G395 ἀνατολή
oosten (het), opgaan (vd zon en sterren), zonsopgang
Taal: Grieks

Onderwerpen

Bethlehem (ster van), Sterren,

Statistieken

Komt 10x voor in 3 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

anatolē,

Het woord “en te anatolè” (αστερα εν τη ανατολη) in Mat. 2:2, wordt door diverse Bijbelvertalingen met “in het Oosten” vertaald. Nu is de betekenis van het woord ανα−τολη “opkomst”, en wel de opkomst van de Zon en de Maan (m 4, v.-SOCR., HDT. 4, 8) danwel van sterren (AESCH.), als tweede betekenis wordt gegeven “het Oosten” (HDT. 7, 58, POL.) , terwijl ook als betekenis de oorsprong van rivieren wordt gegeven.


Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἀνατολή, -ῆς, ἡ (< ἀνατέλλω), [in LXX chiefly for מִזְרָח H4217, קָדִים H6921;] 1. a rising: of light, Lk 1:78. 2. the sun-rising, the east (MM, VGT, s.v.): Mt 2:2, 9, Re 21:13; ἀ. ἡλίου, Re 7:2 16:12 (WΗ, pl.); pl., Mt 2:1 8:11 24:27, Lk 13:29.†

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

ἀνατολή,
  poetry ἀντ-, (ἀνατέλλω) rising above the horizon, of any heavenly body, e.g. the sun, frequently in plural, ἀντολαὶ ἠελίοιο Odyssea Homerus Epicus “Odyssey” 12.4, Euripides Tragicus “Phoenissae” 504:—also in sg., ἀπ᾽ ἀνατολᾶς ἁλίου ἄχρι δύσεως “IG” 4.606; δύσεώς τε καὶ ἀνατολῆς ἡλίου καὶ τῶν ἄλλων ἄστρων Plato Philosophus “Politicus” 269a, compare “Lg.” 807e ; distinct from ἐπιτολή (which see), Geminus Astronomicus 13.3.
__2 ={ἐπιτολή}, Aeschylus Tragicus “Prometheus Vinctus” 457, “Ag.” 7; περὶ Ὠρίωνος ἀνατολήν Aristoteles Philosophus “Meteorologica” 361b23; ἀπὸ Πλειάδος ἀ. prev. author “HA” 599b11.
__3 the quarter of sunrise, east, opposed to δύσις, frequently in plural, ἀπὸ ἡλίου ἀνατολέων Herodotus Historicus 4.8; ἡλίου πρὸς ἀντολάς Aeschylus Tragicus “Prometheus Vinctus” 707; without ἡλίου, πρὸς ἀνατολάς Theophrastus Philosophus “Historia Plantarum” 9.15.2, “Mon.Anc.Gr.” 14.12; πρὸς τὰς ἀ. Polybius Historicus 2.14.4; ἀπὸ ἀνατολῶν LXX.Num.23.7, NT.Matt.2.1, etc.
__3.b the ascendant, i.e. the point where the eastern horizon cuts the zodiac, Ptolemaeus Mathematicus “Tetrabiblos” 20.
__3.c phase of new moon when 150 distant from sun, “Catalogus Codicum Astrologorum” 8(4).204, Paulus Alexandrinus Astrologus “G.” 3.
__4 in plural, sources of a river, Polybius Historicus 2.17.4.
__II growing, of the teeth, Aristoteles Philosophus “Historia Animalium” 501b28 ; of the white at the root of the nails, 2nd c.AD(?): Pollianus Epigrammaticus 2.146: pl., ἀγρὸς ἀνατολὰς καὶ βλάστας ἔχει Philo Judaeus 1.68, cf. LXX.Jer.23.5, al.+1st c.AD+

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀνατέλλω G393 "opgaan, ontspruiten";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Hadderech