Flora

You are currently browsing articles tagged Flora.

Gebroken ceder

De stem van de HEER breekt de ceders
Ja, de HEER breekt de ceders van de Libanon.

Psalm 29:5 (AB-vertaling)

In deze Psalm wordt een schitterende beschrijving gegeven van het onweer. Weliswaar wordt vooral aan de donder als stem van God aandacht gegeven, maar ook de bliksem, de vlammen vuurs (vs 7) wordt genoemd. Volgens tegenwoordig wetenschappelijk inzicht is het niet de donder maar de bliksem, die de cederen verbreekt. En volgens datzelfde inzicht wordt niet de bliksem door de donder veroorzaakt, maar is de donder slechts een begeleiden verschijnsel van de bliksem. Vanuit onze wetenschappelijke inzichten zou je kunnen stellen dat de psalmist slechts een naïeve voorstelling geeft, waarbij de donder het belangrijkste element is.We moeten echter beseffen dat het bij de psalmist niet gaat om een accurate beschrijving, er is nl. ook een religieus element dat niet uit het oog mag worden verloren. De dichter spreekt over de stem van God, waarmee hij de donder identificeert, maar als we kritisch lezen dan zien we dat de dichter van meer spreekt, het gaat hem niet enkel om het geluid, maar vooral om de Goddelijke almacht die zich in dat geluid manifesteert. En het is deze Goddelijke almacht die de bomen aan splinters doet slaan, en om die reden worden juist de ceders genoemd vanwege hun grootsheid.

Tegenwoordig zijn op het Libanon gebergte nog maar een paar bomen te vinden, de meesten zijn in de loop der eeuwen omgehakt. Wil je van de grootheid van deze Libanon ceders genieten, dan moet je naar de oude landgoederen gaan in Europa waar de adel in de 18de en de 19de eeuw vele van deze ceders in hun tuinen plantten. Enkele jaren geleden was ik op het landgoed kasteel Middachten om hun ceder te mogen bekijken.

Hoe groot deze boom is kunnen we zien aan de tuinman die aan de voet van de boom staat (zie de rode cirkel). Nu is deze boom, die ik tussen de 150-170 jaar schat, niet zo groot als hij had kunnen zijn. Het geval wil dat een aantal jaren geleden, door een onweer het bovenste gedeelte afbrak (zie bovenste rode cirkel) en in zijn val een aantal andere takken meenam. Desalniettemin is het een schitterende boom die zeker de moeite van het bezoeken waard is.

In de zomer is de tuin opengesteld voor publiek en als u gaat dan moet u ook zeker de twee Ginko biloba’s bekijken, naast een schitterende rij van vijgenbomen, vele soorten citrus-bomen, verschillende soorten kruiden waaronder een schitterende exemplaar van de mirte en de laurierboom. Tot slot is het landgoed beroemd om zijn vele zeldzame kastanjebomen.

Tags: ,

Een amarant-kroon

En als de Opperherder is verschenen, zo zul je een amarant-kroon van de heerlijkheid krijgen.

1 Petrus 5:4 (ABvertaling)

Als we in de diverse moderne vertalingen kijken dan zien we dat er gesproken wordt over een “onverwelkbare krans van de heerlijkheid” (HSV), “nooit verwelkende krans van de heerlijkheid” (WV96), “krans van de luister, die nooit verwelkt” (NBV). In de grondtekst wordt gesproken over de “amarantinon” en in de woordenboeken wordt dan vermeld dat het “niet verwelkend” betekent en is afgeleid van de amaranth, de “nooit afvallende bloem”.

Zoals op de foto is te zien is de Amarant (Amaranthus albus) een onopvallende struik, die als je hem niet kent als onkruid zou betitelen. Toch heeft deze plant een hele mooie eigenschap, nadat hij heeft gebloeid lijkt het alsof hij sterft en zie je alleen nog maar dor hout (onderste foto) en dan wordt de plant direct herkenbaar. Het is de bekende “tumbleweed” die de hoofdrol speelt in veel Amerikaanse films waar het over de verlaten vlakte rolt. Tot het weer bij een plek komt waar water is, om daar weer uit te lopen. In een van Aesop’s fabels lezen we dan ook het volgende verhaal: “Een amarant plant, waarvan bloem nooit verdwijnt, groeide naast een rozenstruik. De amarant zei tegen de rozenstruik: ‘Wat een schitterende bloem ben je! Je wordt begeert door zowel de goden en stervelingen. Ik feliciteer je met jouw uitnemende schoonheid en je heerlijke geur.’ De roos zei schuchter: ‘O amarant, eeuwige bloem, ik leef slechts voor een korte tijd en zelfs als niemand me plukt zal ik sterven, terwijl je staat te bloeien en bloeit met de eeuwige jeugd!’”

Nu mag het misschien zo zijn dat de Amarant niet constant bloeit, maar er zit wel een kern van waarheid in de fabel. Deze plant komt steeds opnieuw op, zelfs als zij dood lijkt en weet zich zeer agressief te verspreiden, zodat in sommige gebieden het als een ware pest wordt gezien.

Het is om deze reden dat de amarant synoniem is geworden met de “onverwelkbaarheid” en dankzij de kleine stekels kan men er makkelijk een kroon van maken die weer gaat bloeien zodra er water bij komt. Het is duidelijk wat de bedoeling is van dit vers, deze kroon zal eeuwig blijven bestaan. Toch moeten we voorzichtig zijn met het maken van vergelijkingen met de plantenwereld, want in het Oude Testament wordt ook deze plant (of één met een soortgelijk groeipatroon) vermeld en waar wordt gewezen op het wegwaaien ervan, in Psalm 83:14 lezen we “Mijn God! maak hen als de gundelia, als kaf voor de wind“, waarbij met de “gundelia” (in de meeste vertalingen als distelpluis, distel of werveldistel wordt vertaald) de Akoub (Gundelia tournefortii) wordt bedoeld en in het Nederlands ook vaak Amarant wordt genoemd. In deze tekst zien we dat de vijanden juist verspreid moeten worden zoals deze plant door de wind. Hieruit blijkt dat het belangrijk is om Bijbelteksten in de context te lezen.

Tags: , , , ,

De woestijn en de dorre vlakte zullen zich verheugen,
de wildernis zal zich verblijden en bloeien met bolplanten.

Jesaja 35:1

Overal waar je in Nederland komt zie je wel iets groeien en het hele jaar door zien we dat er in de natuur iets groens is. In Israël en dan vooral in de woestijnachtige omgevingen is dat niet het geval, alleen in het voorjaar zien we dat na de regenbuien alles bloeit. Zelfs in de woestijnen zie je dan de planten uitspruiten en bloeien om daarna na een paar dagen weer te verwelken om het volgende jaar weer uit te komen. In gecultiveerde woestijngebieden bij Bersheba zie je grote graanvelden, terwijl een paar maanden later het een dorre vlakte is.

In de Judea woestijn zie je papaverachtigen zoals de Adonis palaestina Boiss., maar ook ooievaarsbekken (zie foto linksonder). Veel vertalingen hebben geworsteld met het laatste woord in deze tekst en welke ik heb vertaald met “bolplanten”, zo hebben de SV en de HSV het vertaald met “roos”, terwijl de WV “krokus” heeft en de NBV “lelie”. Dat komt omdat het Hebreeuwse woord ḇaṣṣeleṯ in de Bijbel alleen nog voorkomt in Hooglied 2:1 en dan in combinatie met Saron, een plaats/streek die ook in het volgende vers van Jesaja (35:2) wordt genoemd. Etymologen willen dit woord afleiden van beṣel (‘bol’) en hamats (‘prikkelende’of ‘prachtig’). Dat zou betekenen dat het gaat om een bolplant en biologen hebben verschillende planten aangewezen waar het om zou gaan, met als enige gemeenschappelijke kenmerk dat het bij hun determinatie om bolplanten gaat. Kijken we naar het Hebreeuws dan valt op dat in dit vers het om een categorische aanduiding gaat “met alle [soorten] ḇaṣṣeleṯ” (of “met al het gebloemte”), het lijkt mij dan ook logisch dat we niet zozeer aan één plant moeten denken, maar meer aan een groep planten en vandaar dat ik het heb vertaald met “bolplanten”. Daarbij moge het duidelijk zijn, dat zelfs dit nog niet de volledige lading dekt, want in de woestijn bloeien ook andere planten zoals op de foto afgebeeld en die geen bolplanten zijn.

Tags: , ,

Knoflook

Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook.

Numeri 11:5

De afgelopen jaren heb ik al heel wat geschreven over allerlei planten en bomen. Vanochtend had ik een gesprek met onze dominee en natuurlijk, hoe kon het ook anders, ging het over planten in de Bijbel. Het viel me toen op dat ik nog niet eerder had geschreven over de knoflook. Niet zo verwonderlijk, maar het komt alleen in bovengenoemde tekst voor. Toch zijn er een aantal leuke dingen over te vertellen.

We lezen dat de Joden in de woestijn hieraan dachten en het valt op dat ze meerdere look-achtige soorten noemen, het eerste woord wat de SV met “look” is vertaald wordt zeer waarschijnlijk “prei” mee bedoeld, terwijl de “ajuinen” een verouderd woord voor uien is en de laatste is de knoflook en blijkbaar werden die veel gegeten in Egypte. Dit wordt bevestigd door Herodotos (Historiën, ii.125) die schreef dat het samen met Rammenas (Raphanus sativus) en de Ui (Allium cepa) het normale voedsel was voor de Egyptische arbeiders.

Maar los van dat, de Joden waren er verzot op en wordt meermalen in de Talmud als kruid voorgeschreven en dat heeft er zelfs toe bijgedragen dat de Joden in veel Europese steden de bijnaam “stinkende Jood” kregen. Ook is er een volksvertelling waarin wordt verhaalt dat toen de engel Gabriël de boodschap aan Maria bracht, zij huilde van vreugde. Iedere traan die op de grond viel, veranderde in een Madelief (Bellis perennis L.). Toen de duivel dit zag, werd hij zo woedend dat hij al deze Madeliefjes uit de grond wilde trekken. Ieder Madeliefje dat hij aanraakte veranderde in de stinkende knoflook.

Tags: ,

Veel mensen weten dat ik een kleine Bijbeltuin heb, waarin ik allerlei planten en bomen uit de Bijbel heb staan en regelmatig krijg ik dan ook reacties, vragen of in het beste geval zaad van een plant die volgens hen vooral in mijn tuin moet staan. Zo kreeg ik van de week van een buurvrouw een koffiefilterzakje met daarin wat speciale zaden. De omschrijving was veelzeggend “heilige boontjes!”

Het bleek om een variëteit van de gewone tuinboon te gaan, want de “heilige boon” is een echt bestaande plant (Phaseolus vulgaris monstrans) die ook wel Heilige Sacramentsboon word genoemd, waarbij een belangrijk kenmerk is dat rondom de navel een engel of een monstrans te zien is. Naar een legende werd een monstrans in een kerk te Doubs (Frankrijk) gestolen en in een tuin begraven. Op die plek werden gewone boontjes geplant, echter toen de bonen eraan kwam vertoonden die allemaal een bont vlekje bij de navel dat de vorm van een monstrans had. Dat verwonderde iedereen en men groef en dolf en vond al snel het gestolen voorwerp. Sindsdien bleef men deze bonen planten en werden H. Sacramentsbonen genoemd. In werkelijkheid werd het Heilige Boontje pas in de 17de eeuw door de Spaanse veroveraars vanuit Zuid-Amerika mee teruggevoerd naar Europa. De oorzaak dat deze bonte vlekjes steeds weer terugkomen komt omdat de plant een zelfbestuiver is, wat betekent dat deze eigenschap altijd mee zal gaan naar de volgende generatie bonen. Er worden dus geen eigenschappen van andere rassen ingekruisd.

Maar hoe leuk dit allemaal is, in mijn tuin worden alleen planten gezet die ook in de Bijbel voorkomen en gelukkig blijkt dat de “boon” tweemaal wordt genoemd in de Bijbel (2 Sam 17:28; Ezech. 4:9). Dus genoeg reden om volgend jaar deze in mijn tuin te plaatsen en ervan te genieten.

Tags: ,

En de Engel des HEEREN verscheen hem in een vuurvlam uit het midden van een braambos; en hij zag, en ziet, het braambos brandde in het vuur, en het braambos werd niet verteerd.

Exodus 3:2

Deze passage in de Bijbel waar God verscheen aan Mozes is een van de bekendere. Op de vraag wat voor soort plant wordt bedoeld met de brandende braambos wordt het plotseling een stuk onduidelijker. In de loop der jaren zijn er vele verklaringen gezocht wat voor soort struik dit zou zijn geweest. Hierbij moeten we bedenken dat Mozes, niet alleen na zijn jarenlange ervaring als schaapherder in de woestijn, maar ook door zijn goede opleiding als Egyptisch prins, een goede kennis moet hebben gehad van de flora.

De meest gangbare verklaring (Bruijel, F.J., Tijden en Jaren, p. 198) is dat het zou gaan om de Braam (Rubus ulmifolius), men baseert zich dan op de LXX en het Nieuwe Testament (Mk. 12:26; Lk. 20:37; Hand. 7:30; 7:35) waar het Griekse βάτος batos wordt gebruikt wat in eerste instantie Braam betekent (Henry George Liddell. Robert Scott. A Greek-English Lexicon. batos), maar ook de meer algemenere betekenis van ‘doornstruik’ heeft (SBNT, βάτος batos : Het zelfstandig naamwoord (mnl./vrl.) batos betekent ‘doornstruik, braamstruik’). Dat het om een Braam zou gaan is niet waarschijnlijk daar deze struik niet voorkomt in woestijnachtige gebieden, gezocht zal dan ook moeten worden naar een doornachtige struik. Volgens Tristram (The Natural History of the Bible, p. 392) wordt met סנה seneh, de brandende braambos (Ex. 3:2, 3, 4; Deut. 33:16), de Acacia nilotica bedoeld, omdat deze in het Egyptisch sunt en in het Arabisch seyal wordt genoemd.

Een opmerkelijk voorbeeld van een afwijkende vertaalwijze vinden we in de Naardense Bijbel van Pieter Oussoren. Die noemt het “Sinaï-doorn”, omdat de stam van het woord volgens hem duidelijk verwantschap vertoont met Sinaï. Als theoloog is hij niet geïnteresseerd in welke plant mogelijk bedoeld is, maar naar de bedoeling van het woord zelf. Het woord verwijst naar de plek waar de tegenstellingen worden opgeheven, de plek van de eenheid.

Tags: , ,

Het woord van de HEERE kwam tot mij: Wat ziet u, Jeremia? Ik zei: Ik zie een amandeltak.
Toen zei de HEERE tegen mij: Dat hebt u goed gezien, want Ik waak over Mijn woord om dat te doen.

Jeremia 1:11-12 (HSV)

De komende tijd wil ik weer regelmatig stilstaan bij onderwerpen uit de natuur en daar wat achtergrondinformatie over geven.

Bij de roeping van Jeremia toonde God hem een amandelstokje (Jer 1:11). Om dit beeld te verstaan moeten we weten dat de Amandelboom, de eerste boom in het Midden-Oosten is, die na de winter gaat uitbotten en bloesemen. Reeds in januari, als de andere planten nog in hun winterslaap zijn, gaan zijn knoppen al groeien en zelfs bloesemen. Hij reageert dus sneller dan andere bomen op de lentezon en lenteregen.

De Hebreeuwse betekenis van het woord amandel shaqed is dan ook waakzaam, oplettend. Welnu, zo zal God met grote ijver en met spoed waken over zijn woord dat het zal doen, waartoe Hij het zond. De NBV geeft als vertaling “zo snel als een amandelboom in het voorjaar uitbot, zo snel laat ik mijn woorden uitkomen.”, maar vergeet daarbij het Hebreeuwse beeld van de “waakzaamheid”.

Tags: , ,

En Hij sprak deze gelijkenis: Iemand had een vijgenboom, die in zijn wijngaard geplant was. En hij kwam om daaraan vrucht te zoeken, maar vond die niet. Toen zei hij tegen de wijngaardenier: Zie, ik kom nu al drie jaar vrucht zoeken aan deze vijgenboom en vind die niet. Hak hem om. Waarom beslaat hij de aarde nutteloos? En hij antwoordde en zei tegen hem: Heer, laat hem ook nog dit jaar staan, totdat ik om hem heen gegraven en hem bemest heb. Wellicht dat hij dan vrucht draagt. Maar zo niet, dan moet u hem alsnog omhakken.

Lukas 13:6-9 (HSV)

Al jaren heb ik in mijn kleine Bijbeltuin een vijgenboom staan en van het weekend zag ik dat de bladeren weer begonnen te ontluiken. Terwijl ik ernaar keek dacht ik aan deze tekst, want in al die jaren heb ik er nog nooit vijgen aan gehad. De reden hiervan is duidelijk, we hebben een paar strenge winters gehad in het verleden en hierdoor bevroor grote delen van mijn boom tot er uiteindelijk vorig jaar nog maar een klein stronkje over was en ik het idee had om hem maar weg te halen omdat het toch niks werd, toch liet ik hem nog staan.

Uit de stronk kwamen verschillende loten die al gauw groter werden en vandaag (mede dankzij de zachte winter) is het een respectabele boom van anderhalve meter. En als het weer niet omslaat en het gaat vriezen is er alle kans dat zij dit jaar vrucht gaat dragen. De gedachten van deze wijngaardenier waren dus niet zo vreemd, de boom weet zich altijd weer te herstellen en er is altijd nog hoop dat ze vrucht gaat dragen.

Toen ik vandaag de tekst nalas viel me nog wat op, deze boom stond volgens de gelijkenis in een wijngaard. In onze monoculturen klinkt dat vreemd, maar dankzij de grote bladeren is het in een warm subtropisch land heerlijk om eronder in de schaduw te zitten. Dat was een andere reden om zo’n boom in een wijngaard te zetten. De reden dat deze dan ook nog vruchten gaf was helemaal mooi, want op deze manier was deze boom zichzelf dubbel waard. Zij geeft schaduw en voedsel.

Tags: ,

Neem voor uzelf geurige specerijen: druipende hars, onyx en galbanum, dus geurige specerijen, en zuivere wierook. Dit alles moet in gelijke hoeveelheden zijn.

Exodus 30:34 (HSV)

Op het reukofferaltaar wat we gisteren bespraken werd een specerijenmengsel verbrand waarvan we de ingrediënten in dit vers lezen. Ik neem aan dat het voor veel vertalers een crime is om het te vertalen. Met de druipende hars wordt zeer waarschijnlijk de Styrax Liquidambar orientalis, een welriekende struik, bedoeld. De Galbanum is een venkelachtige en levert ook geen problemen op, net als de wierook (van de wierookboom Boswellia). De onyx is een specerij wat problemen oplevert, want het Hebreeuwse woord komt alleen hiervoor. Nu wordt het ook in Ugaritische en Akkadische literatuur genoemd, maar helaas brengt ons dat niet veel verder dan dat het een plant of een soort weekdier kan zijn.

De Targum vertaalt dit als tufra, de Talmud als tziporen (Kerithoth 6a), en de Septuagint als onyx, alles een aanduiding voor ‘vingernagel’. Sommigen beweren dan ook dat dit werkelijk bereid is uit menselijke vingernagels, maar de meeste geleerden zien het als afkomstig van een waterdier. Daarom wordt het meestal aangeduid als onycha  of blatta byzantia, de nagel-achtige kieuwdeksel (als dat goed Nederlands is) van bepaalde slakken van de murex familie, zoals de Onyx marinus, Strombus lentiginosus, of Unguis Odaratus. Deze kieuwdeksel zou een zeer aangename geur geven bij verbranding. Andere bronnen stellen echter dat het Hebreeuwse shecheleth een soort van wortel is (Rashi) en ook de Talmud lijkt aan te geven dat het kwam van een eenjarige plant (Kerithoth 6b). Sommigen identificeren deze plant met een soort van een steenroos, Cistus ladaniferus, die nagelachtige bloemblaadjes heeft.

Tot slot is er nog de tussenvoeging dus geurige specerijen, volgens sommigen kan dit betekenen dat de hiervoor genoemde specerijen de ene helft is en dat de hierna genoemde wierook het tweede gedeelte van het mengsel is. Anderen willen hier lezen “overige specerijen” want volgens de traditie, werden nog eens 7 andere geurstoffen toegevoegd, naast de hier genoemde vier, tot een totaal van elf stuks. De formule voor het specerijenmengsel werd gegeven in de hoeveelheden van de maneh, welke 100 shekels of 5 pond was. Bestaande uit:

70 maneh 350 pond Balsam
70 maneh 350 pond Onycha
70 maneh 350 pond Galbanum
70 maneh 350 pond Wierook
16 maneh 80 pond Mirre
16 maneh 80 pond Cassia
16 maneh 80 pond Nardus (shiboleth nard)
16 maneh 80 pond Saffraan (Karkom)
12 maneh 60 pond Costus (kosh’t)
9 maneh 45 pond Cinnamon
3 maneh 15 pond Kaneelschors
365 maneh totaal

De totale hoeveelheid was 365 maneh, zodat één maneh (5 pond) elke dag van het zonnejaar kan worden verbrand.
Naast deze ingrediënten, 1/4 kav (1 kopje) van Sodom zout (nitraat) en kleine hoeveelheden maaleh ashan (waarschijnlijk Leptadenia pyrotechnica, dat salpeterzuur bevat) en kippath ha-yardan (waarschijnlijk een soort cyclaam) werden toegevoegd. Daarnaast werd 9 liter (kab) loog van de wikke (borith karshina) en 21 liter (3 saah en 3 kab) kapperbes wijn gebruikt om de onycha te bereiden.

Veel zullen we hieraan niet hebben, en voor het geval iemand het wil namaken (wat overigens volgens de Bijbel verboden is). Alleen al de prijs van de nardus (meer dan 100.000 euro) houdt in dat je zeer rijk moet zijn.

Tags: , , , , ,

Al zal de vijgenboom niet in bloei staan

Habakuk 3:17

Een van de bekendste Bijbelteksten uit het Oude Testament staat in Habakuk waar wordt gesteld dat als de vijgenboom niet zal bloeien. Op zich is dit een interessant vers omdat hier zo suggereren veel vertalingen de vermelding staat over een bloeiende vijgenboom. Net als iedere plant en boom bloeit ook de vijgenboom, maar het is een heel bijzondere bloeiwijze die Syconium wordt genoemd, Syconium is een holle verdikking (die wij vaak de vrucht noemen) waar de bloemen aan de binnenkant bloeien (zie de foto).

Bij mijn voorbereidingen voor een Bijbelstudie over dit hoofdstuk, viel het me op dat in de meeste vertalingen het woord “bloeien” werd gebruikt en dit bracht me op de vraag of de profeet en de mensen uit die tijd dit al wisten. Ik heb verschillende boeken erop nageslagen en ook nog op internet gezocht. Behalve deze tekst heb ik maar één vage verwijzing gevonden. Bij de Grieken is de vijgenboom genoemd naar de nymph of beter hamadryade Syke. Hamadryades zijn volgens sommige vertellingen zichtbaar door de bloesem van de desbetreffende boom waar ze bij horen. Zoals ik al zei is dit een zeer vage verwijzing en ik vroeg me dan ook af of in onze Bijbeltekst wel de bloesem werd bedoeld.

Het Hebreeuwse woord wordt in veel andere teksten vertaald met “uitbotten, uitspruiten”, zoals in Hooglied 6:11 en 7:12 “de granaatbomen uitbotten” (SV), maar ook van zweren die als puisten openbreken (Ex. 9:9). Zo lijkt het me in deze tekst ook veel logischer als het woord met “uitbotten, uitspruiten” zou worden vertaald, taalkundig is dit ook correct en het doet niets van de betekenis van de tekst af. Gelukkig zijn er dan ook een paar vertalingen die dit ook zo hebben vertaald, zoals de NetBible “When the fig tree does not bud“, WV95 “De vijgenboom bot niet uit“, Het Boek “Al zou de vijgeboom niet uitbotten”.

Tags: , ,

« Older entries