vervolgens heeft men uitzicht op een aantal schitterende dadelpalmen, granaatappelbomen, vijgenbomen en olijgbomen. Terwijl in het midden een kleine vijver is, waaromheen de zes rotsblokken zijn opgesteld. In het pad zijn verschillende schitterende mozaïeken aangelegd.

Persoonlijk denk ik dat deze kleine tuin een geweldige aanwinst is voor niet alleen Orientalis, maar ook voor alle liefhebbers van Bijbelse tuinen in Nederland.

Wilt u deze tuin bezoeken, in het weekend van 10 en 11 mei wordt de tuin geopend voor het publiek en aansluitend kunt u genieten van authentieke gerechten, gebaseerd op de vruchten van de bomen, in de Romeinse Herberg iets verder op het terrein. Zie hier voor meer informatie.

Een kleine fotoimpressie van de opening is hier te zien.

Tags: ,

Het woord van de HEERE kwam tot mij: Wat ziet u, Jeremia? Ik zei: Ik zie een amandeltak.
Toen zei de HEERE tegen mij: Dat hebt u goed gezien, want Ik waak over Mijn woord om dat te doen.

Jeremia 1:11-12 (HSV)

De komende tijd wil ik weer regelmatig stilstaan bij onderwerpen uit de natuur en daar wat achtergrondinformatie over geven.

Bij de roeping van Jeremia toonde God hem een amandelstokje (Jer 1:11). Om dit beeld te verstaan moeten we weten dat de Amandelboom, de eerste boom in het Midden-Oosten is, die na de winter gaat uitbotten en bloesemen. Reeds in januari, als de andere planten nog in hun winterslaap zijn, gaan zijn knoppen al groeien en zelfs bloesemen. Hij reageert dus sneller dan andere bomen op de lentezon en lenteregen.

De Hebreeuwse betekenis van het woord amandel shaqed is dan ook waakzaam, oplettend. Welnu, zo zal God met grote ijver en met spoed waken over zijn woord dat het zal doen, waartoe Hij het zond. De NBV geeft als vertaling “zo snel als een amandelboom in het voorjaar uitbot, zo snel laat ik mijn woorden uitkomen.”, maar vergeet daarbij het Hebreeuwse beeld van de “waakzaamheid”.

Tags: , ,

Nardus

Zolang de Koning aan Zijn ronde tafel zit, verspreidt mijn nardus zijn geur.

Hooglied 1:12

De eerste plant die bij name wordt genoemd in Hooglied is het narduskruid in de vorm van een parfumerie. Het meisje is aan het woord en mag in het paleis bij de koning aanwezig zijn en omdat ze geparfumeerd is met nardusolie verspreid deze geur de ruimte.

Nardus is een olie welke gemaakt wordt uit de wortels en stengels van het narduskruid (Nardostachys grandiflora). De plant behoort net als de rode valeriaan tot de familie Valerianaceae en wordt om de gelijkenis met de rode valeriaan (Centranthus ruber) ook wel “valse valeriaan” genoemd. Van oorsprong komt de plant uit het Himalaya-gebied en werd sinds heugenis al gebruikt. Het was een zeer gewild en kostbaar parfum die alleen voor priesters, koningen en andere rijken bestemd was. In het antieke Egypte is het terug gevonden als grafgift van farao Tut-ank-Amon. De Feniciërs brachten het verder in de handel en later genoot de plant grote bekendheid bij de Romeinen die het gebruikten voor de bereiding van de aromatische olie Nardinum. In het Nieuwe Testament lezen we dat Maria, de zuster van Lazarus en Martha, de voeten van Jezus zalft met nardus. We zien hier ook een verwijzing hoe duur nardus is, de albasten fles vertegenwoordige namelijk een waarde van 300 penningen (Mark. 14:5) wat omgerekend ruim € 15.000,– was. De bereiding van de olie is vrij eenvoudig en wordt door middel van stoomdistillatie gewonnen uit de wortelstokken en stengels, waarna de olie lichtgeel tot amberkleurig is. Daarnaast blijkt ook hoe aromatisch de olie was want in Johannes lezen we dat het huis werd vervuld met de geur van de zalf (Joh. 12:3), een zware zoetige geur die iets weg heeft van de reeds genoemde valeriaan.

Terugkomend op onze dame uit Hooglied. Omdat het nogal warm is in het Midden-Oosten, gebruikte men vroeger allerlei parfumerie om de vieze lucht van zweet te verdoezelen. Zo liet de Egyptische Nefertite, de vrouw van farao Echnaton (1350 v.C.) haar gasten een zalfkegel op hun hoofd of borst dragen, gevuld met een mengsel van mirre-hars en andere geurende kruiden. Door de lichaamswarmte druppelde deze dan langzaam over de lichamen, waardoor de gasten heerlijk roken. Onze dame in Hooglied had blijkbaar een soortgelijke zalfkegel maar dan gevuld met Nardus, welke een heerlijke geur verspreid.

Tags: , ,

« Older entries