Lam, lammetje
ἀμνός G286 "lam", ἀρνίον G721 "lam, lammetje, offerlam", שֶׂה H7716 "cattle, lamb +, sheep, lamb, ewe",

Zie ook: Beeldbank, Lam Gods, Schapen,

Lam (Hebreeuws שֶׂה H7716, Grieks ἀμνός G286), het jong van een schaap, in de Bijbel soms ook het jong van een geit.

Inhoud

Bijbel

Een van de eerste keren dat wordt gesproken over lammeren is als Jakob voor zijn schoonvader Laban werkt en heeft bedongen dat een speciaal type lammeren, die gespikkeld en gevlekt zijn, voor hem zijn (Gen. 30:32ev.). We lezen dan hoe hij dit voor elkaar krijgt, hoewel de werkelijke oorzaak eerder lag in het feit dat hij zorgde dat de hitsige schapen werden geselecteerd en hij dit resultaat kreeg.

Van Abraham lezen we dat hij Abimelech zeven ooilammeren geeft vanwege een ruzie over een waterput bij Berseba (Gen. 21:25-31).

Mesa, de koning der Moabieten, was verplicht om oa. honderd duizend lammeren als schatting aan de koning van Israël te geven (2 Kon. 3:4).

De huiden van de dieren werden gebruikt voor kleding (Job 31:20; Spr. 27:26) en als voedsel (Deut. 32:14; Amos 6:4).

In de toekomst zullen wolf en lam bij elkaar zijn (Jes. 11:6; 65:25).

Offerdier

Als een lam werd geofferd dan was deze minstens één jaar oud (Ex. 12:5; 29:38; Lev. 12:6; 14:10; 23:18-19; Num. 6:14; 7:17; etc.). Zo werden ze gebruikt voor het Pesach (Ex. 12:3ev.) en het prototype was van het Lam Gods.

Lam Gods

De uitdrukking het Lam Gods verwijst naar Jezus Christus in Zijn plaatsvervangende rol van het offerlam die de zonden van de mens verzoent. Het wordt met name door Johannes gebezigd in zijn Evangelie (Joh. 1:29, 36) en Openbaring (Opb. 5:6, 8, 12-13; 6:1, 16; 7:9-10, 14, 17; 12:11; 13:8; 14:1, 4, 10; 15:3; 17:14; 19:7, 9; 21:9; 14, 22-23, 27; 22:1, 3), daarnaast gebruiken zowel Lukas (Hand. 8:32) als Petrus (1 Petr. 1:19) het een keer.


Beschrijving

Een vrouwelijk lam wordt een ooilam genoemd, terwijl een lammetje dat nog bij zijn moeder drinkt een zuiglam wordt genoemd.

Lammetjesseizoen

In tegenstelling tot noordelijke landen, zoals Nederland waar het seizoen dat lammetjes geboren worden in de lente (april) valt, is dit in het Midden-Oosten een stuk eerder. Dit heeft vooral te maken dat de winter het regenseizoen is en dat dan het meeste eten is te vinden. Diverse geleerden vermelden dan ook dat de periode dat lammetjes in Israël worden geboren is van oktober tot februari (F. Lancaster, p. 215; E. Eyal, Ann. Zootech (1986), Vol. 35-3, p. 220) of van november tot februari (Th. Alberda, p. 86). Ook Dr. Epstein schrijft "In Iraq, the principal lamb­ing season of Awassi ewes is in No­vember, and in Lebanon, the Syrian Arab Republic and Israel in Decem­ber-January" (Dr. H. Epstein, Awassi sheep).

Ook in de kranten wordt het soms vermeld, zoals toen in januari 2018, tijdens het lammetjesseizoen, er een ziekte onder de schapen in de Jordaanvallei was (HaAretz, Plague Hits Palestinian Sheep in the Jordan Valley, 3 jan. 2018).

Rondom het Middellandse Zee gebied is het seizoen tegenwoordig grofweg dezelfde als in het Midden-Oosten en is de periode in oktober-december (M. Todaro et al., Small Ruminant Research 126 (2015), p. 60), waarbij dan wel men moet bedenken dat het om gecontroleerde fok gaat en men de fok probeert te verhogen door de schapen meerdere keren per jaar te laten bevallen.


Overig

De Engelse schrijver en beeldend kunstenaar William Blake (1757-1827) gaf in 1789 de bundel Songs of Innocence uit met daarin het gedicht 'Lamb'. In het eerste deel van het gedicht stelt de spreker, de vraag naar de oorsprong, de schepping van het lam, terwijl in het tweede couplet hierop een antwoord wordt gegeven. Het lam in het gedicht wordt gezien als het ultieme symbool van onschuld ('innocence'). Het doet tegelijkertijd dienst als metafoor voor Jezus Christus als het Lam Gods en in overdrachtelijke zin dus voor de Schepper zelf. Zoals bij de meeste van zijn werken illustreerde Blake het gedicht zelf.

Little Lamb who made thee 
         Dost thou know who made thee 
Gave thee life & bid thee feed. 
By the stream & o'er the mead;
Gave thee clothing of delight,
Softest clothing wooly bright;
Gave thee such a tender voice,
Making all the vales rejoice! 
         Little Lamb who made thee 
         Dost thou know who made thee 

         Little Lamb I'll tell thee,
         Little Lamb I'll tell thee!
He is called by thy name,
For he calls himself a Lamb: 
He is meek & he is mild, 
He became a little child: 
I a child & thou a lamb, 
We are called by his name.
         Little Lamb God bless thee. 
         Little Lamb God bless thee.

Aangemaakt 4 juni 2017, laatst gewijzigd 15 december 2018


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!