G286_ἀμνός
lam
Taal: Grieks

Onderwerpen

Lam Gods, Lam, lammetje,

Statistieken

Komt 4x voor in 3 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

amnos̱, zn. m. blijkbaar een grondwoord; TDNT - 1:338,54;


1) een lam; 2) "Lam Gods" als verwijzing naar Jezus Christus (Joh. 1:29, 36; Hand. 8:32; 1 Petr. 1:19).


Bronnen

Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

ἀμνός, -οῦ, ὁ [in LXX chiefly for כֶּבֶשׂ H3532;] a lamb: fig., of Christ (DCG, ii, 620b), Jo 1:29, 36, Ac 8:32(LXX), I Pe 1:19 (cf. ἀρνίον; Cremer, 102, 635).†

Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon

Voor meer informatie: Henry George Liddell, Robert Scott, A Greek-English Lexicon (1940)

ἀμνός, ὁ,
  lamb, Sophocles Tragicus “Fragmenta” 751, Aristophanes Comicus “Aves” 1559 ; ἀμνοὶ τοὺς τρόπους lambs in temper, prev. author “Pax” 935: metaph., ὁ ἀ. τοῦ θεοῦ NT.John.1.36: fem. (compare ἀμνή, ἀμνίς), Theocritus Poeta Bucolicus 5.144, 149, “Anthologia Graeca” 5.205.—Oblique casesusu. formed from ἀρήν, (which see) (For ἀβνός, i.e. agynos, cf. Latin agnus.)

Literatuur


Mede mogelijk dankzij

KlussenKlussen