G1135 γυνή
vrouw, echtgenote
Taal: Grieks

Onderwerpen

Vrouwen,

Statistieken

Komt 220x voor in 15 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

gynē, zn. vrl.; misschien afgeleid van γίνομαι G1096;


1) vrouw getrouwd of ongetrouwd, ter onderscheid van een man (Mat. 11:11; 14:21); 2) een getrouwde vrouw (Mat. 1:20, 24; 14:3; Mark. 6:17; etc.); 3) vrouw als een beleefde vorm van aanspreken (Mat. 15:28; Luk. 13:12; 22:57; Joh. 2:4; 4:21; 8:10; 19:26; 20:13, 15), zoiets als tegenwoordig "mevrouw" (cf. het Duits "Frau"); 4) als diacones (1 Tim. 3:11)


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

γυνή, -αικός, ἡ, [in LXX for אִשָּׁה H802 ;] 1. a woman, married or unmarried: Mt 11:11 14:21, al.; ὕπανδρος γ., Ro 7:2; γ. χήρα, Lk 4:26; in vocat., γύναι implies neither reproof nor severity, but is used freq. as a term of respect and endearment, Mt 15:28, Jo 2:4, 4:21 19:26. 2. a wife: Mt 1:20, I Co 7:3, 4 al.; γ. ἀπολύειν, Mk 10:2, al.; γ. ἔχειν Mk 6:18; γ. λαβεῖν, Mk 12:19; γ. γαμεῖν, Lk 14:20. 3. a deaconess, I Ti 3:11 (CGT, in l.).

Bronnen


Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks γίνομαι G1096 "worden, gebeuren";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

De Bijbelonderzoeker