G166 αἰώνιος
zonder begin, eeuwig
Taal: Grieks

Onderwerpen

Eeuwigheid,

Statistieken

Komt 71x voor in 19 Bijbelboeken.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

ai'onios, bn van αἰών G00165; TDNT - 1:208,31;


1) zonder begin en einde, dat wat altijd geweest is en altijd zal zijn “οὐ χρονίη μοῦνον . . ἀλλ᾽ αἰωνίη” Aretaeus, De curatione acutorum morborum libri duo 1.5; αἰ. διαθήκη, νόμιμον, πρόσταγμα, LXX Gen. 9.16, Ex. 27.21, Tobit. 1.6; wat buiten de grenzen van de tijd gelegen is: eeuwig, in absolute zin, zoals θεος αιωνιος "eeuwige God" Rom. 16:26, πνευμα αιωνιον "eeuwige Geest" Heb. 9:14 (waar enkele mss. αγιος lezen); 1a) altijd durend tijdens een leven (Plato, Republic, 363d; Plato, Laws, 904a); 1b) herhalend, perpetuum (Euripides, Alcestis, 338)

2) zonder begin, ex ante χρονοις αιωνιοις Rom. 16:25, Tit. 1:2, als προ χρονων αιωνιων, vóór eeuwen, 2 Tim 1:9,

3) zonder einde, nooit eindigend, eeuwig “ζωή” Mat. 19:16, κολασιν αιωνιον "eeuwige straf" 25:46, Joh. 3:15ev.; αιωνια λυτρωσις Heb. 9:12, vergelijk Heb. 7:24, παρακλησις 2Thes. 2:16, διαθηκη Heb. 13:20, ευαγγελιον Opb. 14:6, βασιλεια 2 Pet 1:11, enz.; hiertoe behoren ook plaatsen, waar αιωνιος als praedikaat gevoegd wordt bij de woorden ζωη, πυρ, δοξα, κολασις, ολεθρος, σωτηρια, κριμα, κρισις Luk. 16:9; Heb 6:2 pleegt men αιωνιος op de Messiaanse periode (zie op αιων) betrekking te doen hebben.


Lexicon G. Abbott-Smith

Voor meer informatie: G. Abbott-Smith's A Manual Greek Lexicon of the New Testament (New York: Scribner's, 1922)

αἰώνιος, -ον (as usual in Attic), also -α, -ον. II Th 2:16, He 9:12; (< αἰών), [in LXX chiefly for עוֹלָם H5769;] age-long, eternal (a) of that which is without either beginning or end: Ro 16:26, He 9:14; (b) of that which is without beginning: Ro 16:25, II Ti 1:9, Tit 1:2; (c) of that which is without end (MM, VGT, s.v.): σκηναί, Lk 16:9 οἰκία, II Co 5:1; διαθήκη, He 13:20; εὐαγγέλιον, Re 14:6; παράκλησις, II Th 2:16; λύτρωσις, He 9:12; κληρονομία, ib. 15; κόλασις, Mt 25:46; κρίμα, He 6:2; κρίσις, Mk 3:29; ὄλεθρον, II Th 1:9; πῦρ, Mt 18:8; freq. c. ζωή, q.v.

SYN.: ἀΐδιος, q.v.


Bronnen


Synoniemen en afgeleide woorden

Grieks ἀΐδιος G126 "eeuwig, duurzaam"; Grieks αἰών G165 "werelden, heelal, universum, eeuw, tijdsperiode, eeuwigheid"; Hebreeuws עוֹלָם H5769 "eeuwigheid, altijd durend";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

BoekenBoeken