Deuteronomium 12:3

SVEn gij zult hun altaren afwerpen, en hun opgerichte beelden verbreken, en hun bossen met vuur verbranden, en de gesneden beelden hunner goden nederhouwen; en gij zult hun naam te niet doen uit diezelve plaats.
WLCוְנִתַּצְתֶּ֣ם אֶת־מִזְבּחֹתָ֗ם וְשִׁבַּרְתֶּם֙ אֶת־מַצֵּ֣בֹתָ֔ם וַאֲשֵֽׁרֵיהֶם֙ תִּשְׂרְפ֣וּן בָּאֵ֔שׁ וּפְסִילֵ֥י אֱלֹֽהֵיהֶ֖ם תְּגַדֵּע֑וּן וְאִבַּדְתֶּ֣ם אֶת־שְׁמָ֔ם מִן־הַמָּקֹ֖ום הַהֽוּא׃
Trans.wənitaṣətem ’eṯ-mizəbḥōṯām wəšibarətem ’eṯ-maṣṣēḇōṯām wa’ăšērêhem tiśərəfûn bā’ēš ûfəsîlê ’ĕlōhêhem təḡadē‘ûn wə’ibaḏətem ’eṯ-šəmām min-hammāqwōm hahû’:

Algemeen

Zie ook: afgoden (vernietigen), Asherah, Massebah
Richteren 2:2

Aantekeningen

En gij zult hun altaren afwerpen, en hun opgerichte beelden verbreken, en hun bossen met vuur verbranden, en de gesneden beelden hunner goden nederhouwen; en gij zult hun naam te niet doen uit diezelve plaats.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וְ

-

נִתַּצְתֶּ֣ם

afwerpen

אֶת־

-

מִזְבּחֹתָ֗ם

En gij zult hun altaren

וְ

-

שִׁבַּרְתֶּם֙

verbreken

אֶת־

-

מַצֵּ֣בֹתָ֔ם

en hun opgerichte beelden

וַ

-

אֲשֵֽׁרֵיהֶם֙

en hun bossen

תִּשְׂרְפ֣וּן

verbranden

בָּ

-

אֵ֔שׁ

met vuur

וּ

-

פְסִילֵ֥י

en de gesneden beelden

אֱלֹֽהֵיהֶ֖ם

hunner goden

תְּגַדֵּע֑וּן

nederhouwen

וְ

-

אִבַּדְתֶּ֣ם

te niet doen

אֶת־

-

שְׁמָ֔ם

en gij zult hun naam

מִן־

-

הַ

-

מָּק֖וֹם

uit diezelve plaats

הַ

-

הֽוּא

-


En gij zult hun altaren afwerpen, en hun opgerichte beelden verbreken, en hun bossen met vuur verbranden, en de gesneden beelden hunner goden nederhouwen; en gij zult hun naam te niet doen uit diezelve plaats.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!