G5456 φωνή
geluid, toon
Taal: Grieks

Onderwerpen

Geluid,

Statistieken

Komt 139x voor in 11 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

pho'ne, zn vr waarschijnlijk verwant aan φαινω G05316 via het idee van onthulling); TDNT - 9:278,1287;


1) klank, toon 1a) van onbezielde dingen, zoals muziekinstrumenten 2) stem 2a) van het geluid van gesproken woorden 3) spraak 3a) van een taal, een dialect


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

φωνή, -ῆς, ἡ, [in LXX chiefly and very freq. for קוֺל H6963 ;] a voice (a) prop., of persons, Mt 2:18 (LXX), al.; φ. αἴρειν (ἐπαίρειν), Lk 17:13, Ac 2:14, al.; φ. μεγάλῃ εἰπεῖν (λέγειν, φωνεῖν, etc.), Lk 8:28, Ac 7:57, Re 5:12, al.; γίνεται (ἔρχεται) φ. ἐκ τ. οὐρανῶν (ἐξ οὐρανοῦ), Mk 1:11, Lk 3:22, Jo 12:28, al. (cf. DCG, ii, 810a; Dalman, Words, 204 f.); ἀκούειν φωνήν (-ῆς; v.s. ἀκούω), Ac 9:4, 7 al.; φ. βοῶντος, Mt 3:3, Mk 1:3, Lk 3:4, Jo 1:23 (LXX); τ. θεοῦ, Jo 5:37, He 3:7 (α) of the speaker, βλέπειν τὴν φ., Re 1:12; (β) speech, language ( Ge 11:1, IV Mac 12:7, al.): I Co 14:10; (b) of inanimate things: Mt 24:31, Jo 3:8, Ac 2:6, Re 1:15b 9:9 14:2, al. (cf. Tr., Syn., § lxxxix).
Bronnen

Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀλεκτοροφωνία G219 "hanengekraai"; Grieks ἄφωνος G880 "sprakeloos, stom"; Grieks κενοφωνία G2757 "ijdele rede"; Grieks σύμφωνος G4859 "overeenstemmend, harmonisch"; Grieks φαίνω G5316 "schijnen, verlichten, verschijnen, licht werpen"; Grieks φωνέω G5455 "geluid geven, een geluid laten klinken, spreken, roepen";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

BoekenBoeken