Psalm 121:1

ABEen bedevaartlied.Ik richt mijn ogen naar de bergen, van waar zal mijn hulp komen?
SVEen lied Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op naar de bergen, van waar mijn hulp komen zal.
WLCשִׁ֗יר לַֽמַּ֫עֲלֹ֥ות אֶשָּׂ֣א עֵ֭ינַי אֶל־הֶהָרִ֑ים מֵ֝אַ֗יִן יָבֹ֥א עֶזְרִֽי׃
Trans.šîr lamma‘ălwōṯ ’eśśā’ ‘ênay ’el-hehārîm mē’ayin yāḇō’ ‘ezərî:

Algemeen

Zie ook: Bergen, Hammaaloth, Oog (lichaamsdeel)

In deze psalm zien we de woordherhaling zowel als een concatenatio (aaneenschakeling, nl. van verseind en versbegin), als een epanaleps (herhaling van het ‘slagwoord’) een poëtisch element dat in de psalmen 120 tot 134 voorkomt (S.J. Lenselink, De Nederlandse psalmberijmingen in de 16de eeuw, p. 21-22).

Psalm 121 (vrij naar Gemser en König)

Ik hef mijn ogen naar de bergen:
    vanwaar zal komen mijn hulp?
Mijn hulp (zal komen) van bij de HERE,
    de maker van hemel en aarde.

Zal Hij niet uw voet aan wankeling prijsgeven?
    Zal niet misschien sluimeren uw bewaarder?
Zie! de bewaarder van Israël
    zal niet sluimeren, laat staan slapen!

De HERE is uw bewaarder, de HERE
    uw schaduw aan uw rechterhand.
Bij dag zal u de zon niet steken,
    en de maan niet in de nacht.

De HERE zal u van alle kwaad bewaren,
    bewaren zal Hij uw ziel.
De HERE zal bewaren uw uitgaan en uw ingaan
    van nu aan tot in eeuwigheid.


Aantekeningen

Een lied Hammaäloth. Ik hef mijn ogen op naar de bergen, van waar mijn hulp komen zal.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

שִׁ֗יר

Een lied

לַֽ

-

מַּ֫עֲל֥וֹת

Hammaälôth

אֶשָּׂ֣א

Ik hef

עֵ֭ינַי

mijn ogen

אֶל־

-

הֶ

-

הָרִ֑ים

op naar de bergen

מֵ֝

-

אַ֗יִן

vanwaar

יָבֹ֥א

komen zal

עֶזְרִֽי

mijn hulp


Een lied Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op naar de bergen, van waar mijn hulp komen zal.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!