H1121 בֵּן
zoon, Torah: bezorger, vreemde, veulen, kalf, kind, kleinkind, zonen, kleinkinderen
Taal: Hebreeuws

Onderwerpen

Beno, Kinderen, Zoon,

Statistieken

Komt 4945x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

zn van H01129; TWOT - 254



Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

בְּנוֹ 1 Ch 24:26, 27 as n.pr.m. in AV, RV, but render: the sons of Jaaziah his son, & the sons of Merari by Jaaziah his son

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H1121 בֵּן bên; from 1129; a son (as a builder of the family name), in the widest sense (of literal and figurative relationship, including grandson, subject, nation, quality or condition, etc., (like father or brother), etc.) — afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ( ) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, (young) bullock, (young) calf, × came up in, child, colt, × common, × corn, daughter, × of first, firstborn, foal, very fruitful, postage, × in, kid, lamb, ( ) man, meet, mighty, nephew, old, ( ) people, rebel, robber, × servant born, × soldier, son, spark, steward, stranger, × surely, them of, tumultuous one, valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth.

Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws אָב H1 "vader, voorouder, stichter, heerser, grootvader"; Hebreeuws אָח H251 "een, elkander, de ander, broeder, familielid"; Hebreeuws בְּאֵרֹת בְּנֵי־יַעֲקַן H885 "Beeroth-bene-jaakan"; Hebreeuws בְּלִיַּעַל H1100 "Belial, waardeloosheid, boos, slecht, nietsnut, onvoordelig, waardeloos, ruine, vernietiging"; Hebreeuws בֵּן H1122 "Ben"; Aramees בֵּן H1123 "zoon, kind, ballingen, kinderen, jong, zonen, gevankelijk weggevoerden, Israelieten"; Hebreeuws בֶּן־אֲבִינָדָב H1125 "Ben-abinadab, de zoon van Abinadab"; Hebreeuws בֶּן־אוֹנִי H1126 "Ben-oni"; Hebreeuws בֶּן־גֶּבֶר H1127 "de zoon van Geber, Ben-geber"; Hebreeuws בֶּן־דֶּקֶר H1128 "Ben-deker, de zoon van Deker"; Hebreeuws בָּנָה H1129 "bebouwen, betimmeren (, bouw de, bouwen, arbeiders, afschieten (, bouwlieden, bouwers"; Hebreeuws בֶּן־הֲדַד H1130 "Benhadad"; Hebreeuws בֶּן־זוֹחֵת H1132 "Ben-zochet, Ben-zoheth"; Hebreeuws בֶּן־חוּר H1133 "zoon van Hur, Ben-chur"; Hebreeuws בֶּן־חַיִל H1134 "Ben-chail"; Hebreeuws בֶּן־חָנָן H1135 "Ben-chanan, Ben-hanan"; Hebreeuws בֶּן־חֶסֶד H1136 "zoon van Hesed, Ben-chesed"; Hebreeuws בְּנֵי־בְּרַק H1139 "Bene-berak"; Hebreeuws בְּנֵי יַעֲקָן H1142 "Bene-jaakan"; Hebreeuws בִּנְיָמִין H1144 "Benjaminpoort, Benjamin, Benjamin, Benjaminiet(en), Gebea-benjamin"; Hebreeuws בְּנִינוּ H1148 "Beninu"; Hebreeuws בֶּן־עַמִּי H1151 "Ben-ammi"; Aramees בַּר H1247 "zoon, mensenzoon, oud"; Hebreeuws בַּת H1323 "dochter, meisje, schoondochter, zuster, kleindochter, vrouw (jonge), dochter-dorp"; Hebreeuws מוּת H4192 "death, Muthlabben +"; Hebreeuws רְאוּבֵן H7205 "Reuben, Ruben";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Boeken algemeen