Kerst

You are currently browsing articles tagged Kerst.

En toen Hij twaalf jaren was geworden en zij naar Jeruzalem opgegaan waren, naar de gewoonte van de feestdag;

Lukas 2:42 (AB-vertaling)

Een van de belangrijkste gebeurtenissen tegenwoordig van een Joodse jongen is de bar mitswa, de geestelijke volwassenwording. Dit gebeurde oorspronkelijk op zijn twaalfde verjaardag, hoewel het tegenwoordig vaker op zijn dertiende wordt gevierd. Hij geldt vanaf dan als religieus meerderjarig en als volwaardig lid van de joodse gemeente; hij telt dus mee als het gaat om een minjan (quorum van 10 mannen dat nodig is voor de synagogedienst). Dit voorrecht brengt ook verplichtingen mee, nl.: het houden van de 613 ge- en verboden van de Thora en het aanleggen van de tefilien en de talliet bij verschillende gebeden.

Sinds de Middeleeuwen is het traditie het bar mitswa-worden te vieren. De huidige praktijk is meestal dat op de sabbat na zijn dertiende verjaardag, hij uit de Thora en Haftara leest.  Bij de viering van bar mitswa worden wordt een jongen voor de eerste keer opgeroepen om een gedeelte uit de Thora te ‘laaienen’ (in het Hebr. op de goede toon te lezen/zingen). Dit wijst de gemeenschap erop dat hij nu volwassen is. De dienst wordt vaak gevolgd door een feestmaaltijd met familie, vrienden en leden van de gemeenschap.

In de Bijbel lezen we de interessante passage dat als Jezus twaalf jaar is geworden Hij met Zijn ouders naar Jeruzalem gaat om daar het Pesach te vieren (Luk. 2:41). Interessant is de opmerking “naar de gewoonte van de feestdag“, want hieruit blijkt dat Jezus ook een goede religieuze opvoeding kreeg, doordat zijn ouders Hem meenamen naar de verschillende feesten in de tempel, later als Jezus volwassen is zien we ook dat Hij naar het Chanoeka feest in de tempel ging (Joh. 10:22). Lezen we verder in het hoofdstuk dan lezen we in vers 46 dat Hij onderricht werd (horende) en ook dat Hij weerwoord gaf (ondervragende). Hoewel we uit de tekst niet direct kunnen opmaken dat hier sprake is van een bar mitswa lijkt het er wel erg veel op.

Als dit inderdaad zo is dan kan deze passage een verwijzing zijn dat Jezus omstreeks deze tijd is geboren. Een indirecte ondersteuning hiervan vinden we ook terug bij Clemens van Alexandrië (ca. 200 n.C.) die 19, 20 april en 20 mei noemt als data voor de geboorte van Jezus (Stromata I.21.146), Sextus Julianus Africanus (voor 221 n.C.) noemt 25 maart als datum van zowel de aankondiging van Jezus’ geboorte als van zijn sterven en Pseudo-Cyprianus, De Pascha computus, die 28 maart de dag van Christus’ geboorte noemt.

Net als bij alle andere mogelijke data van Jezus geboorte blijven er veel vragen open.

Tags: , ,

In de dagen van Herodes, den koning van Judea, was een zeker priester, met name Zacharias, van de dagorde van Abia; en zijn vrouw was uit de dochteren van Aaron, en haar naam Elizabet.

Lukas 1:5 (SV)

De afgelopen twee eeuwen hebben veel onderzoekers getracht op basis van Zacharia’s tempel bediening de datum van Jezus geboorte te berekenen (Friedlieb, Leben J. Christi des Erlösers, Münster, 1887, p. 312). Men gaat er dan van uit dat de vierentwintig afdelingen van de joodse priesters, elk een week in de tempel dienden en de Bijbelse vermelding dat Zacharia behoorde tot de achtste afdeling, Abia (Luk. 1:5).

Er zijn een tweetal rekenmethoden die worden gehanteerd.

A. De eerste gaat uit van de laat rabbijnse traditie die zegt dat de eerste afdeling Jojarib, op het moment van de verwoesting van de tempel (9 Ab, 70 n.C.) de priesterdienst had. Uit deze onbetrouwbare gegevens en in de veronderstelling dat Christus werd geboren AUC 749 en dat nooit in die zeventig voorafgaande jaren de wekelijkse opvolging werd onderbroken, wordt berekend dat de achtste afdeling diende op 2-9 oktober (AUC 748), waaruit de ‘conceptie’ van Christus in maart valt en de geboorte vermoedelijk in december. Kellner (Oriens Chr., 1902, p. 106, 107) laat al zien hoe hopeloos de berekening van Zacharia’s week is vanaf welk punt ervoor of erna.

B. De andere methode gaat er van uit dat de verschillende afdelingen van de priesterdiensten altijd op hetzelfde moment was van het Joodse jaar dienst deden. Zij laten de diensten beginnen in de maand Nisan (maart-april) en wijzen er dan op dat Abia dienst heeft gedaan in de 10de week (omdat tijdens Pesach en Pinksteren alle priesters dienden, volgens hun berekening komt dan de geboorte van Johannes precies uit op Pesach. Op basis van het gegeven dat Maria Elisabeth bezocht toen die in haar 6de maand was (Luk. 1:36), moet Jezus geboren zijn tijdens het Loofhuttenfeest (Arno Lamm & Emile-Andre Vanbeckevoort, Als Kerst in September valt, Zoeklicht 2010, Wake Up! 2014). Er zijn echter een paar problemen met deze verklaring, want Pesach wordt gevierd op 15 Nisan en omdat zij stellen dat ook de priesterdiensten begonnen in dezelfde maand Nisan, moet Zacharia minimaal 8 weken later zijn dienst hebben gehad en wel in de maand Ijar of als uitgegaan wordt dat tijdens Pesach alle priesters dienst deden de maand Sivan. Johannes is dan negen maanden later geboren in de maand Adar (februari-maart), wat dus een maand te vroeg is (lees Luk. 1 om te checken dat ze niet over tijd liep). Volgens deze berekening zou Jezus in de maand Elul (augustus/september), en als het geen schrikkeljaar was, geboren zijn en niet in Tisjri (september/oktober) wanneer het loofhuttenfeest was. Nu is er nog een probleem, ook in de Joodse maankalender waren er schrikkeljaren en werd regelmatig de maand Adar sjeni toegevoegd, met als reden om de maankalender weer overeen te laten komen met het zonnejaar, want een maankalender verloopt ongeveer 10 dagen met het zonnejaar wat inhoud dat zonder correctie de feestdagen in een paar jaar in een ander jaargetijde gevierd moesten worden. Deze schrikkelmaanden hadden effect op de priesterdiensten en we zien in de Qumran-rollen (4Q319-330, 4Q337) dat deze diensten gewoon werden doorgezet en gemiddeld eens in de drie jaar de cyclus weer op dezelfde maand werd herstart. Bovendien blijkt uit deze rollen dat naast deze 24 afdelingen er ook een regeling was met 26 afdelingen die een week dienst deden, waardoor het nog lastiger wordt om een specifieke maand aan te duiden. Verder is ook hier een aanname dat de regeling onafgebroken verlopen moet zijn. Het is door deze grote onzekerheden dat het onmogelijk is om te bepalen wanneer de afdeling Abia zijn priesterdienst deed.

Wil men de geboortedatum van Jezus berekenen, dan is dit niet mogelijk op basis van deze priesterdiensten.

Tags: , , ,

Zimmer Frei

En zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer in de voederbak, omdat voor hun geen plaats was in de herberg.

Lukas 2:7 (AB-vertaling)

Gisteren beloofde ik dat we verder zouden ingaan op het woord “herberg” en of dat een aanwijzing is op de plaats waar Maria en Jozef verbleven. Lukas gebruikt een speciaal woord hier, nl. katalyma en we zien dat veel oudere vertalingen dit weergeven met “herberg”, terwijl modernere het weergeven met “nachtverblijf”.  Op andere plekken waar Lukas dit woord gebruikt wordt het vaak als gastenkamer, eetkamer, opperkamer vertaald (Luk. 22:11; cf. Mark. 14:14). Verder valt op dat als Lukas schrijft over een hotel of een herberg , zoals in het verhaal van de barmhartige Samaritaan (Luk. 10:34) hij een ander Grieks woord gebruikt pandocheion. Er is dan ook een groot verschil tussen deze twee. Een pandocheion is een commercieel gerund bedrijf met alles erop en eraan, wat wij tegenwoordig een hotel zouden noemen, terwijl een katalyma meer vertaald kan worden als een overnachtingsplek, een verblijfplaats, of privé gerunde kamer een goedkope herberg. Sommige theologen stellen dan ook dat als je een vergelijking met tegenwoordig wil maken je het beste kan vergelijken met een “Zimmer Frei” welke je tegenwoordig in sommige landen ziet.

Vaak was het een speciale kamer die mensen konden huren voor een speciale gelegenheid, zoals we zien als Jezus met Zijn discipelen het Pesach gaat vieren (Luk. 22:11), maar soms was het ook een privévertrek voor speciale gasten zoals we zien bij Elisa die een kamer had bij de Sunamitische vrouw (2 Kon. 4:10ev.) Bethlehem was een klein dorpje en het lag voor de hand dat daar geen hotel was, temeer omdat het niet lag op een belangrijke route. Maar zoals in ieder dorp was de kans groot dat iemand (misschien zelfs familie van Jozef) een kamer of ruimte vrij had waar toevallige bezoekers of vreemdelingen konden overnachten.

Vanwege de volkstelling was Jozef naar Bethlehem getrokken om zich te laten registreren en dat anderen dat ook hadden gedaan was zeer goed mogelijk en het kan om die reden heel goed dat deze “Zimmer Frei” al overvol was van al die mensen die gehoor hadden gegeven om zich voor de volkstelling te laten registreren. In ieder geval Jozef en Maria konden daar niet overnachten en moeten een andere plek zoeken. De 2de eeuwse St. Justin Martyr (Dialogue with Trypho 79) noemt een traditie waar Maria en Jozef onderdak zochten in een grot in de buurt van het dorp, maar het is waarschijnlijker dat ze een onderdak vonden in het dorp. Want daar was het veiliger en waren dan beschermd tegen rovers en wilde dieren. In dit vers lezen we dat Maria Jezus in een voederbak legt en dat is een duidelijke aanwijzing dat ze waren op een plek waar het vee overnachtte, bijvoorbeeld een stal of een afgescheiden ruimte in een huis waar de dieren werden gestald.

Als we kijken naar de indeling van de huizen uit die tijd (zie de tekening rechts), dan blijkt dat de dieren bij de ingang of onder het woongedeelte werden gestald, via een trap kwam men dan in het gedeelte waar het gezin woonde en achterin of daarboven was dan de “opperkamer”, de katalyma. Het voordeel van zo’n indeling was dat men toezicht kon houden op de dieren en konden profiteren van de warmte die deze dieren afgaven. Nu wordt de laatste tijd wel eens geopperd dat het absoluut onmogelijk is dat een Jood zich in een stal zal begeven omdat deze niet kosher is. Maar dit is niet zo onmogelijk, we hoeven maar in Hooglied (1:7-8) te lezen dat de herders bij hun dieren sliepen en ook in de Talmud (Eruvin 8 ) lezen we dat soms Joden in een stal aanwezig waren en er overnachten. Dat Jozef en Maria dus onderdak zochten in de stal kan op basis hiervan niet worden afgewezen. Bovendien is het erg lastig te verklaren waarom dan op de plek waar Jozef en Maria waren een voederbak was.

Of op dat moment ook de dieren in deze stal waren wordt nergens vermeld, de os en de ezel is misschien in de traditie gekomen omdat we in teksten als Jes. 1:3 of Luk. 13:15 hierover lezen.

Tags: , ,

En zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer in de voederbak, omdat voor hun geen plaats was in de herberg.

Lukas 2:7 (AB-vertaling)

Het is altijd interessant om te kijken wat een woord betekent, zo lezen we in dit overbekende vers dat Maria haar kind Jezus in een phatnē legt. Alle vertalingen vertalen het met “kribbe, voederbak, voerbak”. De afgelopen week werd ik voor de zoveelste keer erop gewezen dat dit verkeerd vertaald is omdat Joden nooit een kind in een voerbak in een stal zouden leggen en dat het in werkelijkheid een broodbak was, waarin brood werd opgeborgen. Het bleek dat ze deze informatie van de schrijvers van het boek Wake Up! hadden, die dit ook in hun nieuwsbrief hadden vermeld: “Het gebruikte Griekse woord [Phatne, Strong’s 5336] voor kribbe of houten bak staat in het Hebreeuws ook voor broodbak en dat werpt een bijzonder licht op deze situatie.” Gelukkig hadden ze een verwijzing, maar daar werd helaas geen melding gemaakt dat het een broodbak was (zie hier voor de online versie van Strong), want daar wordt de betekenis “a manger, feeding-trough, stall” gegeven. Nu is het lexicon van Strong geen woordenboek maar een soort concordantie met daarbij altijd een korte definitie van het woord.

Omdat ik nieuwsgierig was of het Griekse woord phatnē ook voor broodbak wordt gebruikt heb ik een kleine zoekactie gedaan in de diverse Griekse geschriften van Homerus, Herodotus, Euripides, Xenophon, Strabo en Lucian (zie hier voor een gedetailleerder overzicht van mij) en overal bleek dat het werd gebruikt voor of een voederbak, of meer algemeen voor een stal. De goede lezer zal opgemerkt hebben dat de schrijvers zeiden “in het Hebreeuws ook voor broodbak“, vandaar dat ik de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta, erbij heb gepakt en daar op het woord phatnē heb gezocht. Het komt voor in de volgende teksten “φάτναι” Spreuk. 14:4 kribbe (אֵבוּס); “φάτναις” Joel 1:17 schuur (ממגרה), Hab. 3:17 stal (רפת); “φάτνας” 2 Kron. 32:28 stal (ארוה); “φάτνην” Jes. 1:3 voederbak (אֵבוּס); “φάτνης” Job 6:5, 39:9 (39:12) voederbak (אֵבוּס). Ook nu blijkt dat in alle gevallen het Hebreeuwse equivalent of voederbak of stal betekent en nergens “broodbak”.

Maar hoe zijn de schrijvers dan op het idee gekomen dat het een “broodbak” moet zijn? Als je kijkt naar het lexicon van Strong dan zie je dat deze als definitie “feeding-trough” geeft en als je dat letterlijk vertaald krijg je “voedsel trog”, een trog is een verouderd woord dat in eerste instantie “voederbak” betekent, maar ook een “bak voor het bewaren van meel” (WNT), de schrijvers hebben het dus niet uit het Hebreeuws, maar uit het Engels en bovendien het woord verkeerd vertaald naar het Nederlands en vervolgens gezegd dat het die betekenis zou hebben in het Hebreeuws.

Nu we dus hebben gezien dat het geen “broodbak” is maar een “voederbak” is het interessant dat dit Griekse woord ook de betekenis heeft van “stal”. Het komt vaker voor dat een woord een dubbele betekenis heeft en voor de vertaling van ons vers is het dus van belang uit welke van de twee betekenissen gekozen moet worden. Het lijkt logisch dat Maria Jezus ergens inlegt, maar omdat ze niet in een huis waren (want er was geen plaats in de herberg) is het ook logisch dat Jozef en Maria geprobeerd hebben een plek te vinden waar ze konden overnachten en waar Maria redelijk veilig kon bevallen. het is dus heel goed mogelijk dat dit dus een stal was.

Hierover wil ik binnenkort wat meer over schrijven.

Tags: , ,

De afgelopen weken zie je een tweetal discussies in de kranten en vooral op de Social Media, de eerste is of de geboortedag van Jezus wel op 25 december is, en de tweede of kerstmis wel een christelijk feest is. Zonder te proberen op beide vragen een antwoord te geven, valt wel een aantal zaken te noemen die enig licht werpen op deze vragen.

Zo wordt regelmatig beweerd dat de geboortedag van Jezus en derhalve ook het vieren hiervan pas eind vierde eeuw voor het eerst voorkomt. Toch blijkt dat al veel eerder er verschillende vermeldingen zijn van de geboortedag. Zo noemt Clemens van Alexandrië (ca. 200 n.C.) 19, 20 april en 20 mei als data voor de geboorte van Jezus (Stromata I.21.146), terwijl Sextus Julianus Africanus (voor 221 n.C.) 25 maart als datum noemt van zowel de aankondiging van Jezus’ geboorte als van zijn sterven, wat volgens hem impliceert dat 25 december werd beschouwd als de dag waarop Jezus werd geboren. Als laatste voorbeeld, volgens Pseudo-Cyprianus, De Pascha computus, is 28 maart de dag van Christus’ geboorte. In deze voorbeelden zien we dat de geboortedag dus vooral in de periode maart tot mei valt, met een enkele uitzondering. De eerste vermelding dat de geboortedag van Jezus wordt gevierd vinden we in de Chronografie uit Rome van Philocalus, uit 354 n.C. waar de geboortedag van Jezus in een lijst met sterfdata van martelaren wordt aangegeven als 25 december. Ondanks het vreemde fenomeen dat het hier niet om een sterfdatum maar een geboortedatum gaat, wijst dit erop dat deze geboortedag van Jezus als een feestdag werd gezien. Gaan we verder zoeken in de oude bronnen dan blijkt dat in Constantinopel Gregorius van Nazianze (ca. 380 n.C.) zich opwerpt als ‘initiator’ (exarchos) om het kerstfeest ook in deze stad te vieren (Een suggestie dat Constantijn de Grote bij de invoering van het feest hier geen rol heeft gespeeld).

Het is in de vierde eeuw dat men religieuze feesten begon te formaliseren en ook de datum waarop de geboorte van Jezus Christus gevierd moest worden werd behandeld. Een tweetal  datums worden met nadruk vermeld, afhankelijk van de christelijke groepering. Als eerste 6 januari waarop het Epifanie-feest (de verschijning van de Heer) werd gevierd door de kerken in het oosten en aanvankelijk gevierd naast de feesten Pasen en Pinksteren. Pas in de 4de eeuw kwam hier verandering in met de ketterijen van de Arianen. De andere datum die we veelvuldig zien is 25 december, waarbij niet direct duidelijk is waarop dit is gebaseerd. Opvallend is dat het Chanoeka-feest, het Joods lichtfeest (25ste Kislev), waarin men viert dat, ten tijde van de oorlog met de Makkabeeën, de Menora bleef branden op slechts heel weinig olie, ook in deze periode valt en het is zeer goed mogelijk dat er verwarring was tussen de twee kalenders. Toch is het goed om te kijken of er andere feesten waren die op 25 december werden gevierd en of het mogelijk is dat deze feesten al vroegtijdig zijn overgenomen door de christenen.

Het idee dat op 25 december de Sol Invictus, volgens de Perzisch/Romeinse Mithras cultus de geboorte van hun god, werd gevierd is niet logisch want dit feest werd op 11 december gevierd (Hijmans, Steven. “Sol Invictus, the Winter Solstice, and the Origins of Christmas”, Mouseion 3.3, 2003 p. 385; Hijmans, Steven, Dissertation “Sol The Sun in the Art and Religions of Rome”, 2009, Ch. 1 p. 5). Dat de kerstdatum afkomstig is van de Romeinse Saturnalia omdat die op deze dag werden gevierd klopt ook niet, omdat de Saturnalia in eerste instantie werden gevierd op 17 december (Versnel, “Saturnus and the Saturnalia,” p. 141; Palmer, Rome and Carthage, p. 63.), de verwijzing naar de Sigillaria die een paar dagen later werden gehouden waar cadeaus werden gegeven, lijkt meer op een verwijzing dat het om een speciale marktdag ging ter afsluiting van de feesten (Dolansky, “Celebrating the Saturnalia,” pp. 492, 502. Macrobius, Saturnalia 1.10.24). Toch zijn er aanwijzingen dat in de Middeleeuwen verschillende aspecten van de Saturnalia zijn overgenomen in het kerstfeest (Michele Renee Salzman, “Religious Koine and Religious Dissent,” in A Companion to Roman Religion (Blackwell, 2007), p. 121), maar men moet dan goed beseffen dat dit dan een paar eeuwen later is. Een andere mogelijkheid die vaak wordt geopperd is dat het zou gaan om de geboortefeest van Tammuz, ook wel Dumuzid genoemd. Maar ook hier is geen enkele reden voor, Tammuz was een vegetatiegod bij de Sumeriërs en later bij de Assyriërs en Babyloniërs en zijn feest werd gevierd in de zomer. We zien dit terug in de Babylonische en Hebreeuwse kalender die een speciale maand Tammuz hiervoor hebben (juni-juli in onze kalender). De reden hiervoor is dat sommigen denken dat de legenden van deze Tammuz of Dumuzid overeenkomen met die van Jezus (zie hier een artikel erover), maar komt met vele dingen niet overeen.

Dat uiteindelijk 25 december algemeen was geaccepteerd blijkt uit een Kersthomilie van Augustinus, begin 5de eeuw: “It is called the Lord’s birthday when the wisdom of God presented itself to us as an infant, and the Word of God without words uttered the flesh as its voice. And yet the hidden divinity was signified to the wise men by the evidence of the heavens, and announced to the shepherds by the voice of an angel. And so we celebrate this day every year with great solemnity” (Augustinus, Sermon 185.1).

Waarom 25 december als datum is gekozen is uit de diverse oude bronnen niet duidelijk, de verwarring met de datum van het Chanoeka-feest lijkt nog het meest waarschijnlijke. Temeer daar ik nergens een heidens feest heb kunnen vinden wat toen gelijktijdig werd gevierd en dermate belangrijk dat dit vereenzelvigd zou kunnen worden met de geboortedag van Jezus. Betekent dit dat het hedendaagse kerstfeest geen heidense invloeden heeft? Nee, zoals al gezegd werd in de Middeleeuwen al enkele kenmerken overgenomen van andere feesten.

Tags:

En Hij antwoordde hen, zeggende: Ik zeg jullie dat als deze zwijgen, de stenen [het] zullen uitschreeuwen.

Lukas 19:40 (AB-vertaling)

Een bekende tekst waarin we de reactie lezen van Jezus op de Farizeeën omdat Zijn volgelingen uitriepen “Gezegend is de Koning, Die daar komt in de Naam van de Heere. Vrede in de hemel en heerlijkheid in de hoogste hemelen“. Misschien is het je al opgevallen, het waren niet alleen de discipelen die dit uitriepen en het was zeker niet de eerste keer. Een dertig jaar eerder werd het ook uitgeschreeuwd en wel door de engelen, toen Jezus werd geboren (Luk. 2:14).

Het antwoord van Jezus is opmerkelijk en ik werd hier vanochtend aan herinnerd toen ik weer de vele “kerstsongs” op de radio hoorde. Nederland is geseculariseerd, het kerstfeest is verworden tot een groot commercieel feest, waarin ieder christelijk aspect zoveel mogelijk wordt weggeduwd. Christenen houden hun mond om deze lofzang van de engelen te proclameren, maar verkondigen hoog van de daken dat het geboortefeest van Jezus heidens is, niet mag worden gevierd en nog belangrijker zo snel mogelijk vergeten moet worden. De kansen om te proclameren dat Jezus als Zoon van God naar de aarde is gekomen om ons te redden zien ze van minder belang en zo zien we dat steeds minder het Evangelie wordt verkondigd op de straten tijdens kerst.

En dan hoor ik dat geschetter uit de radio, uit de vele winkels, het komt van alle muren op me af. Overal hoor ik de dweperige, zodra je ze hoort in je hoofd blijvende deuntjes over kerstmis, met als je goed luistert fragmenten van het evangelie tussen de schallende muziek door: “Joy to the World, the Lord has come!”, “Long time ago in Bethlehem, so the Holy Bible said, Mary’s boy child Jesus Christ, was born on Christmas Day”, “…And all the world rejoiced because the King was born at last A savior had been promised now it had come to pass…”. Dat Jezus is geboren, de Koning die Vrede brengt. Overal zie je in de etalages kerststalletjes met daarin Koning Jezus die Vrede brengt.

Daar waar de christenen zwijgen, de wereld is geseculariseerd, schreeuwen de muren, de stenen het uit:

Christus is geboren!!!

Gezegend is de Koning,

Die daar komt in de Naam van de Heere.

Vrede in de hemel en heerlijkheid in de hoogste hemelen!!!

Tags: ,

Want de gebruiken van de volken zijn niets; want het is [als] hout, dat men in het bos heeft gekapt, bewerkt door de handen van de ambachtsman met zijn bijl. Met zilver en met goud overdekt men het, met spijkers hameren ze het vast, opdat het niet wankelt. Ze zijn [als] een palmboom, uit één stuk bewerkt, maar kunnen niet spreken, ze moeten gedragen worden, want [zelf] kunnen ze niet lopen; wees niet bang voor hen, want kwaad kunnen ze niet doen, evenmin als goeddoen.

Jeremia 10:3-5 (AB-vertaling)

De laatste dagen zie ik regelmatig allerlei statements dat bovengenoemde passage een beschrijving is van de hedendaagse kerstboom en de kerstboom dus om die reden afgewezen moet worden. Als je het vluchtig leest dan lijkt dat inderdaad zo, temeer daar in verschillende moderne vertalingen het vijfde vers vaak als “Ze zijn als een vogelverschrikker op een komkommerveld” wordt vertaald. Vorige week had ik al vermeld dat deze vertaalkeuze is overgenomen uit het apocriefe EpJer. 6.70 en dat in de Hebreeuwse grondtekst dit niet staat.

Gaan we dieper in op deze verzen dan lezen we dat in het bos een stuk hout wordt gehaald welke vervolgens bewerkt wordt met bijlen of beitels, een verwijzing dat het dus om een gebeeldhouwd iets gaat wat wordt bevestigd in het volgende gedeelte waarin wordt vermeld dat dit beeldhouwwerk met zilver en goud wordt overdekt. Denk bijvoorbeeld aan het gouden kalveren welke door Aäron (Ex. 32) en Jerobeam (1 Kon. 12:28) werden gemaakt. Het gaat dus om afgodsbeelden en niet om heilige bomen, ook al is het niet onmogelijk dat het hout wat werd gebruikt afkomstig is van een heilige boom. In de beschrijving zien we de spottende opmerking, dat dit beeld vastgespijkerd moet worden, iets wat we ook zien bij veel Egyptische afgodsbeelden omdat het op een platform werd gezet en ervoor zorgde dat het beeld daar niet van af kon vallen. De spot gaat verder dat dit zelf gebeeldhouwde beeld niet kan lopen maar gedragen moet worden (vandaar het platform) en natuurlijk ook niet kan spreken. Het is zo machteloos dat het zelfs niet kwaad of goed kan doen, het is “niets” (het zelfde woord dat ook in Prediker wordt gebruikt “ijdelheid der ijdelheden”). Tot slot zien we de verwijzing naar de palmboom, in de omliggende landen was de palmboom een heilige boom en werd gebruikt voor het maken van afgodsbeelden. Om onder andere die reden zie ik dan ook geen noodzaak om het te vertalen met “vogelverschrikker”.

Uit de hele beschrijving blijkt dat het gaat om het maken en vereren van afgodsbeelden en niet om het vereren van een heilige boom. Over het algemeen werden heilige bomen nooit gekapt en vervolgens vereerd (behalve als er dan een standbeeld van werd gemaakt). Dat hier dan ook sprake is van een voorloper van de kerstboom is dan ook zeer miniem, want een kerstboom wordt niet met goud of zilver overdekt zoals bij het gouden kalf. De kerstboom wordt versierd en lijkt meer op de gewoonte van de Grieken die de jaarlijkse gewoonte hadden om de Aleppo-den te versieren met bloemen en linten ter ere van hun god Attis (wat voeding geeft aan de theorie die stelt dat de Aleppo-den de originele boom van Kerstmis is), maar ook zij kapten de boom niet.

Tags: , ,

En er waren herders in deze regio, welke zich ophielden in het veld en de wacht hielden over hun kudde.

Lukas 2:8 (AB-vertaling)

De kersttijd komt er weer aan en in de eerste media zien we al weer berichten over de Bijbelse geschiedenis, wat is de Ster van Bethlehem en was het inderdaad mogelijk dat de herders midden in de winter buiten de wacht hielden. Reden om daar weer eens op in te gaan.

Volgens Lukas bevonden de herders zich in de buurt van Bethlehem. Echter is dit logisch? Temeer daar er een vermelding in de Mishna (Tract. Babab Kamma VII 7) staat dat het verboden is om binnen de landsgrenzen kleinvee te fokken. Echter het blijkt dat er een uitzondering wordt gemaakt voor verschillende regio’s, waaronder een gebied in de regio van Bethlehem namelijk Tekoa. Hier was ook een toren Migdal Eder welke door rabbi’s “het koninklijke kasteel van Bethlehem” wordt genoemd, deze toren werd gebruikt door herders welke schapen fokten voor de tempel. Deze locatie was uitermate geschikt, de tempel trok veel pelgrims die offerdieren, zoals schapen, nodig hadden om ze te slachten in de offerdienst, een snelle aanlevering van deze offerdieren, vanuit een logistiek standpunt bekeken, was zeer gewenst. Deze omgeving was een van de weinig vruchtbare omgevingen in de buurt van Jeruzalem waar men in grote getale schapen kon fokken zonder in overtreding te zijn met de joodse wetten.

Er is een passage (Babylonische Talmud, Tract Shekalim, VII.4) dat deze kuddes het gehele jaar rond daar waren. Een grazende kudde gebruikt relatief veel gras, en het is logisch dat als men lang op een plek bleef, er een tekort zou komen aan voedsel. Als men de kudde iedere dag naar de stal zou brengen, kan men ook niet zover weg, waardoor het gestelde voedselprobleem parten zou kunnen gaan spelen. Dit probleem zal zich minder snel voordoen als de herders zoveel mogelijk buiten bij hun kuddes bleven, men hoefde niet steeds de lange weg naar de stal te maken waardoor men zodoende bij de grazige weiden konden blijven.

Een reden om toch enigszins overdekt de wacht houden in deze omgeving, bijvoorbeeld bij toren Migdal Eder zou het weer kunnen zijn, als dit laatste inderdaad zo is, dan zou men aan de hand hiervan misschien een tijdsindicatie kunnen geven in welk jaargetijde de geboorte was. Nu is het zo dat de nachten (ook in de winter) niet dusdanig koud zijn om binnen te blijven.

Ter verduidelijking een overzicht van de gemiddelde temperaturen die hier ’s winters gelden:

Gebied temp. ’s nachts temp. overdag temp. gemiddeld
De kustvlakte ca. 9º C. ca. 17º C. ca. 13º C.
De centrale bergrug ca. 5º C. ca. 13º C. ca. 9º C.
Het Jordaandal ca. 10º C. ca. 20º C. ca. 15º C.
Transjordanië ca. 4º C. ca. 12º C. ca. 8º C.

Uit de tabel blijkt dat Bethlehem welke op de centrale bergrug ligt een gemiddelde temperatuur is van 9º Celsius. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, men denkt maar aan de jaren 1950 en 1957 toen er een grote sneeuwval was, wat natuurlijk consequenties heeft voor een algemene verlaging van de temperatuur. Betreffende de regenval blijkt dat deze in Februari het grootst is. Echter deze is niet dusdanig dat men hiervoor zou gaan schuilen. We moeten dus concluderen, dat we op basis van deze gegevens niet kunnen bepalen in welk jaargetijde Christus is geboren.

Sommigen geleerden stellen dat herders “de outlaws” van die tijd waren, maar aanwijzingen van dit negatieve beeld over de herders komen pas sinds de 5de eeuw voor in Joodse geschriften. Ik had al eerder vermeld dat gewone herders met hun kleinvee niet in deze omgeving mochten ophouden. Deze herders waren speciaal aangesteld en mochten zich bezig houden met schapen welke geschikt moesten zijn voor de tempel, in dit kader is het interessant dat zij de eersten waren die op de hoogte werden gesteld van de geboorte. Dat zij de Redder, het ultieme Offerlam, mochten zien nadat zij velen gewone offerlammeren naar de tempel hadden gebracht. Wat zullen ze gedacht hebben bij het idee dat hun werk er nu opzat.

Tags: ,

Zo tegen het einde van het jaar hoor je een artikel over de Ster van Bethlehem te schrijven. Tenminste dat is de gedachte van veel tijdschriften. Het moet natuurlijk wel weer een nieuwe theorie zijn want anders is het niet interessant en op een enkele serieuze wetenschapper na moet je vooral niet kijken naar de historische en zeker niet naar een religieuze achtergrond. De afgelopen jaren heb ik dan ook heel veel theorieën de revue zien passeren en verschillende heb ik daarvan behandeld.

Ook dit jaar staan de kranten er weer bol van en één ding viel me op, alle ideeën werden weer eens op een rijtje gezet, oude theorieën werden voorzien van een nieuw vernislaagje, de mooiste foto’s van Hubble worden weer getoond en toch mis ik iets. Met geen woord wordt gerept over Jezus, nergens wordt geschreven dat deze ster verscheen om de wijzen te leiden in hun zoektocht naar de Vredevorst van de wereld. Als deze journalisten, onderzoekers en anderen die over dit onderwerp schreven hadden daar net als koning Herodes geen oog voor.

O ja, sommigen schreven nog wel iets over de kindermoord en de gruweldaden van Herodes. Maar ook dat was meer om het verhaal wat meer opsmuk te geven, net zoals de christenen in Adra (Syrië) alleen maar bladvulling waren voor de kranten. Maar heeft iemand nog oog voor de gruweldaad zelf, probeert ze te redden, probeert daar vrede te stichten. Natuurlijk de VN en veel politici hebben er aandacht voor, maar alleen omdat het zo goed is voor de peiling.

Vandaar dat ik dit jaar maar geen nieuwe theorieën behandel, ik probeer dit jaar de boodschap achter die ster te begrijpen.

Tags:

Omdat het kerst is, maar weer eens een foto uit de Oude Doos opgezocht. En voor hen die denken de kerstgeschiedenis goed te kennen, kijk ook nog even naar de Bijbelquiz van deze week en beantwoord deze als je denkt het te weten.

Tags: ,

« Older entries