H8104 שָׁמַר
bewaken, toezicht houden, wachter
Taal: Hebreeuws

Onderwerpen

Wachter,

Statistieken

Komt 471x voor in de Bijbel.

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.

Woordstudie

shamar; TWOT - 2414


1) bewaken q שָׁמַר, ipf יִשְׁמֹר   imp שְׁמֹר - bewaren, sparen; waken, bewaken (Job 2:6),  in acht nemen (Gen. 2:15)  ni pf נִשְׁמַר ipf תִּשָּׁמֵר imp הִשָּׁמֵר (Gen. 17:9) op zijn hoede zijn  - bewaard, gehoed worden (Deut. 2:4; :9 Gen. 31:25)  zich ervoor wachten te = niet doen (Hos. 12:14, Ex. 19:11) pi pt מְשַׁמְּרִים  die afgoden dienen (Jona 2:9) hitp ipf. יִשְׁתַּמֵּר, אֶשְׁתַּמְּרָה   zich wachten voor (2 Sam. 22:24; Ps. 18:24). 2) שמר "wachter" (Hoogl. 3:3; 5:7). In de Akkadische literatuur waar ze de “sahir duri” of “ma-sar musi“, de nachtwachters, worden genoemd.


Brown-Driver-Briggs Abridged Hebrew Lexicon

שָׁמַר 465 vb. keep, watch, preserve Qal 1 a keep, have charge of b keep, guard, captives c hence, watch for, wait for d watch, observe 2 a keep, retain, of storing up (food) b keep within bounds, restrain 3 a observe, celebrate b keep sabbath c of other obligations d observe = follow dictates of (prudence, justice, kindness, wisdom) 4 sts. י׳ subj. 5 keep, reserve, weeks of harvest Niph 361 be on one's guard 2 keep oneself, refrain, abstain 3 be kept, guarded Pi. those paying regard to false vanities Hithp. I kept myself from

Strong Concise Dictionary Of The Words In The Hebrew Bible

H8104 שָׁמַר shâmar; a primitive root; properly, to hedge about (as with thorns), i.e. guard; generally, to protect, attend to, etc. — beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man).

Jiddisj

smeris "politieagent"; op smeris staan "op de uitkijk staan" van Jiddisj sjemiere "toezicht, bewaking" (H. Beem, resten van een taal, 1975, p. 119, 125), dat teruggaat op Hebreeuws šəmīrā ‘wacht, toezicht’, verwant met het werkwoord šāmar ‘bewaken’ (M. Philippa e.a. (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands; P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Van Dale Etymologisch woordenboek; J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek; F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden 2086. Smeris)


Voorkomend in de LXX als: αντεχομαιG472 "tegenhouden, weerstand bieden, verdragen"; αγαπαωG25 "aangenaam vinden"; ακοηG189 "gehoor (het), gehooroorgaan, oor"; ακουωG191 "horen, luisteren, opletten, begrijpen"; διατασσωG1299 "rangschikken, aanstellen, voorschrijven, bevel geven"; διατηρεωG1301 "voortdurend bewaren"; εισακουωG1522 "letten op, luisteren naar"; G1685 "werpen (in iets)"; ερειδωG2043 "vast, slingerern, lopen"; ευρισκωG2147 "aantreffen, vinden, ontmoeten"; παρατηρεωG3906 "volhardend beschouwen, zorgvuldig waarnemen, waarnemen, observeren met de ogen"; ποιεωG4160 "maken"; συναγωG4863 "samenbrengen, bijeenbrengen, vergaderen, verzamelen"; συνιημιG4920 "inzicht"; συντηρεωG4933 "bewaren"; τηρεωG5083 "bewaken, zorgvuldig letten op, zorgdragen voor"; τιθημιG5087 "zetten, plaatsen, leggen, vaststellen"; φυλαξG5441 "bewaker, wachter"; φυλασσωG5442 "bewaken, wachthouden"; ευλαβεομαιG2125 "voorzichtig zijn"; προσεχωG4337 "naderbij brengen"; διαφυλασσωG1314 "bewaken (zorgvuldig), houden";


Synoniemen en afgeleide woorden

Hebreeuws אַשְׁמֻרָה H821 "nachtwaak, morgenwake, nachtwake"; Hebreeuws יִשְׁמְרַי H3461 "Jismerai"; Hebreeuws מִשְׁמָר H4929 "guard, watch, ward, offices, diligence, prison"; Hebreeuws שׁוֹמֵר H7763 "Shomer"; Hebreeuws שָׁמִיר H8068 "doorn, diamant"; Hebreeuws שֶׁמֶר H8105 "dregs, lees"; Hebreeuws שִׁמֻּר H8107 "observed"; Hebreeuws שׇׁמְרָה H8108 "watch"; Hebreeuws שְׁמֻרָה H8109 "waking"; Hebreeuws שֹׁמְרוֹן H8111 "Samaria"; Hebreeuws שְׁמַרְיָה H8114 "Shemariah, Shamariah"; Hebreeuws שִׁמְרָת H8119 "Shimrath";

Literatuur


Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Electronica algemeen