1 Samuel 12:10

SVEn zij riepen tot den HEERE, en zeiden: Wij hebben gezondigd, dewijl wij den HEERE verlaten, en de Baals en Astharoths gediend hebben; en nu, ruk ons uit de hand onzer vijanden, en wij zullen U dienen.
WLCוַיִּזְעֲק֤וּ אֶל־יְהוָה֙ [וַיֹּאמֶר כ] (וַיֹּאמְר֣וּ ק) חָטָ֔אנוּ כִּ֤י עָזַ֙בְנוּ֙ אֶת־יְהוָ֔ה וַנַּעֲבֹ֥ד אֶת־הַבְּעָלִ֖ים וְאֶת־הָעַשְׁתָּרֹ֑ות וְעַתָּ֗ה הַצִּילֵ֛נוּ מִיַּ֥ד אֹיְבֵ֖ינוּ וְנַעַבְדֶֽךָּ׃
Trans.wayyizə‘ăqû ’el-JHWH wayyō’mer wayyō’mərû ḥāṭā’nû kî ‘āzaḇənû ’eṯ-JHWH wanna‘ăḇōḏ ’eṯ-habə‘ālîm wə’eṯ-hā‘ašətārwōṯ wə‘atâ haṣṣîlēnû mîyaḏ ’ōyəḇênû wəna‘aḇəḏeḵḵā:

Algemeen

Zie ook: Asherah, Astarte, Ishtar, Baal, Hand (lichaamsdeel), Qere en Ketiv, Zonde

Aantekeningen

En zij riepen tot den HEERE, en zeiden: Wij hebben gezondigd, dewijl wij den HEERE verlaten, en de Baals en Astharoths gediend hebben; en nu, ruk ons uit de hand onzer vijanden, en wij zullen U dienen.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יִּזְעֲק֤וּ

En zij riepen

אֶל־

tot

יְהוָה֙

den HEERE

ו

-

יאמר

en zeiden

וַ

-

יֹּאמְר֣וּ

-

חָטָ֔אנוּ

Wij hebben gezondigd

כִּ֤י

dewijl

עָזַ֙בְנוּ֙

verlaten

אֶת־

-

יְהוָ֔ה

wij den HEERE

וַ

-

נַּעֲבֹ֥ד

gediend hebben

אֶת־

-

הַ

-

בְּעָלִ֖ים

en de Baäls

וְ

-

אֶת־

-

הָ

-

עַשְׁתָּר֑וֹת

en A’stharoths

וְ

-

עַתָּ֗ה

en nu

הַצִּילֵ֛נוּ

ruk

מִ

-

יַּ֥ד

de hand

אֹיְבֵ֖ינוּ

onzer vijanden

וְ

-

נַעַבְדֶֽךָּ

en wij zullen dienen


En zij riepen tot den HEERE, en zeiden: Wij hebben gezondigd, dewijl wij den HEERE verlaten, en de Baals en Astharoths gediend hebben; en nu, ruk ons uit de hand onzer vijanden, en wij zullen U dienen.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!