Alruin
דּוּדַי H1736 "Dudaim, korven, vijgenkorven, liefdesappelen, alruin, Mandragora autumnalis",

Zie ook: Artikelen Blog, Afrodisiacum, Planten / Flora,

De alruin (Mandragora officinarum) is een overblijvende plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae), welke drie keer wordt genoemd in de Bijbel.

Inhoud

Bijbel
In de Bijbel komen we een aantal keren de plant דּוּדַי dudaim tegen (Genesis 30:14; 30:15; 30:16; Hooglied 7:13; Jeremia 24:1), waar ze altijd in de 'magische' context van liefdesappelen worden genoemd.  Veelal wordt deze דּוּדַי dudaim geïdentificeerd met de Alruin (Mandragora Officinarum L., Mandragora autumnalis L.).

De geur van liefdesappelen

Uit het vers in Hooglied blijkt zonder meer dat de dudaïm een seksuele context heeft. Probleem is dat hier wordt gesproken over de geur van deze plant, terwijl deze plant nauwelijks ruikt. Om die reden hebben verschillende commentatoren (Smith, Dictionary of the Bible, 1876, p. 515: “It is well known that the mandrake is far from odoriferous, the whole plant being, in European estimation at all events, very fetid.”) gedacht dat het hier om een andere plant moet gaan. Hierbij wordt echter voorbijgegaan aan het feit dat als de vruchten rijp zijn geworden, ze wel degelijk een aangename ruik verspreiden (L. O. Hanuš, V. M. Dembitsky, en A. Moussaieff, Comparative Study of Volatile Compounds in the Fresh Fruits of Mandragora autumnalis, in Acta Chromatographica, Vol. 17, 2006, p 158: “In the dichloromethane extract of unlyophilized fresh ripe fruit the main compounds were 30.1% linoleic acid, 16.9% palmitic acid, 7.0 % squalene, 1.9% myristic acid, 1.8% ethyl caprate, and 1.4% ethyl laurate. Many of the identified compounds contribute to different extents to pleasant aroma and taste of this fruit (because unripe fruit have no smell, the important “odour compounds” were present in ripe fruit only).”).

Ruzie Rachel & Lea

Bekend is de ruzie tussen Rachel en Lea, waarbij Rachel smeekt of ze de dudaim, die Lea's zoon Ruben gevonden had, mocht hebben. Waarop Lea terug bitst: "Was het niet genoeg dat je mijn man hebt afgenomen? Nu wil je zeker ook de liefdesappelen van mijn zoon ook nog stelen?", waarop Rachel droevig antwoord "Nu zal hij vannacht met jou slapen, vanwege die liefdesappelen" (Gen 30:14-15).



Terminologie

Veelal wordt deze דּוּדי dûday, dudaïm geïdentificeerd met de Alruin (Mandragora officinarum L., Mandragora autumnalis L.). Het woord is afgeleid van דּוֹד dôd “liefde bedrijven” (mv. דֹּדִים dodim). Ook de naam van de bekende koning David דּוּד daw-veed' (geliefde) is van dezelfde woordstam afgeleid.

De wetenschappelijke naam Mandragora Officinarum L. is afgeleid van mandra "stal" en agora "verzamelen", waarbij men moet denken aan een plant die in de buurt groeit van stallen (Het populaire idee dat het woord zou zijn afgeleid van het Perzisch مردم‌گیاه Mardum-giâ of Mardom-giâ, wat “mensenkruid” zou betekenen, is incorrect). De tweede naam Officinarum is "geneeskrachtig", of beter "uit de apotheken (officina = apotheek). Het Nederlandse woord Alruin (Duits: Alraune) is van het Gotisch runa "geheim" afgeleid, waarmee men wil wijzen op de magische krachten die de wortel zou bezitten (Ook de populaire afleiding, dat het van de 13de eeuwse helderziende Albruna afkomstig zou zijn, is incorrect).

Bij de Arabieren staat de plant bekend als Tuffah el Majanin (de “gekke man's” appel) en Beid el Jinn (de eieren van Jinn). In het vroege Arab. Sirag El-kotrub "duivelslamp" genoemd, tegenwoordig wordt de plant vaak aangeduid met Tufah Al-jinn "appel van de demon"; Perzisch Mardom Ghiah "manplant", Mehr-egiah "liefdesplant" (Ratsch, p. 353)


Botanie

Taxonomische indeling
  • Rijk: Plantae(Planten)
    • Superdivisie: Spermatophyta
      • Divisie: Angiospermae

De wetenschappelijke naam Mandragora Officinarum L. is afgeleid van mandra "stal" en agora "verzamelen", waarbij men moet denken aan een plant die in de buurt groeit van stallen. Officinarum "geneeskrachtig", of beter "uit de apotheken (officina = apotheek). Het Nederlandse woord Alruin (Duits: Alraune) is van het Gotisch runa "geheim" afgeleid, waarmee men wil wijzen op de magische krachten die de wortel zou bezitten. De Alruin is lid van de familie der Nachtschaden en komt van oorsprong voor in het Middellandse Zee gebied. De plant is verwant aan de aardappel. Het stevige wortelgestel lijkt enigszins op het lichaam van een mens met armen en benen. De frisgroene bladeren, die als een krans op de grond liggen, ontspruiten direct uit de bovenkant van de wortel omdat de plant bijna geen steel heeft. In de bloeitijd zijn er fraaie lila en wit gekleurde bloemen. De gele vruchten zijn zo groot als een pruim. Ze ruiken en smaken enigszins als appels. Enkele van de eigenschappen van de dudaim zouden zijn het opwekken van de seksuele lust, het verhogen van de potentie en het verbeteren van de vruchtbaarheid.

Betreffende de giftigheid lopen de meningen uiteen. Musselman (L.J. Musselman, Plants of the Bible, Mandrake), Crowfoot en Baldensperger waarschuwen (Crowfoot and Baldensperger, From Cedar to Hyssop (1932), p. 118) dat de plant giftig is, terwijl anderen als Tristram (H. B. Tristram, Natural History of the Bible (1868), p. 467) en Harrison (R.K. Harrison, “The Mandrake And The Ancient World,” The Evangelical Quarterly 28.2 (1956): 87-92) het tegendeel beweren. Feit is dat ze ook tegenwoordig nog regelmatig worden gegeten door Arabieren (F.J. Bruijel, Tijden en Jaren, p. 132-133).


Verspreidingsgebied

De alruin komt van nature voor in Zuid- en Midden-Europa en in het Middellandse Zeegebied, waar zij onder andere op Corsica kan worden aangetroffen (Ratsch, p. 346).


Geschiedenis en folklore

In de geschiedenis wordt Alruin verschillende keren genoemd, zo komt het voor in de Papyrus Ebers. Ook de Grieken en de Romeinen hebben gebruik gemaakt van dit kruid, er zijn verschillende aanduidingen over het gebruik van de narcotische kracht van Mandragora (Dioscorid. iv. 76), hoewel in sommige gevallen ook Hyoscyamus wordt bedoeld. Daarnaast zijn er verschillende legenden en mythes over deze plant bekend.

Een van de bekendste is wel dat men dacht dat de plant ontstond uit de urine en het zaad van een aan de galg gehangene. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze legende ruimte gaf aan de de meest fantastische verhalen. Zo zou deze plant ’s nachts een helder licht uitstralen (Fl. Josephus, Bellum Judaica, vii. 6, § 3) en de minste aanraking van de plant zou dodelijk zijn (Apuleius Platonicus, Herborium). Juist vanwege deze gevaarlijke eigenschap wilde men dolgraag deze plant hebben. Ook in de Nederlandse literatuur zien we dit terug: Die mandraghe es cruud, het ghelijct den mensche. Diese vte trect hi moet stappans steruen (Murhardsche Bibliothek, Hs. 8o MS. Med. 3, Kasse). Maar volgens een andere mythe zou bij het uitgraven deze plant een vreselijke schreeuw geven dat je verstijft doodviel, als je tenminste niet je oren had dichtgestopt. Vindingrijk als men was bond men een hond vast aan de Alruin en liet die de plant eruit trekken, door tegelijk op een harde trompet te blazen. Weliswaar ging de hond dood, maar door dit soort magie werd de begeerlijke wortel heel wat meer waard.

Nadat men de wortel op deze manier had uitgegraven, zag men dat deze, al dan niet met behulp van een scherp mesje,  erg leek op een poppetje. Het zogenaamde Alruinmannetje en -wijfje. Wie zo’n poppetje in bezit had, kreeg over heel veel dingen macht. Dus werden ze heel waardevol en men moest flink wat geld geven.  Zo gaf keizer Rudolf II (1552-1612) 100 Taler voor een Alruinwortel (Otto Augustus Wall, Sex And Sex Worship, p. 420). Het moge logisch zijn, omdat je er veel geld mee kon verdienen er flink werd gezwendeld (bv. door gebruik te maken van de Bryoniawortel).


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!