Handelingen (boek)

Zie ook: Beeldbank, Nieuwe Testament,

Titel
Het boek Handelingen der Apostelen is een vervolg op het evangelie van Lukas. Het is het boek dat ons laat zien hoe Jezus na Zijn hemelvaart Zijn werk op aarde voortzet.

Inhoud

Auteur
Algemeen wordt Lukas als schrijver van het boek Handelingen gezien. Een belangrijk argument is de overeenkomst die er is tussen Lukas 1:1-4 en Handelingen 1:1. Lukas was een niet-Jood dwz. een heiden. Volgens kerkvader Eusebius komt Lukas uit Antiochië, de toenmalige hoofdstad van Syrië. Hij zou daar door de prediking van Paulus (Hand. 11:19-30) tot bekering zijn gekomen. Sindsdien is hij een trouw metgezel van Paulus geweest. Lukas schrijft in de hoofdstukken 16, 20, 21, 27 en 28 in de wij-vorm. Daaruit kunnen we afleiden dat de schrijver van het boek een ooggeteuge was. Lukas was geneesheer van beroep (Col 4:14). Lukas heeft Jezus dus niet persoonlijk gekend. Voor zijn evangelie heeft hij nauwgezet onderzoek verricht in Israel. Hij verbleef waarschijnlijk tussen het jaar 57 en 59 na Christus in Israel. Daar had hij alle tijd om met discipelen van Jezus te spreken. Volgens sommigen heeft hij ook Jezus' moeder gesproken. Externe bewijsvoering: Lukas wordt in de 2de eeuw n.C. unaniem aangeduid als de schrijver van Handelingen door: Het Anti-Marcionite Proloog van Lukas (2de eeuw n.C); Het Murtoriaanse Fragment (regels 2-8,34-39; 2de eeuw n.C); Irenaeus (Haer. 3.1.2; 3:14.1 etc.; eind van 2de eeuw n.C); Clement van Alexandrië (Strom. 5:12.82.4; Adumbr. in 1 Pet; 2de eeuw n.C); Zie ook: Tertullian (Adv. Marc 4:2, 5; 5:2), Origenes (ap. Euseb. HE 6.25.14), Eusebius (HE 3.4.6), en Jerome (De vir.ill 7).


Ontstaan
Lukas had het boek Handelingen volgens sommigen al in het begin van de jaren zestig klaar. Anderen spreken van ergens tussen 80 en 90. Het boek beslaat de periode van de hemelvaart in 33 tot Paulus aankomst in ROme in het jaar 61. Jezus hemelvaart vond plaats onder het bewind van de Romeinse keizer Tiberius (14-37). Onder de volgende keizer, Claudius (41-54), is er in het hele Romeinse rijk een hongersnood. Deze was al door de profeet Agabus (11:28) voorspeld. Claudius verjoeg alle Joden uit Rome in het jaar 49 (18:2). In het jaar 55 mochten ze onder keizer Nero (54-68) weer terugkeren.
Nero ontpopt zich later als een hater van de christenen. In 64 vliegt Rome in de brand, volgens historici heeft Nero de brand zelf aangestoken. De keizer gaf de christenen echter de schuld, een afschuwelijk vervolging volgde. Volgens buiten Bijbelse bronnen zijn zowel Paulus als Petrus daar ook het slachtoffer van geworden.


Thema


Synopsis

Inleiding 1:1-5
Jezus wordt opgenomen in de Hemel 1:6-11
Een opvolger van Judas aangewezen 1:12-26
Het pinksterfeest 2:1-42
Het leven van de eerste christenen 2:42 - 5:16
Zeven helpers gekozen 6:1-7
De geschiedenis van Stefanus 6:8 - 7:60
Het evangelie verkondigd buiten Jeruzalem 8
Bekering van Saulus (Paulus) 9:1-31
Verkondinging door Petrus in Judea en Samaria 9:32 - 11:18
De gelovigen in Antiochië 11:19-30
Gevangenschap en bevrijding van Petrus 12
Eerste zendingsreis van Paulus en Barnabas 13 - 14
Vergadering in Jeruzalem 15:1-35
Tweede zendingsreis van Paulus 15:36 - 18:22
Derde zendingsreis van Paulus 18:23 - 21:16
Paulus gevangen in Jeruzalem 21:17 - 23:22
Paulus voor de Romeinse gouverneurs en koning Agrippa 23:23 - 26:32
De zeereis naar Rome 27:1 - 28:15
Paulus te Rome 28:16-31

Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!