Flora

You are currently browsing articles tagged Flora.

Veel mensen weten dat ik een kleine Bijbeltuin heb, waarin ik allerlei planten en bomen uit de Bijbel heb staan en regelmatig krijg ik dan ook reacties, vragen of in het beste geval zaad van een plant die volgens hen vooral in mijn tuin moet staan. Zo kreeg ik van de week van een buurvrouw een koffiefilterzakje met daarin wat speciale zaden. De omschrijving was veelzeggend “heilige boontjes!”

Het bleek om een variëteit van de gewone tuinboon te gaan, want de “heilige boon” is een echt bestaande plant (Phaseolus vulgaris monstrans) die ook wel Heilige Sacramentsboon word genoemd, waarbij een belangrijk kenmerk is dat rondom de navel een engel of een monstrans te zien is. Naar een legende werd een monstrans in een kerk te Doubs (Frankrijk) gestolen en in een tuin begraven. Op die plek werden gewone boontjes geplant, echter toen de bonen eraan kwam vertoonden die allemaal een bont vlekje bij de navel dat de vorm van een monstrans had. Dat verwonderde iedereen en men groef en dolf en vond al snel het gestolen voorwerp. Sindsdien bleef men deze bonen planten en werden H. Sacramentsbonen genoemd. In werkelijkheid werd het Heilige Boontje pas in de 17de eeuw door de Spaanse veroveraars vanuit Zuid-Amerika mee teruggevoerd naar Europa. De oorzaak dat deze bonte vlekjes steeds weer terugkomen komt omdat de plant een zelfbestuiver is, wat betekent dat deze eigenschap altijd mee zal gaan naar de volgende generatie bonen. Er worden dus geen eigenschappen van andere rassen ingekruisd.

Maar hoe leuk dit allemaal is, in mijn tuin worden alleen planten gezet die ook in de Bijbel voorkomen en gelukkig blijkt dat de “boon” tweemaal wordt genoemd in de Bijbel (2 Sam 17:28; Ezech. 4:9). Dus genoeg reden om volgend jaar deze in mijn tuin te plaatsen en ervan te genieten.

Tags: ,

En de Engel des HEEREN verscheen hem in een vuurvlam uit het midden van een braambos; en hij zag, en ziet, het braambos brandde in het vuur, en het braambos werd niet verteerd.

Exodus 3:2

Deze passage in de Bijbel waar God verscheen aan Mozes is een van de bekendere. Op de vraag wat voor soort plant wordt bedoeld met de brandende braambos wordt het plotseling een stuk onduidelijker. In de loop der jaren zijn er vele verklaringen gezocht wat voor soort struik dit zou zijn geweest. Hierbij moeten we bedenken dat Mozes, niet alleen na zijn jarenlange ervaring als schaapherder in de woestijn, maar ook door zijn goede opleiding als Egyptisch prins, een goede kennis moet hebben gehad van de flora.

De meest gangbare verklaring (Bruijel, F.J., Tijden en Jaren, p. 198) is dat het zou gaan om de Braam (Rubus ulmifolius), men baseert zich dan op de LXX en het Nieuwe Testament (Mk. 12:26; Lk. 20:37; Hand. 7:30; 7:35) waar het Griekse βάτος batos wordt gebruikt wat in eerste instantie Braam betekent (Henry George Liddell. Robert Scott. A Greek-English Lexicon. batos), maar ook de meer algemenere betekenis van ‘doornstruik’ heeft (SBNT, βάτος batos : Het zelfstandig naamwoord (mnl./vrl.) batos betekent ‘doornstruik, braamstruik’). Dat het om een Braam zou gaan is niet waarschijnlijk daar deze struik niet voorkomt in woestijnachtige gebieden, gezocht zal dan ook moeten worden naar een doornachtige struik. Volgens Tristram (The Natural History of the Bible, p. 392) wordt met סנה seneh, de brandende braambos (Ex. 3:2, 3, 4; Deut. 33:16), de Acacia nilotica bedoeld, omdat deze in het Egyptisch sunt en in het Arabisch seyal wordt genoemd.

Een opmerkelijk voorbeeld van een afwijkende vertaalwijze vinden we in de Naardense Bijbel van Pieter Oussoren. Die noemt het “Sinaï-doorn”, omdat de stam van het woord volgens hem duidelijk verwantschap vertoont met Sinaï. Als theoloog is hij niet geïnteresseerd in welke plant mogelijk bedoeld is, maar naar de bedoeling van het woord zelf. Het woord verwijst naar de plek waar de tegenstellingen worden opgeheven, de plek van de eenheid.

Tags: , ,

Het woord van de HEERE kwam tot mij: Wat ziet u, Jeremia? Ik zei: Ik zie een amandeltak.
Toen zei de HEERE tegen mij: Dat hebt u goed gezien, want Ik waak over Mijn woord om dat te doen.

Jeremia 1:11-12 (HSV)

De komende tijd wil ik weer regelmatig stilstaan bij onderwerpen uit de natuur en daar wat achtergrondinformatie over geven.

Bij de roeping van Jeremia toonde God hem een amandelstokje (Jer 1:11). Om dit beeld te verstaan moeten we weten dat de Amandelboom, de eerste boom in het Midden-Oosten is, die na de winter gaat uitbotten en bloesemen. Reeds in januari, als de andere planten nog in hun winterslaap zijn, gaan zijn knoppen al groeien en zelfs bloesemen. Hij reageert dus sneller dan andere bomen op de lentezon en lenteregen.

De Hebreeuwse betekenis van het woord amandel shaqed is dan ook waakzaam, oplettend. Welnu, zo zal God met grote ijver en met spoed waken over zijn woord dat het zal doen, waartoe Hij het zond. De NBV geeft als vertaling “zo snel als een amandelboom in het voorjaar uitbot, zo snel laat ik mijn woorden uitkomen.”, maar vergeet daarbij het Hebreeuwse beeld van de “waakzaamheid”.

Tags: , ,

En Hij sprak deze gelijkenis: Iemand had een vijgenboom, die in zijn wijngaard geplant was. En hij kwam om daaraan vrucht te zoeken, maar vond die niet. Toen zei hij tegen de wijngaardenier: Zie, ik kom nu al drie jaar vrucht zoeken aan deze vijgenboom en vind die niet. Hak hem om. Waarom beslaat hij de aarde nutteloos? En hij antwoordde en zei tegen hem: Heer, laat hem ook nog dit jaar staan, totdat ik om hem heen gegraven en hem bemest heb. Wellicht dat hij dan vrucht draagt. Maar zo niet, dan moet u hem alsnog omhakken.

Lukas 13:6-9 (HSV)

Al jaren heb ik in mijn kleine Bijbeltuin een vijgenboom staan en van het weekend zag ik dat de bladeren weer begonnen te ontluiken. Terwijl ik ernaar keek dacht ik aan deze tekst, want in al die jaren heb ik er nog nooit vijgen aan gehad. De reden hiervan is duidelijk, we hebben een paar strenge winters gehad in het verleden en hierdoor bevroor grote delen van mijn boom tot er uiteindelijk vorig jaar nog maar een klein stronkje over was en ik het idee had om hem maar weg te halen omdat het toch niks werd, toch liet ik hem nog staan.

Uit de stronk kwamen verschillende loten die al gauw groter werden en vandaag (mede dankzij de zachte winter) is het een respectabele boom van anderhalve meter. En als het weer niet omslaat en het gaat vriezen is er alle kans dat zij dit jaar vrucht gaat dragen. De gedachten van deze wijngaardenier waren dus niet zo vreemd, de boom weet zich altijd weer te herstellen en er is altijd nog hoop dat ze vrucht gaat dragen.

Toen ik vandaag de tekst nalas viel me nog wat op, deze boom stond volgens de gelijkenis in een wijngaard. In onze monoculturen klinkt dat vreemd, maar dankzij de grote bladeren is het in een warm subtropisch land heerlijk om eronder in de schaduw te zitten. Dat was een andere reden om zo’n boom in een wijngaard te zetten. De reden dat deze dan ook nog vruchten gaf was helemaal mooi, want op deze manier was deze boom zichzelf dubbel waard. Zij geeft schaduw en voedsel.

Tags: ,

Neem voor uzelf geurige specerijen: druipende hars, onyx en galbanum, dus geurige specerijen, en zuivere wierook. Dit alles moet in gelijke hoeveelheden zijn.

Exodus 30:34 (HSV)

Op het reukofferaltaar wat we gisteren bespraken werd een specerijenmengsel verbrand waarvan we de ingrediënten in dit vers lezen. Ik neem aan dat het voor veel vertalers een crime is om het te vertalen. Met de druipende hars wordt zeer waarschijnlijk de Styrax Liquidambar orientalis, een welriekende struik, bedoeld. De Galbanum is een venkelachtige en levert ook geen problemen op, net als de wierook (van de wierookboom Boswellia). De onyx is een specerij wat problemen oplevert, want het Hebreeuwse woord komt alleen hiervoor. Nu wordt het ook in Ugaritische en Akkadische literatuur genoemd, maar helaas brengt ons dat niet veel verder dan dat het een plant of een soort weekdier kan zijn.

De Targum vertaalt dit als tufra, de Talmud als tziporen (Kerithoth 6a), en de Septuagint als onyx, alles een aanduiding voor ‘vingernagel’. Sommigen beweren dan ook dat dit werkelijk bereid is uit menselijke vingernagels, maar de meeste geleerden zien het als afkomstig van een waterdier. Daarom wordt het meestal aangeduid als onycha  of blatta byzantia, de nagel-achtige kieuwdeksel (als dat goed Nederlands is) van bepaalde slakken van de murex familie, zoals de Onyx marinus, Strombus lentiginosus, of Unguis Odaratus. Deze kieuwdeksel zou een zeer aangename geur geven bij verbranding. Andere bronnen stellen echter dat het Hebreeuwse shecheleth een soort van wortel is (Rashi) en ook de Talmud lijkt aan te geven dat het kwam van een eenjarige plant (Kerithoth 6b). Sommigen identificeren deze plant met een soort van een steenroos, Cistus ladaniferus, die nagelachtige bloemblaadjes heeft.

Tot slot is er nog de tussenvoeging dus geurige specerijen, volgens sommigen kan dit betekenen dat de hiervoor genoemde specerijen de ene helft is en dat de hierna genoemde wierook het tweede gedeelte van het mengsel is. Anderen willen hier lezen “overige specerijen” want volgens de traditie, werden nog eens 7 andere geurstoffen toegevoegd, naast de hier genoemde vier, tot een totaal van elf stuks. De formule voor het specerijenmengsel werd gegeven in de hoeveelheden van de maneh, welke 100 shekels of 5 pond was. Bestaande uit:

70 maneh 350 pond Balsam
70 maneh 350 pond Onycha
70 maneh 350 pond Galbanum
70 maneh 350 pond Wierook
16 maneh 80 pond Mirre
16 maneh 80 pond Cassia
16 maneh 80 pond Nardus (shiboleth nard)
16 maneh 80 pond Saffraan (Karkom)
12 maneh 60 pond Costus (kosh’t)
9 maneh 45 pond Cinnamon
3 maneh 15 pond Kaneelschors
365 maneh totaal

De totale hoeveelheid was 365 maneh, zodat één maneh (5 pond) elke dag van het zonnejaar kan worden verbrand.
Naast deze ingrediënten, 1/4 kav (1 kopje) van Sodom zout (nitraat) en kleine hoeveelheden maaleh ashan (waarschijnlijk Leptadenia pyrotechnica, dat salpeterzuur bevat) en kippath ha-yardan (waarschijnlijk een soort cyclaam) werden toegevoegd. Daarnaast werd 9 liter (kab) loog van de wikke (borith karshina) en 21 liter (3 saah en 3 kab) kapperbes wijn gebruikt om de onycha te bereiden.

Veel zullen we hieraan niet hebben, en voor het geval iemand het wil namaken (wat overigens volgens de Bijbel verboden is). Alleen al de prijs van de nardus (meer dan 100.000 euro) houdt in dat je zeer rijk moet zijn.

Tags: , , , , ,

Al zal de vijgenboom niet in bloei staan

Habakuk 3:17

Een van de bekendste Bijbelteksten uit het Oude Testament staat in Habakuk waar wordt gesteld dat als de vijgenboom niet zal bloeien. Op zich is dit een interessant vers omdat hier zo suggereren veel vertalingen de vermelding staat over een bloeiende vijgenboom. Net als iedere plant en boom bloeit ook de vijgenboom, maar het is een heel bijzondere bloeiwijze die Syconium wordt genoemd, Syconium is een holle verdikking (die wij vaak de vrucht noemen) waar de bloemen aan de binnenkant bloeien (zie de foto).

Bij mijn voorbereidingen voor een Bijbelstudie over dit hoofdstuk, viel het me op dat in de meeste vertalingen het woord “bloeien” werd gebruikt en dit bracht me op de vraag of de profeet en de mensen uit die tijd dit al wisten. Ik heb verschillende boeken erop nageslagen en ook nog op internet gezocht. Behalve deze tekst heb ik maar één vage verwijzing gevonden. Bij de Grieken is de vijgenboom genoemd naar de nymph of beter hamadryade Syke. Hamadryades zijn volgens sommige vertellingen zichtbaar door de bloesem van de desbetreffende boom waar ze bij horen. Zoals ik al zei is dit een zeer vage verwijzing en ik vroeg me dan ook af of in onze Bijbeltekst wel de bloesem werd bedoeld.

Het Hebreeuwse woord wordt in veel andere teksten vertaald met “uitbotten, uitspruiten”, zoals in Hooglied 6:11 en 7:12 “de granaatbomen uitbotten” (SV), maar ook van zweren die als puisten openbreken (Ex. 9:9). Zo lijkt het me in deze tekst ook veel logischer als het woord met “uitbotten, uitspruiten” zou worden vertaald, taalkundig is dit ook correct en het doet niets van de betekenis van de tekst af. Gelukkig zijn er dan ook een paar vertalingen die dit ook zo hebben vertaald, zoals de NetBible “When the fig tree does not bud“, WV95 “De vijgenboom bot niet uit“, Het Boek “Al zou de vijgeboom niet uitbotten”.

Tags: , ,

Hysop- of rietstengel?

Er stond dan een kruik vol zure wijn en ze vulden een spons met zure wijn, staken die op een hysopstengel en brachten die aan Zijn mond.

Johannes 19:29 (HSV)

Toen ik dit stuk las vroeg ik me meteen af of hier daadwerkelijk sprake is van een stengel, in de paralleltekst in Mattheüs 27:48 lezen we “stak hem op een rietstok“, nu zegt dit laatste niet zoveel omdat het Griekse woord ‘kalamos” zowel “riet” als “stok” kan betekenen en niets zegt waarvan het is gemaakt. In Johannes lezen we in het Grieks het woord peritithi̱mi, wat zoveel betekent als “(een kledingstuk) aandoen, omzwachtelen”. Het verbaast me dan ook dat in de meeste moderne vertalingen dit als “stok, stengel” wordt vertaald. De reden hiervan is dat de hysop maar een lage plant is die hooguit 80 cm. hoog wordt en waarvan de stengels ook nog eens zacht zijn en absoluut niet geschikt als een stok of stengel (zie de foto). De stengels van Hysop zijn wel geschikt om daarmee iets vast te binden en in de Staten Vertaling lezen we dan ook dat de spons “omlegden ze met hysop“.

Hoe komt men dan op die stok of stengel? Als we in Mattheüs lezen dan zien we in de verzen ervoor dat er sprake is van een stok die als een staf aan Jezus was gegeven (27:29) en niet veel later dat ze hem met die stok/staf sloegen (vs. 30). Het is zeer goed mogelijk dat toen ze Jezus naar de plek brachten waar hij gekruisigd zou worden ze deze stok hebben meegenomen, al was het alleen al om er mee te slaan als Hij stilstond. Als dit zo is, dan kan het diezelfde stok zijn geweest die de Romeinen gebruikten om de spons aan te bevestigen met de hysop.

Tags: , ,

De acacia

Ik zal in de woestijn de ceder zetten, de acacia, de mirt en de oliehoudende boom. Ik zal in de wildernis de cipres plaatsen, samen met plataan en dennenboom,

Jes. 41:19 (HSV)

De laatste tijd ben ik me aan het voorbereiden voor een lezing over de Tabernakel en een van de materialen die werden gebruikt was het hout van de acacia. Omdat ik ook al jaren bezig ben met het schrijven van een Bijbelse flora, waren dit goede redenen om eens een goed onderzoek te doen naar deze boom. Al gauw bleek dat, zoals met ieder onderzoek, dat dit meer tijd zou kosten dan ik al had verwacht. In de Bijbel zelf is er maar één tekst die gaat over de boom (Jes. 41:19), alle anderen gaan over het hout en waarvoor het wordt gebruikt of zijn plaatsnamen met daarin deze naam.

Ga je kijken naar wat voor soort boom het is, dan blijkt dat het een compleet geslacht is van ruim 1300 soorten die voorkomen in Afrika, Australië, Noord-Amerika en Zuid-Amerika. Verder onderzoek leerde al gauw dat er een behoorlijke discussie is geweest of deze 1300 bomen wel tot één geslacht behoren met als gevolg dat dit geslacht is opgesplitst in vijf andere geslachten: Acacia, Vachellia, Senegalia, Acaciella en Mariosousa. Omdat de naam ooit door door de Griekse botanist-fysicus Pedanius Dioscorides (ca. 40-90) is gegeven aan de Acacia niloticus in zijn boek Materia Medica en daarmee de naamgever van dit geslacht, zou je verwachten dat bij deze opsplitsing de naam Acacia gereserveerd zou blijven voor deze soort. Helaas is dit niet het geval en de acacia-soorten die in aanmerking komen voor de boom die in de Bijbel wordt genoemd behoort tegenwoordig officieel tot het geslacht Vachellia en mogen dus eigenlijk niet meer Acacia worden genoemd. Nu is hiermee niet alle problematiek opgelost, want in veel populair theologische boeken die gaan over de tabernakel wordt vaak gesproken over de Robinia (Robinia pseudoacacia), ook wel valse acacia genoemd. Deze boom behoort tot een totaal ander geslacht en heeft dan ook niets van doen met de Bijbelse acacia.

Met deze basiskennis kunnen we dan eindelijk gaan beginnen met de studie over hoe het hout werd gebruikt in de tabernakel en waarom. Het moge duidelijk zijn dat al veel boeken dan plotseling afvallen omdat ze het niet over de acacia maar over de valse acacia hebben. De vraag die we ons dan ook moeten stellen is welke acacia-soorten komen wel in aanmerking. De Hebreeërs bevonden zich voornamelijk tijdens hun Exodus in de Sinaï woestijn en Negeb, daarnaast mogen we ervan uitgaan dat ze ook hout hebben meegenomen uit Egypte. In deze gebieden komen met name de Acacia seijal en de kleinere Acacia nilotica voor, de laatste is ook te vinden langs de Jordaan. De Acacia serissa en de Acacia tortilis komen voornamelijk in de zuidelijke wadis voor. Tot slot komen de Acacia farnesiana, Acacia cyanophylla en de Acacia arabica met name voor aan de kust van Israël.

Het materiaal van al deze volwassen exemplaren zijn geschikt om te verwerken in de Tabernakel. Het hout is sterk en het rot bijna niet. Verder is het belangrijk om te weten dat deze bomen tijdens de Exodus steeds voorhanden zijn en dat hierdoor men in staat was om eventuele beschadigingen van de tabernakel snel te kunnen repareren.

Tags: ,

De vijg (vrucht) is eigenlijk geen vrucht. Wat wij als vrucht zien, is de vlezige bloeiwijze. De bloemen zitten binnen in de groene, peervormig uitgegroeide bloembodem: de vrouwelijke onder in de holle ruimte, de mannelijke boven bij de zeer kleine opening. De vruchten worden 5-8 cm lang, zijn eerst groen, gerijpt oranjebruin. Het vruchtvlees is groen of rood, smaakt aangenaam zoet en bevat een heleboel kleine zaadjes.

Tags: ,

Melaatse muren

Wanneer u komt in het land Kanaän, dat Ik u tot bezit geef, en Ik de ziekte van de melaatsheid toedeel aan een huis in het land dat u bezit, dan moet hij van wie het huis is, komen en de priester vertellen: Er lijkt een ziekte aan het huis te zijn.

Leviticus 14: 34 (HSV)

Als je de passage in Leviticus 14: 34-48 leest dan zien we in de meeste vertalingen dat er gesproken wordt dat het huis “melaats” of “vraat” heeft. Op alle plekken in de Bijbel waar dit Hebreeuwse woord voorkomt heeft het betrekking op mensen en wordt er een soort melaatsheid bedoeld, maar kan een huis ook ziek zijn. Iedereen weet dat in vochtige huizen snel schimmel optreed en het is dit waar over wordt gesproken, schimmels kunnen zeer schadelijk zijn en soms de gezondheid van mensen aantasten.Het was om die reden dat deze wet was gegeven en ervoor moest zorgen dat deze schimmels zo snel mogelijk werden gedetermineerd en in het ergste geval weggehaald. Interessant is dan ook dat een priester langs moest komen om te constateren of het schadelijk was. “Als hij vaststelt dat er groen- of roodachtige putjes in de muren zijn ingevreten” (vers 37 NBV) dan was het gevaarlijk en werd het huis “onrein” en als het er na een week nog was dan moesten de desbetreffende muren afgekrabd of verwijderd worden. Volgens J.A. Scott (Studies on Indoor Fungi, p. 181-182) gaat het om de Serpula lacrimans en de Serpula incrassata, waarbij interessant is om te vermelden dat de hedendaagse oplossing tegen dit soort schimmels grofweg nog steeds dezelfde is als in de Bijbel wordt beschreven.

Nu zijn het lang niet altijd bovengenoemde schimmels, omdat in huizen ook veel hout is verwerkt welke als ze rotten ideale bodems zijn voor allerlei andere soorten schimmels of paddenstoelen. Zo zien we soms in oude vochtige huizen koraalzwammen groeien een symptoom dat het hout aan het rotten is. Ook hier geld dat als de schimmel/paddenstoel zich heeft “ingevreten” dit hout verwijderd moet worden. Ook dit wordt netjes in dit Bijbelgedeelte genoemd “dan moet men het huis, de stenen en het hout ervan afbreken” (vers 45 HSV). Tegenwoordig zijn er natuurlijk andere middelen als een chemische behandeling, maar in die tijd was dat er allemaal nog niet en moest het zekere voor het onzekere worden genomen.

Tags: , ,

« Older entries