Richteren 8:19

SVToen zeide hij: Het waren mijn broeders, zonen mijner moeder; [zo waarlijk als] de HEERE leeft, zo gij hen hadt laten leven, ik zou ulieden niet doden!
WLCוַיֹּאמַ֕ר אַחַ֥י בְּנֵֽי־אִמִּ֖י הֵ֑ם חַי־יְהוָ֗ה ל֚וּ הַחֲיִתֶ֣ם אֹותָ֔ם לֹ֥א הָרַ֖גְתִּי אֶתְכֶֽם׃
Trans.wayyō’mar ’aḥay bənê-’immî hēm ḥay-JHWH lû haḥăyiṯem ’wōṯām lō’ hāraḡətî ’eṯəḵem:

Algemeen

Zie ook: Eed, Gelofte (afleggen), Zweren (iets)

Aantekeningen

Toen zeide hij: Het waren mijn broeders, zonen mijner moeder; [zo waarlijk als] de HEERE leeft, zo gij hen hadt laten leven, ik zou ulieden niet doden!


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יֹּאמַ֕ר

Toen zeide hij

אַחַ֥י

waren mijn broeders

בְּנֵֽי־

zonen

אִמִּ֖י

mijner moeder

הֵ֑ם

Het

חַי־

leeft

יְהוָ֗ה

de HEERE

ל֚וּ

zo

הַחֲיִתֶ֣ם

hadt laten leven

אוֹתָ֔ם

gij hen

לֹ֥א

niet

הָרַ֖גְתִּי

doden

אֶתְ

ik zou ulieden

כֶֽם

-


Toen zeide hij: Het waren mijn broeders, zonen mijner moeder; [zo waarlijk als] de HEERE leeft, zo gij hen hadt laten leven, ik zou ulieden niet doden!


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!