G4043 περιπατέω
lopen, wandelen
Taal: Grieks

Statistieken

Komt 96x voor in 20 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

peripateo̱, ww. van περί G04012 en πατέω G03961; TDNT - 5:940,804;


1) lopen, wandelen; 1a) voortgang maken, goed gebruik maken van gelegenheden; 1b) Hebreeuws voor leven met/naar (הָלָךְ hālāk H01980 "wandelen (met)"); 1b1) zijn leven regelen; 1b2) zich gedragen; 1b3) zijn leven doorbrengen;


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

περι-πατέω, -ῶ, [in LXX chiefly for הלךְ H1980 pi., hith.;] to walk: absol., Mt 9:5, Mk 5:42, Lk 5:23, Jo 1:36; c. pred., γυμνός, Re 16:15; ἐπάνω Lk 11:44; διά, c. gen., Re 21:24; ἐν, Mk 11:27 12:38, Jo 7:1 11:54, Re 2:1, al.; ἐν τ. σκοτίᾳ, fig., Jo 8:12 12:35, I Jn 1:6, 7 2:11; ἐπί, c. gen., Mt 14:26; id. c. dat., Mt 14:25, 29; μετά, Jo 6:66, Re 3:4; παρά, c. acc., Mt 4:18. Metaph., of living, passing one's life, conducting oneself (like ἀναστρέφομαι in Xen., Plut., LXX, π.; M, Pr., 11; Deiss., BS, 194): ἀκριβῶς, Eph 5:15; ἀτάκτως, II Th 3:6, 11; εὐσχημόνως, Re 13:13, I Th 4:12; ἀξίως, c. gen., Eph 4:1, Col 1:10, I Th 2:12; καθώς (ὥς), Eph 4:17 5:8, 15, Phl 3:17, I Th 4:1; οὕτως ὥς, I Co 7:17; seq. nom. qual., Phl 3:18; c. dat., Ac 21:21, Ro 13:13, II Co 12:18, Ga 5:16; seq. ἐν, Ro 6:4, II Co 4:2 5:7 10:3, Eph 2:2, 10 4:17 5:2, Col 3:7 4:5, He 13:9, II Jn 4, 6, al.; ἐν Χριστῷ, Col 2:6; κατά, c. acc., Mk 7:5, Ro 8:4 14:15, I Co 3:3, II Co 10:2, II Jn 6 (cf. ἐν-περιπατέω).

Bronnen


Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἐμπεριπατέω G1704 "rondwandelen (bij iemand)"; Grieks πατέω G3961 "gaan, wandelen, treden, betreden"; Grieks περί G4012 "over, betreffende, vanwege, omdat, rondom";

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

BoekenBoeken