Aleppo-den
אֹרֶן H766 "pijnboom, olmboom, laurier",

Zie ook: Bomen, Kerstmis, Planten / Flora,

De Aleppo-den (Pinus halepensis Mill.), die ook de pijnboom van Jeruzalem wordt genoemd, is inheems aan het Mediterrane gebied, waar deze voorkomt in de meer warme en droge streken. De boom groeit goed op kalkhoudende heuvels en rotsachtige grond waardoor hij de bodemerosie tegengaat en tevens als natuurlijk windscherm fungeert. Hij kan een hoogte bereiken van ongeveer 20 meter.

De boom wordt meermalen in de Bijbel genoemd.


Bijbel

In de Bijbel wordt de boom genoemd als bouwmateriaal in de tempel van Salomo. Zo zien we dat de deurposten bij de ingang, die een kwart van de breedte van de muur besloegen, van de Aleppo-den zijn gemaakt, naast de deurposten van het binnenste heiligdom, zij het dat het ze nu zwaar versierd is met snijwerk van cherubim, palmbomen en bloemen en ook overtrokken met goud (1 Kon. 6:23, 31, 32, 33). Verder worden de takken van de Aleppo-den, volgens Nehemia, gebruikt voor het loofhuttenfeest (Neh. 8:16), tot slot wordt de boom genoemd door Jesaja in een lijst met bomen die weer opnieuw geplant zullen worden ten tijde van Israëls herstel (Jes. 41:19).


Botanie

Taxonomische indeling
  • Rijk: Plantae(Planten)
    • Superdivisie: Spermatophyta
      • Divisie: Coniferophyta
        • Familie: Pinaceae
          • Geslacht: Abies
          • Geslacht: Cedrus
          • Geslacht: Pinus (Dennen)
            • Soort: Pinus halepensis Mill. (Aleppoden)

De Aleppo-den (Pinus halepensis Mill.) is een kleine tot middelgrote boom, met een hoogte van 15-25 m. De naalden zijn in zeer slanke paren, meestal 6-10 cm lang. De vruchten zijn smalle kegels, 5-10 cm lang en een breedte van 2-3 cm bij de basis wanneer gesloten, groen aanvankelijk, rijpend glanzende roodbruin wanneer ze 24 maanden oud zijn.

Verspreidingsgebied

Het natuurlijke verspreidingsgebied van de Aleppo-den ligt rond het oostelijk Middellandse Zeebekken: Syrië (waar ook de stad Aleppo ligt) tot Libanon. Tegenwoordig is de soort in bijna alle landen rondom de Middellandse Zee ingeburgerd, als bosboom of als sierboom.


Kerstboom

Kerst

Luther zag in de 16de eeuw de kerstboom als een symbool van de geboorte van Jezus. De spar (geen den) zou volgens hem herinneren aan de levensboom in de hof van Eden, waarbij de kerstballen dan de verboden vruchten zijn, waren waarvan Eva en later ook Adam aten. Als gevolg van uitleg werd de boom rondom kerst in eerste instantie in de kerken geplaatst. Aan het eind van de 19de eeuw werd het de gewoonte dat de boom, in de meestal protestantse landen, ook de huiskamer binnen werd gehaald.

Hoewel het een mooie vondst is van Luther, is dit niet de herkomst om een boom te versieren. Reeds bij de oude Germanen was er de gewoonte dat de druïden vruchtbaarheidsrituelen hielden bij heilige bosjes of bomen die versierd waren. Bij de Grieken was het de jaarlijkse gewoonte om de Aleppo-den te versieren met bloemen en linten ter ere van hun god Attis (wat voeding geeft aan de theorie die stelt dat de Aleppo-den (Pinus halepensis Mill.) de originele boom van Kerstmis is). Bij de Romeinen zien we het feest van de Saturnalia, het feest waarbij de wijding van de tempel van Saturnus werd herdacht en in de week van 17 december plaatsvond. Hierbij werden door de Romeinen bomen verfraait met versieringen van metaal en replica’s van hun vruchtbaarheidsgod Bacchus. Ook plaatsten zij 12 kaarsen op de boom ter ere van hun zonnegod. Daarnaast hadden de Romeinen veel tradities die lijken op die van Kerstmis. Later zijn deze tradities van zowel de Romeinen als die van de Germanen en Grieken door de Roomse kerk gekerstend, al dan niet als vervanging van het Chanoeka feest, zodat ze nu worden geassocieerd met het “christelijke feest” wat wij Kerstmis noemen.


Koop nu


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!