H4791 מָרוֹם
hoge plaatsen, hoogte
Taal: Hebreeuws

Statistieken

Komt 54x voor in 14 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

mārôm, zn. mnl., TWOT 2133h; van רוּם H7311;


1) hoogte (Richt. 5:18; 2 Sam. 22:17); 2) voor God "Allerhoogste" (Ps. 56:3 92:9; Mi. 6:6); 3) voor mensen (Jes. 24:4), יֹשְׁבֵ֣י מָרֹ֔ום "de hooggezetenen" (Jes. 26:5)


Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

מָרוֹם n.m. height 1 height, elevation (concr.), elevated place 2 alone = height of heaven 3 adv. fig., = proudly 4 fig. of nobles

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H4791 מָרוֹם mârôwm; from 7311; altitude, i.e. concretely (an elevated place), abstractly (elevation, figuratively (elation), or adverbially (aloft) — (far) above, dignity, haughty, height, (most, on) high (one, place), loftily, upward.

Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws מֵרוֹם H4792 "Merom"; Hebreeuws רוּם H7311 "high, exalt, offer, (lift, hold, give, etc...) up, ";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs